Een vampier in het water: de rivierprik in de Grift

Provincie Gelderland, Stichting RAVON, Waterschap Vallei en Veluwe
8-APR-2020 - De migratie van rivierprik door het Apeldoorns Kanaal en de Grift is afgelopen winter onderzocht. Aan de hand van in totaal 95 gezenderde rivierprikken is gekeken waar zich migratieknelpunten bevinden en in hoeverre deze barrières vormden. Zo kunnen gericht maatregelen genomen worden ter bevordering van deze beschermde trekvis in Nederland.
Deel deze pagina

Levenscyclus

De rivierprik is een kaakloze oervis die al 360 miljoen jaar voorkomt. In Nederland zijn maar een paar plekken bekend waar de soort zich voortplant: in enkele zijbeken van de Maas in Limburg, de Drentsche Aa en op zeer beperkte schaal in de Grift. In hun geboortebeek verblijven de jonge priklarven enkele jaren in zachte bodems. Ze voeden zich door het water te filteren. Na enkele jaren zijn ze groot genoeg en ontgroeien ze het larvenstadium. Ze trekken dan naar de grote rivieren en de zee, waar ze verder opgroeien. Rivierprikken zijn parasitair en zuigen zich om te voeden vast aan grotere vissen. Ze hebben een mondschijf met rijen van scherpe tanden waarmee ze bloed en weefsel tot zich nemen. Niet voor niets heeft deze soort, net als de zeeprik, de grotere broer, de bijnaam van vampiervis! Na drie jaar bloed zuigen zwemmen ze terug de rivieren op om in de beken te paaien, en is de cirkel rond. Hierbij worden ze aangetrokken door een lokstroom van feromonen, uitgescheiden door vooral larven van de soort, maar ook door die van een andere prikkensoort, de beekprik. Deze ‘geur’ heeft een sterke werking: rivierprik voelt de drang naar de bron van deze geurstoffen te migreren.

Volwassen rivierprik

Migratieknelpunten

Rivierprik ondervindt tijdens de migratie vaak tal van blokkades op de route. Doordat in Nederland het waternetwerk zo sterk gereguleerd is, botst de rivierprik als ‘zwakke zwemmer’ vaak op meerdere barrières op weg naar de paailocatie, en omgekeerd naar zee. Rivierprik is daarom in de afgelopen honderd jaar achteruit gegaan en staat als gevoelig op de Nederlandse Rode Lijst. Om de rivierprik te helpen voortbestaan worden knelpunten geïdentificeerd en opgelost. Sinds een aantal jaar is bekend dat rivierprik ook het systeem van het Apeldoorns Kanaal en de Grift opzwemt om te paaien. Duidelijk is dat hier ook een aantal stevige knelpunten liggen en dat het paaisucces minimaal is. Daarom is een samenwerking gestart tussen de provincie Gelderland, Waterschap Vallei en Veluwe en Stichting RAVON om de knelpunten en mogelijke maatregelen in kaart te brengen. De rivierprikken worden aangetrokken door beekprikpopulaties in de beken en sprengen van de Veluwe, onder andere in de Smallertse Beek. Rivierprikken die vanaf de IJssel het systeem optrekken, komen een onneembare waterkrachtcentrale (WKC) en meerdere stuwtjes tegen.

Overzicht van het onderzoeksgebied met in inzet, ter oriëntatie, Provincie Flevoland ten westen. Op de hoofdkaart de locaties van belang: de WKC bij de Oude Grift, de stuwtjes en de monding van de Smallertse Beek. Stromingen van de Oude Grift (rood), het Apeldoorns Kanaal (blauw), de Grift (groen), de Smallertse Beek (roze) en de IJssel (geel) zijn schematisch weergegeven

Chippen en detecteren

Om na te gaan hoe rivierprikken het systeem op trekken, hebben we bij de eerste barrière vanaf de IJssel, de WKC, elektrobevissingen uitgevoerd. Het bleek dat de rivierprikken zich hier in de Oude Grift, benedenstrooms de WKC, opgehoopt hadden. We hebben 95 rivierprikken gevangen en voorzien van een zender (PIT-tag), een vergelijkbare methode als waarmee huisdieren worden gechipt. De prikken zijn tijdens de paaitrek in december 2019 bemonsterd en daarna bovenstrooms van de WKC weer losgelaten. Bij de stuwen in de Grift, zo’n negen kilometer stroomopwaarts, zijn detectieantennes geplaatst om de prikken te kunnen signaleren. Hier kwam 28 procent van de gezenderde rivierprikken na korte tijd aan. Hoewel ze meerdere pogingen ondernamen, is het deze prikken niet gelukt de stuwen te passeren. Het verder stroomopwaarts trekken is essentieel, aangezien de meerderheid van de paaigronden zich daar bevindt. Het is duidelijk dat een vismigratievoorziening op deze locatie een sterk duwtje in de rug zal zijn voor de rivierprik.

Het vangen en zenderen van rivierprikken in de Oude Grift. Bron: Matthijs de Vos & Stichting RAVON

 

Links: close-up van een 23 mm lange PIT zender. Rechts: Opstelling van een detectiestation met één antenne op een stuwtje in de Grift (Bron: Jeroen Tummers)  

Blik vooruit

Op dit moment worden er plannen opgesteld voor uitbreiding van dit onderzoek. We willen volgend migratieseizoen in meer detail kijken hoe ver rivierprik het systeem op wil migreren en waar de soort tot paai komt. Dat kan door het aantal te zenderen rivierprikken te verhogen, het aantal detectiestations uit te breiden en potentiële paaigronden met mobiele antennes systematisch te scannen. Op deze manier kunnen gerichte maatregelen worden onderbouwd om de soort een echte kans te geven in het systeem van de Grift.

Dit onderzoek werd uitgevoerd door Stichting RAVON in opdracht van Provincie Gelderland en in samenwerking met Waterschap Vallei en Veluwe.

Tekst: Jeroen Tummers, Stichting RAVON; Margreet Brouwer en Robbin Buitink, Waterschap Vallei en Veluwe; Joost van Kuijk, provincie Gelderland
Foto's: Jelger Herder & Jeroen Tummers, Stichting RAVON.
Video: Matthijs de Vos & Stichting RAVON

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen