Nature Today

Spinnenwebben, typisch herfst?

De Natuurkalender
23-OKT-2010 - ‘’s Morgens vroeg loop je met je gezicht in een spinnenweb’, een ervaring die we vooral aan de herfst verbinden. De kruisspin, een spin die zijn web vaak in de tuin ophangt, is nu volwassen en actief. Naast zijn bekende ‘wielweb’, bestaan er echter nog veel meer typen spinnenwebben. Iedere soort kiest zijn eigen webvorm waarmee hij zijn prooi het beste kan strikken. In ieder seizoen zijn weer andere soorten actief. In de winter neemt het aantal spinnen echter flink af.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door De Natuurkalender op [publicatiedatum]

‘’s Morgens vroeg loop je met je gezicht in een spinnenweb’, een ervaring die we vooral aan de herfst verbinden. De kruisspin, een spin die zijn web vaak in de tuin ophangt, is nu volwassen en actief. Naast zijn bekende ‘wielweb’, bestaan er echter nog veel meer typen spinnenwebben. Iedere soort kiest zijn eigen webvorm waarmee hij zijn prooi het beste kan strikken. In ieder seizoen zijn weer andere soorten actief. In de winter neemt het aantal spinnen echter flink af.

Kruisspin in web (foto: Vincent de Groot)Spinnen zijn het hele jaar door te vinden, maar toch denken we bij spinnen vooral aan de herfst. Dit komt doordat een aantal bekende soorten dan volwassen en dus gemakkelijk te vinden zijn. De echte tijd van grote spinnenwebben buiten is alweer bijna voorbij. Spinnen kunnen namelijk niet zo goed tegen vrieskou, en de eerste lichte nachtvorst hebben we alweer gehad. Daarnaast kunnen spinnen in de winter moeilijker voedsel (insecten) vinden.

De bekendste manier waarop spinnen hun prooi vangen, is natuurlijk via een web. De helft van de spinnensoorten maakt echter maar een web; andere soorten vangen insecten door ze achterna te rennen of vanuit een hinderlaag te bespringen. Spinnen die een web maken, doen dit allemaal op hun eigen manier. Er zijn wel verschillende typen spinnenwebben aan te wijzen: ze verwezenlijken allemaal een andere vangmethode.

Wielweb
Wielweb van kruisspin (foto: Victor Bos)Het bekendste spinnenweb is het zogenaamde wielweb. Dit spinnenweb, met kleefdraden om insecten te vangen, kom je vaak tegen in de tuin. De kruisspin (Araneus diadematus) is de bekendste spinner van het wielweb in Nederland. Volwassen mannetjes zijn te vinden in augustus en september; de vrouwtjes blijven tot en met oktober. De vrouwtjes vallen het meest op omdat ze het grootst zijn.

Matweb
Gewone huisspin (foto: Björn Zinkler)In huis of in de schuur kom je vaak matwebben tegen. Deze spinnenwebben bestaan uit een aantal lagen spinrag die bijna horizontaal, als een matje, boven elkaar gesponnen zijn. Matwebben hebben geen kleefdraden. Met name lopende insecten blijven in het matje steken alvorens de spin hen grijpt. De gewone huisspin (Tegenaria atrica) is een voorbeeld van een soort die matwebben maakt. Zoals de naam al zegt, kom je deze spinnen in huis tegen. Dit gebeurt vooral in de herfst wanneer de mannetjes op zoek gaan naar een vrouwtje.

Trechterweb
Huisspinnen maken ook trechterwebben. Ze gebruiken deze vooral als schuilplaats waarvandaan ze hun matweb in de gaten kunnen houden. De smalle kant aan de onderkant is, net als bij een echte trechter, open: bij dreigend gevaar kan de spin hierdoor ontsnappen.

Kaardeweb
Grote kaardespin (foto: Fritz Geller-Grimm)Een vierde webtype is het kaardeweb, een slordig web waarvan de kleverige draden kriskras door elkaar lopen. Kaardespinnen, en daarmee hun webben, danken hun naam aan het feit dat ze een soort kammetjes aan hun achterpoten hebben. Hiermee ‘kaarden’ ze hun spinsel zodat insecten er gemakkelijk in blijven steken. De grote kaardespin (Amaurobius ferox) is een kaardespin die in Nederland voorkomt. Deze spinnen maken blauwige webben die je laag bij de grond in de tuin tegen kunt komen. Hun web is zo groot dat zelfs grote insecten als kevers er in verstrikt raken. De grote kaardespin is niet gebonden aan de herfst: mannetjes vind je in april en mei; vrouwtjes het hele jaar door.

Vliegen aan een draadje
Spinnen gebruiken hun spinrag niet alleen voor het maken van hun webben, maar ook voor hun verspreiding. Met name jonge dieren kunnen zich tientallen kilometers aan een gesponnen draadje met de wind mee laten voeren. Op deze manier kunnen ze zelfs op afgelegen eilanden terechtkomen.

Bron: Spinnen in beeld, KNNV uitgeverij, Zeist

Tekst: Sara Mulder, De Natuurkalender
Foto’s: Vincent de Groot, Victor Bos en Björn Zinkler, GNU-licentie voor vrije documentatie; en Fritz Geller-Grimm, Creative Commons-licentie Naamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Unported

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen