Nature Today

Vijf nieuwe gordijnzwammen voor de wetenschap uit Vlaanderen

27-NOV-2013 - Recent werden in Vlaanderen vijf nieuwe soorten gordijnzwammen ontdekt. Misschien dacht u bij de naam ‘gordijnzwam’ aan een schimmel op een vies gordijn, maar in werkelijkheid gaat het om een groep plaatjeszwammen met roestbruine sporen, die in symbiose leven met bomen en struiken.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door Natuurpunt Studie [land] op [publicatiedatum]

Recent werden in Vlaanderen vijf nieuwe soorten gordijnzwammen ontdekt. Misschien dacht u bij de naam ‘gordijnzwam’ aan een schimmel op een vies gordijn, maar in werkelijkheid gaat het om een groep plaatjeszwammen met roestbruine sporen, die in symbiose leven met bomen en struiken. 

Gordijnzwammen vormen met circa 2000 soorten het grootste plaatjeszwammengeslacht van Europa. Recente ontdekkingen in ons land hebben daar nog eens vijf soorten bijgevoegd. Veel mycologen worden niet meteen vrolijk bij het zien van zo'n gordijnzwam. De paddenstoelen hebben de reputatie lastig (of soms onmogelijk) te determineren te zijn. Paddenstoelenliefhebbers lopen dus liever in een wijde boog om gordijnzwammen heen. Maar dat geldt niet voor een kleine werkgroep van de Koninklijke Vlaamse Mycologische Vereniging. Zij kozen gordijnzwammen als studieobject en brachten hun bevindingen samen in een pas verschenen boek: “Cortinarius subgenus Telamonia in Vlaanderen”. Daarin staan niet alle in Vlaanderen voorkomende gordijnzwammen, maar wel alle soorten uit de lastigste, maar meest voorkomende groep gordijnzwammen, het subgenus Telamonia, soms ook gordelstelen genoemd.

De Roodbruine moerasgordijnzwam, een nieuwe gordijnzwam voor de wetenschap (foto: André de Haan)
Al twintig jaar gaat de werkgroep op stap om gordijnzwammen te zoeken en te bestuderen. Van elk mooi groepje gordijnzwammen dat ze vinden, worden foto’s gemaakt, worden de veldkenmerken uitgebreid genoteerd en worden achteraf ook de microscopische kenmerken in kaart gebracht en uitgetekend. En dan begint de zoektocht naar de juiste naam… Eén van de grote problemen bij gordijnzwammen is dat bijvoorbeeld de naam Cortinarius helobius (Kleine moerasgordijnzwam) in het standaardwerk van de Zweed Tor Erik Brandrud op een andere soort betrekking heeft dan op de Kleine moerasgordijnzwam uit het werk van de Fransman Henri Romagnesi. Verschillende opvattingen van dezelfde namen: dat maakt alles heel ingewikkeld. Temeer omdat deze paddenstoelen niet uitblinken in opvallende kenmerken. In de nieuwe Nederlandse veldgids lezen we over deze soort: “Karakteristiek is het ontbreken van karakteristieke kenmerken.”

Alleen al van deze groep gordijnzwammen (de gordelstelen) wist de werkgroep 117 soorten en variëteiten op te tekenen uit Vlaanderen. Nagenoeg jaarlijks werden hun bevindingen gebundeld in het tijdschrift Sterbeeckia en recent werden alle 117 taxa op een rijtje gezet in een boek, voorzien van determinatiesleutels. Wie geen microscoop heeft, kan zich best niet inlaten met deze gordijnzwammen. Maar voor de meer gevorderde amateur is dit een onontbeerlijke leidraad.

Af en toe gebeurde het dat de werkgroep stootte op een groep gordijnzwammen die met behulp van alle internationale literatuur onmogelijk op naam kon worden gebracht. Die werd dan na rijp beraad beschreven als een nieuwe soort voor de wetenschap. In het nieuwe gordijnzwammenboek vinden we de volgende primeurs: Cortinarius subrhombisporus (uit Wuustwezel), C. rubenii (uit Schilde, opgedragen aan Ruben Walleyn), C. vandervekenianus (uit Tervuren, opgedragen aan wijlen prof. Van der Veken), C. subdecipiens (uit Lummen) en C. salicticolus (uit Viersel). De laatste soort, Roodbruine moerasgordijnzwam gedoopt, werd tot nog toe enkel aangetroffen in gebieden van Natuurpunt: de Kleine Netevallei in Viersel en de Bonte Klepper in Rijkevorsel.

Dat nieuwe paddenstoelen in Vlaanderen gevonden worden, gebeurt af en toe. Doorgaans gaat het dan om heel moeilijk herkenbare soorten, of minuscule zwammetjes die amper enkele mm groot zijn. Wereldwijd worden nog meer dan 1000 nieuwe soorten per jaar beschreven. Meer dan 100.000 zwammensoorten zijn bekend, maar volgens de meest conservatieve schattingen bedraagt het werkelijke aantal minstens 1,5 miljoen.

Oh ja, vanwaar komt de naam ‘gordijnzwam’? Die verwijst naar een ‘gordijntje’, een hoop spinnenwebachtige draadjes, die in jonge toestand (voor het hoedje helemaal opengaat) tussen de steel en de hoedrand zitten.
 

Tekst: Wim Veraghtert, Natuurpunt Studie
Foto's: André de Haan
Meer informatie: www.kvmv.be

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen