Nature Today

Voor Nederland nieuwe ondersoort Steenbreekvaren ontdekt

FLORON
6-DEC-2016 - Dit jaar is er op vier plaatsen een voor Nederland nieuwe ondersoort van de Steenbreekvaren gevonden: Asplenium trichomanes subspecies pachyrachis. De ondersoort werd ontdekt door Sipke Gonggrijp in zijn hoedanigheid als validator op Waarneming.nl. Al spittend door het fotobestand met honderden foto’s van Steenbreekvaren werden op foto’s uit Gilze en Katwijk aan Zee afwijkende exemplaren ontdekt.
Deel deze pagina

Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes) is een kleine varen die, net als de meeste soorten van de Streepvarenfamilie, 's winters groen blijft. De bladeren kunnen ongeveer 20 centimeter lang worden en zijn enkel geveerd. De deelblaadjes zijn rond of enigszins langwerpig en zijn donkergroen van kleur. Op de onderkant zitten de sporenhoopjes die lijnvormig gerangschikt zijn langs de nerven en afgedekt zijn met een dekvliesje (indusium). In het tweede jaar vallen de deelblaadjes af. De bladsteel en hoofdnerf zijn zwart tot donkerbruin.

Steenbreekvaren is een kosmopoliet die overal in de gematigde streken voorkomt. In Nederland is de soort redelijk zeldzaam. Steenbreekvarens zijn vooral te vinden op oude, verweerde muren van historische gebouwen, maar ook op kademuren en vochtige tuinmuren. Daarnaast zijn basaltdijken ook plaatsen waar je ze kunt aantreffen. Op niet-stenige substraten is deze varen gevonden in de kalkrijke duinen, in bosgreppels en langs holle wegen. De naam doet gewelddadiger aan dan het ondiep wortelende plantje verdient. Ze staat op de Rode Lijst van bedreigde plantensoorten en is wettelijk beschermd.

De ondersoorten

Van oudsher zijn er in Nederland twee ondersoorten van Steenbreekvaren bekend: Asplenium trichomanes subsp. quadrivalens en Asplenium trichomanes subsp. trichomanes. De eerste is de algemeenste en een min of meer kalkminnende soort, al kan ze ook op een basisch tot zuur substraat voorkomen. Subspecies trichomanes heeft duidelijk de voorkeur voor meer zure milieus, zoals bosgreppels en boomvoeten. Deze ondersoort is ooit wel in Nederland gevonden, maar het is niet duidelijk of ze nog steeds in Nederland voorkomt. Beide ondersoorten worden in de laatste editie van onze standaardflora ‘Heukels’ niet meer als aparte ondersoorten onderscheiden.

De ondersoorten quadrivalens en trichomanes zijn op het oog lastig te onderscheiden. De ondersoorten verschillen wel van elkaar wat betreft chromosoomgetal. Subsp. trichomanes is diploïd (2n= 72) en subsp. quadrivalens is tetraploïd (2n=144). Met flowcytometrie, een methode waarbij de hoeveelheid DNA in celkernen van planten gemeten kan worden, zijn ze wel prima van elkaar te onderscheiden.

Asplenium trichomanes subsp. pachyrachis op tuinmuur in Katwijk aan Zee.

Asplenium trichomanes subsp. pachyrachis werd ontdekt op foto’s bij waarnemingen van Steenbreekvaren in Gilze en Katwijk aan Zee op waarneming.nl. De planten op de foto’s vielen op vanwege hun afwijkende groeivorm. Bij ondersoort pachyrachis liggen de meeste bladveren als het ware tegen het substraat aan en zijn de bladveren S-vormig gekromd. Daarnaast is de plant veelal kleiner, zijn de deelblaadjes grof getand en heeft ze vaak opvallende oortjes aan de basis van de deelblaadjes. Verschillen zitten ook in de donkere sporendoosjes (sporangia) die nadat ze openscheuren en de sporen eruit hebben gegooid, terugveren in hun oorspronkelijke vorm, in tegenstelling tot beide andere ondersoorten, waarbij na openspringen de sporendoosjes zich blijven strekken. Net als subspecies quadrivalens is subspecies pachyrachis een tetraploid (2n=144).

Onderkant deelblaadjes met sporangïen. Links Asplenium trichomanes subsp. quadrivalens, rechts Asplenium trichomanes subsp. pachyrachis.

Meer groeiplaatsen wachten op ontdekking….

Na de ontdekking op foto’s kon het voorkomen van de ondersoort definitief bevestigd worden door een bezoek aan beide locaties, waarbij materiaal werd verzameld. Op de groeiplaats in Gilze bleken vele honderden exemplaren te groeien. Het is waarschijnlijk dat een groeiplaats van dergelijke omvang al geruime tijd bestaat, maar tot nu toe nooit is opgemerkt. Subspecies pachyrachis komt in heel Europa zeldzaam voor maar heeft over het geheel een meer zuidelijke verspreiding dan beide andere ondersoorten. Het is dan ook een echte verrassing dat ze nu in Nederland opduikt. Mogelijk is dat toe te schrijven aan de klimaatverandering, maar dat is in dit geval lastig te onderbouwen. Nu er meer bekend is over het voorkomen en de kenmerken van subsp. pachyrachis zal mogelijk het aantal vondsten in Nederland de komende jaren toenemen. Dit najaar zijn er in Haarlem en Amsterdam al groeiplaatsen van deze ondersoort ontdekt.

Asplenium trichomanes subsp. pachyrachis op muur begraafplaats in Gilze.

Onze muurvarens komen onder druk te staan met de invoering van de nieuwe Wet Natuurbescherming. Muurvarens als Steenbreekvaren, Zwartsteel en Tongvaren verliezen hun beschermde status. Wie meer wil weten over Steenbreekvarens of wil bijdragen aan onderzoek en het in kaart brengen van de verspreiding van muurplanten kan op deze websites meer informatie vinden: Flora von Deutschland en Floron.

Tekst en foto's: Sipke Gonggrijp, Floron