Nature Today

Zadelzwam profiteert van ellende Es

Nederlandse Mycologische Vereniging
30-JUL-2014 - Als bewoner van de Randstad is de Zadelzwam een paddenstoel waar je eigenlijk niet omheen kunt. De grote hoeden tot 60 centimeter doorsnede in de vorm van een zadel zitten met een zijdelings geplaatste steel vast aan stammen en stronken van allerlei loofbomen. Afgelopen voorjaar werden er meer Zadelzwammen gezien dan andere jaren. In parken en plantsoenen, boomsingels, lanen en loofbossen, kortom overal waar zijn favoriete loofbomen groeien werden ze gevonden.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door de Nederlandse Mycologische Vereniging [land] op [publicatiedatum]

Als bewoner van de Randstad is de Zadelzwam een paddenstoel waar je eigenlijk niet omheen kunt. De grote hoeden tot 60 centimeter doorsnede in de vorm van een zadel zitten met een zijdelings geplaatste steel vast aan stammen en stronken van allerlei loofbomen. Afgelopen voorjaar werden er meer Zadelzwammen gezien dan andere jaren. In parken en plantsoenen, boomsingels, lanen en loofbossen, kortom overal waar zijn favoriete loofbomen groeien werden ze gevonden.

De Zadelzwam (Polyporus squamosus) stelt geen extreme eisen aan zijn omgeving. De soort is te vinden op allerlei vochtige, voedselrijke grondsoorten. Op droog, voedselarm zand ontbreken Zadelzwammen of worden slechts weinig gevonden. De Zadelzwam komt vooral in het westen en noorden van ons land voor maar wordt ook aangetroffen op de Utrechtse Heuvelrug, Zuid-Limburg, het rijk van Nijmegen en in Noord-Brabant ten noorden van Eindhoven. Zadelzwammen zijn bijna het hele jaar door te vinden van april tot december met een piek in mei en eind september/oktober. Mede daardoor behoren Zadelzwammen tot de bekendste paddenstoelen van Nederland.

Zadelzwam (foto: Martijn Oud)

De Zadelzwam is een buisjeszwam die valt onder de plaatjesloze vlieszwammen. De Zadelzwam valt op door zijn grootte, de hoeden zijn tot 60 centimeter breed! De grote okerkleurige hoed is bezet met bruine concentrisch gerangschikte schubben.
De crèmekleurige, later lichtbruine poriën aan de onderkant van de hoed zijn 1 tot 3 millimeter groot. De zijdelings aan de hoed geplaatste korte steel is bruin en zwart tegen de basis aan. Er is een zeldzame vorm rostkovii bekend met trompetvormige centraal gesteelde hoeden.

De Zadelzwam komt verspreid over de gehele wereld voor maar minder richting de polen. De Nederlandse naam verwijst naar de gelijkenis met zadels. In Engelssprekende landen worden Zadelzwammen zeer poëtisch Dryad’s Saddle of Pheasant’s back genoemd. Een Dryad is in de Griekse mythologie een boomnimf terwijl Pheasant’s back refereert naar de rug van een fazant vanwege de bruine, concentrisch gerangschikte schubben van de hoed.

De vele buitenlandse websites met informatie over Zadelzwammen gaan vaak vergezeld van allerlei recepten om Zadelzwammen te bereiden voor consumptie. In Nederland wordt de culinaire waarde van de Zadelzwam een stuk minder hoog aangeslagen. De jonge hoeden zijn misschien nog eetbaar maar zitten vaak vol met allemaal kleine kevertjes. Oudere hoeden worden snel taai. De geur van Zadelzwammen is melig, komkommerachtig, de smaak is neutraal.

Jonge exemplaren van de Zadelzwam (foto: Martijn Oud)

De Zadelzwam groeit op dood hout waar ze witrot veroorzaken, slechts zelden zijn ze parasitisch op levend hout. De soort heeft een voorkeur voor stronken en stobben laag boven de grond, maar kan ook hoog in de bomen worden gevonden. Deze hoge exemplaren worden vaak gemist bij paddenstoeleninventarisaties.

Zadelzwammen hebben een voorkeur voor dood hout van Es, minder vaak van Iep, Wilg, Beuk en Els. Zadelzwammen worden weinig op Eikenhout gevonden. De Es komt van oudsher voor in Nederland. Tot voor kort werden door gemeentes nog veel Essen aangeplant vanwege bepaalde voordelen. Zo groeien ze snel en zijn ze goed bestand tegen luchtverontreiniging. Ook hadden Essen toen nog nauwelijks last van boomziektes. Anno 2014 is dat beeld geheel anders. Sinds een aantal jaren woedt de essentakziekte in volle hevigheid met desastreuze gevolgen voor de Es. Enige jaren geleden heeft de NMV hier nog melding van gemaakt via een natuurbericht en via allerlei regionale kranten en websites.

De essentakziekte wordt veroorzaakt door de teleomorf Vals essevlieskelkje (Hymenoscyphus pseudoalbidus), een ascomyceet. Het mycelium belemmert de sapstroom waardoor de bladeren afvallen, takken afsterven en uiteindelijk de hele boom. Vele Essen in recreatiebosjes, lanen, singels en parken moeten nu als verloren worden beschouwd en zullen geruimd moeten worden. De verwachting is dat hierdoor vele stronken en stammen van Essen achterblijven en dat is toevallig het favoriete substraat van de Zadelzwam. Zadelzwammen, maar ook een heel scala andere paddenstoelsoorten, zullen hier als opruimers nog jaren van kunnen profiteren. Tot de stronken zijn verteerd…

Tekst en foto’s: Martijn Oud, Nederlandse Mycologische Vereniging

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen