De juchtleerkever, een verdwenen gewaande kluizenaar herontdekt

Bureau Natuurbalans-Limes Divergens, EIS Kenniscentrum Insecten, GaiaZOO
12-OKT-2020 - Begin augustus is voor het eerst sinds 74 jaar weer een populatie van de juchtleerkever gevonden in Nederland. Deze zeldzame kever leeft verborgen in grote holle bomen. De juchtleerkever en zijn leefgebied zijn strikt beschermd door opname in de Habitatrichtlijn.
Deel deze pagina

Van de juchtleerkever (Osmoderma eremita) zijn veertien historische vindplaatsen bekend in Nederland en de laatste waarneming stamt uit 1946, uit Zuid-Limburg. Per toeval is de kever begin augustus door dierverzorgers gevonden in GaiaZOO, te Kerkrade. Het dier zat op een pad, vlak bij een enorme holle, geknotte en thans dode schietwilg. Gerichte zoektochten in de daaropvolgende periode leverden nog enkele exemplaren op die zich alle in dezelfde wilg bevonden. In de directe omgeving zijn nog meer potentieel geschikte bomen, maar tot nu toe zijn hier geen kevers gevonden.

Boom in GaiaZOO waar de juchtleerkever aanwezig is

Leefwijze

De juchtleerkever leeft in molm in holtes van dikke loofbomen. De soort is behoorlijk kieskeurig: de houtmolm moet in een flink volume voorkomen, constant vrij vochtig zijn, een behoorlijke temperatuur hebben en de juiste schimmels bevatten. Door de behoefte aan warmte worden bijna altijd levende bomen bewoond die in halfopen biotopen (boomgaarden, bosranden) staan. Het is niet verwonderlijk dat sinds oude, staande holle bomen erg zeldzaam zijn geworden, de juchtleerkever dat ook is.

Heremiet

Dat de juchtleerkever zelden wordt waargenomen heeft niet alleen met zijn zeldzaamheid te maken: de kever leeft zeer verborgen. De larven leven drie tot vier jaar in de molm, tot wel een meter diep. Zelfs de volwassen kevers komen niet tot nauwelijks uit hun broedboom en planten zich voort op exact dezelfde locatie als waar ze zijn geboren. Slechts een klein deel van een populatie verlaat de boom waarin ze zijn geboren om in een andere boom eieren af te zetten. De dieren die een andere plek opzoeken verplaatsen zich daarbij zelden meer dan een paar honderd meter. Ze zijn dus extreem plaatstrouw, vandaar de soortnaam eremita, wat heremiet (kluizenaar) betekent.

Juchtleerkever

Een populatie kan zich generatie na generatie in één en dezelfde boom ophouden en deel uitmaken van een metapopulatie, die zich in vergelijkbare bomen in een straal van enkele honderden meters van elkaar bevindt. Dat is precies wat de soort bijzonder kwetsbaar maakt voor habitatverlies en -versnippering.

Bescherming

De juchtleerkever is wettelijk strikt beschermd door vermelding in de Europese Habitatrichtlijn. Ze staat in bijlage II en IV. Dat eerste betekent dat (indien de juchtleerkever daadwerkelijk gevestigd blijft) speciaal voor de soort beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden) aangewezen moeten worden. Opname in bijlage IV betekent dat de soort én de voortplantings- en rustplaatsen beschermd zijn. Om deze wettelijke bescherming te garanderen, zullen er op korte termijn in de omgeving van de vindplaats (en best ook op de historische vindplaatsen) inventarisaties uitgevoerd moeten worden om de exacte verspreiding in kaart te brengen.

Om de verspreiding van de juchtleerkever in kaart te brengen, zijn soms avontuurlijke inventarisaties noodzakelijk

Om de juchtleerkever te behouden en te stimuleren zijn verschillende maatregelen mogelijk. In de eerste plaats is de aanwezigheid van grote, staande, holle bomen in een hoge dichtheid noodzakelijk, die beschermd en behouden moeten worden. De holtes moeten van voldoende omvang zijn; denk hierbij aan een inhoud van duizenden liters molm. Uit onderzoek blijkt dat de meest geschikte bomen minimaal een meter in diameter zijn. Eiken en beuken bereiken deze omvang pas na zo’n honderdvijftig jaar, maar wilgen en populieren bereiken een dergelijke omvang veel sneller. Bovendien moeten met vooruitziende blik bomen worden bevoordeeld zodat ook toekomstige potentiële broedbomen voor de juchtleerkever nu al beschermd worden. Hierbij moet steeds de ruimtelijke spreiding in de gaten gehouden worden. Om een duurzame metapopulatie in stand te houden, moeten verschillende broedbomen telkens op korte afstand van elkaar aanwezig zijn.

Herkomst?

Het is natuurlijk de vraag hoe het komt dat de juchtleerkever opeens weer opduikt in Zuid-Limburg. Het is zeker niet uit te sluiten dat de soort nooit is weggeweest en in lage dichtheid of uitermate lokaal heeft standgehouden. GaiaZOO hecht veel waarde aan het behoud van lokale biodiversiteit en besteedt hier in de dierentuin veel aandacht aan. Het in stand houden van het relatief wilde, vochtige bosje waar betreffende wilg in staat hoort valt hier ook onder. Het is ook mogelijk dat GaiaZOO recent is gekoloniseerd door kevers uit de directe omgeving. Net over de grens in Duitsland is namelijk een populatie van de juchtleerkever bekend langs de Amstelbach. In 2004 en 2005 zijn in de omgeving van deze populatie zwervende exemplaren gevonden. Mogelijk is de soort geholpen door enkele warme zomers op rij, en wellicht hebben meer kevers de neiging gehad om te gaan vliegen. Toekomstig onderzoek in de (nabije) omgeving moet uitwijzen of er meer oude holle bomen zijn met een populatie juchtleerkevers.

Tekst: Anke Brouns; Jinze Noordijk, EIS Kenniscentrum Insecten; Rob Felix, Natuurbalans–Limes Divergens; Minke Geense, GaiaZOO
Foto’s: Rob Felix; Theodoor Heijerman; Jinze Noordijk

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen