Nature Today

Duintolletje verovert Nederland in sneltreinvaart

Stichting ANEMOON
3-APR-2009 - Eind februari werd tijdens een slakkeninventarisatie in het kweldergebied op het eiland Terschelling een zeer opmerkelijke vondst gedaan van het duintolletje. Dit landslakje werd aangetroffen op de zogenaamde Derde Duintjes op de Bosplaat. De vondst is opmerkelijk omdat deze zuidelijke soort pas in 2001 voor het eerst in Nederland werd aangetroffen en men niet verwacht had dat de soort zich zo snel naar het noordelijk zou kunnen verplaatsen. Slakken staan immers bekend om hun slakkengang en nu blijken deze dieren hun noordgrens in een vergelijkbaar tempo te kunnen verleggen als diverse zuidelijke libellensoorten, die bekend staan als de beste vliegers onder de insecten.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door Stichting ANEMOON op vrijdag 3 april 2009

“Gong is alles”, sei de slak en sprong op’e kikker
(“Snelheid is alles”, zei de slak en sprong op een kikker)


Eind februari werd tijdens een slakkeninventarisatie in het kweldergebied op het eiland Terschelling een zeer opmerkelijke vondst gedaan van het duintolletje. Dit landslakje werd aangetroffen op de zogenaamde Derde Duintjes op de Bosplaat. De vondst is opmerkelijk omdat deze zuidelijke soort pas in 2001 voor het eerst in Nederland werd aangetroffen en men niet verwacht had dat de soort zich zo snel naar het noordelijk zou kunnen verplaatsen. Slakken staan immers bekend om hun slakkengang en nu blijken deze dieren hun noordgrens in een vergelijkbaar tempo te kunnen verleggen als diverse zuidelijke libellensoorten, die bekend staan als de beste vliegers onder de insecten.

Het duintolletje (Paralaoma servilis) is een klein landslakje met een enigszins tolvormig goudbruin huisje dat tot 2,8 millimeter breed wordt. Het huisje is bezet met ribjes en heeft een fijne spiraalsculptuur. Het huisje van het duintolletje lijkt wel wat op onze inheemse geribde jachthorenslak, waarmee de soort thans vaak het biotoop deelt. Het huisje van de geribde jachthorenslak is echter kristalkleurig en volgroeide huisjes hebben een opvallend verdikte mondrand, waardoor deze wel wat weg heeft van een jachthoorn.

Het duintolletje heeft een wereldwijde verspreiding en is bekend van de meeste continenten. Binnen Europa is de soort vooral bekend uit het Mediterrane gebied. De laatste decennia werden uit onze omgeving vondsten bekend uit Duitsland en het zuidelijke deel van Groot Brittannië.

Het duintolletje werd in 2001 voor het eerst in Nederland waargenomen op de Brielse Gatdam bij Oostvoorne. Na deze ontdekking volgde dankzij het Atlasproject Nederlandse Mollusken (ANM) en het HabSlak-project al snel een hele reeks nieuwe waarnemingen verspreid over het hele land. Inmiddels is er een redelijke goed beeld van de verspreiding en biotoopvoorkeur van de soort in Nederland. De soort is nu bekend van een veertigtal locaties in circa dertig kilometerhokken. De meeste waarnemingen komen uit het Nederlandse kustgebied vooral uit Zeeland en Zuid-Holland. De dieren leven hier in struwelen en kruidenruigten die op zandige, kalkhoudende bodems groeien. Toch is de soort zeker niet gebonden aan onze duingebieden getuige de vondsten in half open bosgebieden, parkachtige biotopen en tuinen in de provincies Limburg, Gelderland en Drenthe.

Aanvankelijk dachten slakkenkenners dat deze soort door de mens werd getransporteerd. De Derde Duintjes op Terschelling liggen echter ver van de bewoonde wereld en daarom is de kans niet groot dat de mens een rol heeft gespeeld bij de kolonisatie van dit gebiedje. Het duintolletje kan ook niet via het land zijn gekomen. Het eiland Terschelling ligt geïsoleerd in de Waddenzee, maar ook op het eiland vormen de Derde Duintjes een geïsoleerde biotoop voor de soort. De Derde Duintjes liggen namelijk in een zeer dynamisch gebied, dat door diepe kreken wordt doorsneden en dat jaarlijks vele malen wordt overspoeld door het zoute zeewater. Met uitzondering van de duintjes kan de soort niet overleven in het omringende kweldergebied.

Zekerheid over hoe het duintolletje de Derde Duintjes van Terschelling heeft bereikt, is niet te verkrijgen. Het meest waarschijnlijke is echter dat de slakjes zich hebben vastgehecht aan het verenkleed of aan de poten van een vogel en met deze vogel zijn meegevlogen om zich vervolgens te vestigen in het nieuw bereikte gebied. Als vogels ook in dit geval een rol hebben gespeeld is het niet onwaarschijnlijk dat vogels de soort ook naar andere plekken hebben getransporteerd en dat die mogelijkheid zich altijd al heeft voorgedaan. De vestiging van het duintolletje is het zoveelste voorbeeld van een zuidelijke soort die zich door klimaatverandering blijvend in ons land weet te vestigen.

Tekst: Arno Boesveld & Adriaan Gmelig Meyling
Foto's: Adriaan Gmelig Meyling
Stichting Anemoon

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen