Nature Today

Extreem late broedgevallen van Koolmezen

Natuurpunt
8-NOV-2016 - Op 24 oktober werd in het Vlaams-Brabantse Wolfsdonk een nestkast met kleine koolmezenjongen aangetroffen. Dat is heel uitzonderlijk. Sindsdien kwamen er nog verschillende andere broedgevallen aan het licht. Dat is geen toeval meer.
Deel deze pagina

In de nestkast in Wolfsdonk waren 4 à 5 kleine jongen aanwezig. Op diezelfde dag werd er nog een bezet koolmezennest ontdekt in een nestkast in Kessel, daarin bleken drie jongen te zitten die bijna vliegvlug waren. Ook bij het vogelopvangcentrum in Merelbeke in Oost-Vlaanderen liepen foto’s binnen van een nest met nog kleine koolmezenjongen, zo meldde Vogelbescherming Vlaanderen. Op 30 oktober kwam alweer een nieuwe melding binnen van een paartje koolmezen dat druk in de weer was met het voeren van hun kroost in Attenrode-Wever in Vlaams-Brabant, die bleken in het laatste weekend van oktober te zijn uitgevlogen.

De normale broedtijd van Koolmezen start in België in april. Koolmezen hebben doorgaans slechts één broedsel per jaar. Wanneer een eerste legsel mislukt of word gepredeerd, komt er soms een vervanglegsel. In sommige jaren wagen paartjes zich aan een tweede broedsel. Die vinden plaats in juni of bij uitzondering in begin augustus. Maar broedgevallen in de herfst zijn de grote uitzondering. Naslagwerken vermelden dat er slechts weinig gevallen bekend zijn in Europa. Eén van die late broedsels vond plaats in Boortmeerbeek in oktober 1985. Het is dus niet ongekend, maar wel extreem uitzonderlijk.

Koolmees in een nestkast

Bij de eerdere koolmezenbroedsels dit jaar werd vastgesteld dat heel wat legsel mislukten en dat veel van de resterende broedsels zeer weinig jongen opleverden. In vele nestkasten stierven alle jongen. De belangrijkste oorzaak daarvan was de lange regenperiode die tot begin juli duurde. Daarna volgde een lange, warme en droge periode.

Toch lijken die bijzondere weersomstandigheden niet de verklaring van de recente broedgevallen. Dat gebeurt immers wel vaker.

Wat wel het verschil kan hebben gemaakt, is de ongeziene vruchtzetting (mast) van beuken. Vanaf begin september was er een extreme hoeveelheid aan beukennoten beschikbaar, waardoor de ‘oudjes’ probleemloos aan eten komen. De jongen zelf worden niet gevoerd met nootjes (die zijn te hard).

Terwijl Koolmezen zich in september doorgaans moeten voorbereiden om op trek te gaan, was dat dit jaar niet nodig. Ook in oktober niet. Koolmezen hadden dus tijd en energie zat en begonnen opnieuw te zingen.

Verder valt op dat dit late broeden enkel bij Koolmezen wordt vastgesteld, andere soorten houden zich blijkbaar netjes aan hun vaste broedseizoen en trappen niet in die val. Waarom we dit een ‘val’ noemen? Jongen die nu geboren worden, zullen wellicht de winter niet halen. De laatste jongen zullen wellicht binnen enkele dagen uitvliegen. Erg koud is het dan misschien nog niet, maar juveniele vogels vervangen weken na het uitvliegen de lichaamsveren. Het wat harige en weinig isolerende verenpak maakt dan plaats voor een volwaardige set veren. Zo’n rui vraagt veel energie en wanneer het binnenkort echt frisser en nat wordt tijdens het vervangen van veren, zal dat voor de meeste van deze dieren fataal zijn.

Tekst: Gerald Driessens en Marc Herremans, beide Natuurpunt
Foto: Jan van der Straaten, Saxifraga; Paul Helsen