Newborough Warren in Wales, Engeland

Zandinstuiving verzacht effecten stikstof in duingraslanden

KWR Water Research Institute
1-DEC-2020 - De komende jaren worden in Natura 2000-gebieden veel maatregelen genomen om de negatieve effecten van teveel stikstof op de natuur te verzachten. In duingraslanden is het effect onderzocht van instuiving van zand. Hieruit blijkt dat instuiving werkt voor herstel van de vegetatie. Er is echter geen positief effect op de stikstofhuishouding in deze gebieden.
Deel deze pagina

In 2018 en 2019 is in opdracht van waterbedrijven onderzoek gedaan naar de effecten van verstuiving in duingraslanden als maatregel om negatieve effecten van een hoge stikstofdepositie te verzachten. Het onderzoek werd uitgevoerd door KWR Water Research Institute, Universiteit van Amsterdam en Center for Ecology and Hydrology.

Kleinschalige verstuiving van kalkrijk zand kan worden bevorderd door het activeren van stuifkuilen met lokaal plaggen of afgraven. Zulke ingrepen worden de komende tijd in veel duingebieden door natuurbeheerders uitgevoerd. Tijdens het onderzoek zijn bestaande plekken met instuiving bij actieve stuifkuilen vergeleken met plekken die decennialang geen instuiving hebben gehad. Er is gekeken naar effecten op de afbraaksnelheid van organische stof, stikstofhuishouding (voorraden, het vrijkomen van stikstof bij afbraak van organische stof, uitspoeling), productiviteit en soortensamenstelling van de vegetatie. Omdat bij een aanhoudend hoge toevoer van stikstof het hersteleffect van een maatregel kan worden beperkt, is ook een vergelijking gemaakt tussen gebieden met een hoge en met een lage stikstofdepositie.

Verstuiving in duingraslanden

Gemiddeld aandeel mossoorten in duingraslandplots zonder (C) en met (S) instuiving van kalkrijk zand. Links in Nederland (NL) en rechts in Wales (W). Bij verstuiving zijn er meer basenminnende soorten (blauw) en minder zuurminnende soorten (rood)De effecten van instuiving zijn onderzocht in de Amsterdamse Waterleidingduinen in Zuid-Holland (hoge stikstofdepositie) en in Newborough Warren in Wales (lage stikstofdepositie). In beide gebieden zijn oude duingraslanden met instuiving vergeleken met controlelocaties die lange tijd geen instuiving van zand hebben gehad.

Uit de resultaten blijkt dat zwakke instuiving geen invloed heeft op de hoeveelheid stikstof die vrijkomt bij de afbraak van organische stof. In het Nederlandse duingebied is de bodemtoplaag bij lichte instuiving duidelijk minder zuur dan op controlelocaties. Ook zorgt lichte instuiving voor een hogere bedekking van basenminnende mossen en een lagere bedekking van zuurminnende mossen. De uitkomsten laten zien dat het positieve effect van de maatregel in Nederland werkt via verhoging van de zuurgraad (pH) in duinbodems die sterk waren verzuurd. Een verhoging van de zuurgraad (pH) betekent dat de bodem minder zuur, en dus basenrijker, wordt.

Bemonstering van de vegetatie in een duingrasland. De kooien sluiten begrazing uit, waardoor hierbinnen de bovengrondse productiviteit van de vegetatie kan worden gemeten

Effecten van hoge en lage stikstofdepositie

Opvallend is dat de afbraak van organisch materiaal in de bodem in Wales (weinig stikstofdepositie) sneller verloopt dan in Nederland (veel stikstofdepositie), terwijl in beide gebieden toch evenveel stikstof uit de bodem vrijkomt. In Nederland komt bij dezelfde hoeveelheid afgebroken organisch materiaal dus meer stikstof vrij. Dit patroon kan te maken hebben met verschillen in zuurgraad van de bodemtoplaag, beschikbaarheid van fosfor en mogelijk ook de samenstelling en het functioneren van de microbiologische gemeenschap (de aanwezige schimmels en bacteriën).

Mossen hebben in Nederland een hoger stikstofgehalte en ook vaak een grotere biomassa dan in Wales. Ze spelen daardoor een grotere rol in de stikstofcyclus. De Nederlandse duingraslanden hebben een variabele stikstofuitspoeling naar het grondwater. Gemiddeld genomen ligt deze hoger dan in Wales. Dit duidt erop dat in het Nederlandse gebied duingraslanden nog steeds een overvloed aan stikstof hebben. In Nederland is het aandeel van grassen hoger en van kruiden geringer, in Wales zijn de kruiden belangrijker. Mogelijk is dit een effect van het verschil in de hoeveelheid stikstof die neerslaat in de gebieden.

Links neerslag (depositie) en uitspoeling naar het grondwater van stikstof. Rechts de hoeveelheid stikstof die vrijkomt bij afbraak van organische stof in duingrasland. Zonder (C) en met (S) instuiving van kalkrijk zand in Nederland (NL) en Wales (W)

Implicaties voor beheer en beleid

Het Nederlandse natuurbeleid richt zich sterk op de aanpak van het stikstofprobleem voor de natuur door grootschalige toepassing van mitigerende (verzachtende) maatregelen in natuurterreinen. Deze maatregelen zijn in gang gezet. Ondertussen wordt geleidelijke verlaging van de stikstofdepositie nagestreefd, maar de laatste jaren stagneert dit. Het onderzoek laat zien dat voor herstel van de vegetatie in duingraslanden het bevorderen van instuiving helpt. Alhoewel de maatregel dus werkt voor herstel, heeft deze geen positief effect op de stikstofhuishouding. De hoge stikstofdepositie heeft nog steeds invloed op de vegetatie. Hoe dit zit voor de vele andere mitigerende maatregelen waarvan een gunstig effect op de stikstofhuishouding wordt verondersteld, is nauwelijks onderzocht. Daarom is het wenselijk hier meer inzicht over te vergaren. Het inzetten van maatregelen in natuurgebieden is zinvol voor ecologisch herstel, maar de negatieve invloed van een hoge stikstofdepositie moet vooral worden aangepakt door een vermindering van de stikstofvervuiling.

Meer informatie

Tekst: Camiel Aggenbach, KWR Water Research Institute en Luc Geelen, Waternet
Foto's: Luc Geelen
Figuren: Camiel Aggenbach