Natuurjournaal 20 augustus 2026
Nature TodayIn 2012 werd de valse teervlekkenzwam (Ischnoderma resinosum) voor het eerst in Nederland officieel erkend en sindsdien is deze kleurrijke houtzwam met een opmars bezig. De paddenstoelen lijken sterk op die van de algemeen in Nederland voorkomende teervlekkenzwam (I. benzoinum). Ze zijn in het verleden dan ook met elkaar verward. Zo bleek de eerste fotowaarneming van de ‘nieuwe’ soort met terugwerkende kracht al uit 2008 te komen. Net als bij de teervlekkenzwam wordt de kleur van de hoed donkerder als je die aanraakt. Maar waar de teervlekkenzwam enkel op naaldhout groeit, vind je de valse variant ook op dood loofhout. Niet alleen in bossen, maar ook op plekken als parken en kerkhoven. Als er maar beuken aanwezig zijn. Soms hangen er prachtig gekleurde druppels aan de hoed, dat komt door een proces dat guttatie heet, ook wel bekend als zwetende zwammen.

We proberen je natuurlijk niet op het verkeerde been te zetten voor de wespentelling, maar het is nu eenmaal zo dat er in de natuur nogal wat nagebootst wordt. En dan geldt vaak het adagium: ‘don’t change a winning formula’. Neem nu de combinatie geel met zwart: pas op, gevaar! Wij gebruiken het ook, kijk naar verkeersborden en allerlei andere waarschuwingssymbolen in ons dagelijks leven. Onschuldige insecten als de grote fopwesp doen er net zo hard aan mee, want ze worden sneller met rust gelaten als roofdieren denken dat ze het met een bij of wesp aan de stok krijgen. Wellicht had je het al geraden: de grote fopwesp is geen wesp. Kijk bijvoorbeeld naar de korte antennen – langer dan bij veel vliegen, maar nog steeds niet zo lang en beweeglijk als bij wespen – en de afwezigheid van een wespentaille. Vliegen hebben bovendien twee vleugels en geen vier, maar dat verschil is best lastig te zien, omdat die van bijen en wespen in elkaar haken en alsnog op één paar kunnen lijken.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Tom Heijnen, Saxifraga; Menno Reemer
