De Naad van Brabant: unieke plantenrijkdom in smal gebied

FLORON
26-JAN-2021 - In het noorden van Brabant ligt op de overgang van de hoge zandgronden naar de lager gelegen kleipolders de zogenaamde Naad van Brabant. Door de grote variatie in bodems, het opkwellende diepe grondwater en het agrarisch gebruik was de Naad begin vorige eeuw één van de soortenrijkste gebieden van Nederland. Ontdek het zelf!
Deel deze pagina

Ligging van de Naad van Brabant. Geel = zandgrond; groen = kleigrond; oranje = Naad van BrabantIn een groot deel van de provincie Noord-Brabant komt een kwelzone voor op de grens van de hoge pleistocene zandgronden naar de holocene kleipolders. Regenwater dat op de zandgronden in zijgt komt via grondwaterstromen als basenrijk kwelwater in deze zone boven. Door de permanent natte omstandigheden is er in deze kwelzone in het verleden op uitgebreide schaal veenvorming opgetreden. De Naad van Brabant ligt tussen de Oosterschelde en Oss. Er liggen talrijke bijzondere floristische natuurgebieden in met zeldzame plantensoorten.

Schematisch overzicht van de grondwaterstromen in de Naad van Brabant

Kwelwater en waterpeil bepalend voor gebruik land en flora

Wie kijkt op historische topografische kaarten ziet dat op de zandgronden van West-Brabant de akkerpercelen lagen en in 'De Naad' vooral hooiland (hier beemden genoemd), maar ook nog woeste gronden van het voormalige veenlandschap. In de toenmalige beemden is een smalle perceelsverkaveling te zien met slootjes eromheen. Het waterpeil in de beemden volgde het waterpeil van de sloten; alleen in de zomer kon er gehooid worden en was er sprake van nabeweiding met vee als de beemden droog genoeg waren. Van de Hoevense Beemden is bekend dat boeren van de zandgronden hier percelen kochten of pachtten, zodat ze voldoende hooi voor de winter hadden. De oude verkaveling is in de Ettense Beemden bij Kelsdonk en het Zwermlaken nog te zien.

Floristische pareltjes in (voormalig) agrarisch gebied

De turfputten in het Halsters Laag zijn op de topografische kaart van 1897 nog goed te zien

Van de meeste vroegere beemden is weinig meer te zien; ruilverkaveling heeft er grote percelen van gemaakt en sloten zijn gedempt. De enige gebieden waar men de vroegere bijzondere floristische waarden nog kan vinden, is in de natte natuurgebieden van Staatsbosbeheer: Halsters Laag, Gastels Laag, het hiervoor al genoemde Kelsdonk en Zwermlaken, De Berk en Het Strijpen, Weimeren, Rooskensdonk en Hooijdonk. Het Industrieterrein Borchwerf met grote waterbergingen in de gemeenten Roosendaal en Halderberge kan met goed beheer een floristisch pareltje worden op De Naad; er groeit al Schildereprijs. Daar waar geen natuurgebieden liggen, is in sloten van het boerenland de kwel nog steeds aanwezig met hier en daar relictpopulaties van Holpijp en Waterviolier. Ook Klimopwaterranonkel heeft hier een thuis.

Al bijna twee eeuwen kijken botanici rond in deze gebieden, met name Jan Sloff (1892-1979) (pdf; 1 MB) heeft hier heel veel materiaal verzameld voor zijn herbarium. Deze zijn nu ontsloten via het BioPortal van Naturalis. Van het Halsters Laag en de Veenen (nu onderdeel van industrieterrein Borchwerf in Roosendaal) heeft Sloff materiaal verzameld. Je kunt je nu bijna niet voorstellen dat er vroeger onder dit industrieterrein Sterzegge, Waterdrieblad, Brede orchis en Wateraardbei groeiden.

In het Halsters Laag is gelukkig nog veel bewaard gebleven. Het Laag maakt deel uit van het vroegere inundatiegebied van de Zuiderwaterlinie om de stad Bergen op Zoom te beschermen tegen vijandelijke invallen. Het gebied ligt in een laagte (mogelijk een smeltwaterdal uit de ijstijd) tussen twee zandruggen. Hierin kon zich een dik pakket veen vormen. De veenlaag was hier en daar twee tot drie meter dik en werd vanaf de dertiende eeuw afgeveend ten behoeve van de turfwinning; slechts enkele restjes veen zijn nog over. 

Walhalla voor bijzondere en zeldzame plantensoorten

Klein glidkruid in het Halsters Laag

De ontwatering van het Halsters Laag kwam pas op gang vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw. Resterende veenlagen verdroogden en klonken in. Om de verdrogingseffecten in het gebied tegen te gaan, is een groot deel van het ingeklonken veen afgegraven zodat kwelwater in de wortelzone van de vegetatie kan komen. Alleen een perceel met Galigaan en een perceel met Spaanse ruiter en Hondsviooltje zijn niet afgegraven. Na het verwijderen van de bovenlaag kwam de oude zaadbank tevoorschijn en konden planten kiemen. Met resultaat! Eén van de eerste soorten die terugkwam was Teer guichelheil. Inmiddels zijn er veel zeldzaamheden te zien in de percelen en sloten: Draadzegge, Moeraskartelblad, Klein glidkruid, Gesteeld glaskroos en Pilvaren.

Het Gastels Laag ligt in de voormalige gemeente Oud-Gastel, maar qua ligging dichterbij Oudenbosch. De overgang tussen laag en hoog is hier duidelijk, met aan de zuidzijde van het gebied de Heinsberg, terwijl een deel van het natuurgebied onder zeeniveau ligt. Om verdroging tegen te gaan is hier in 1995 de bodem tot op de oude veenlaag afgegraven. Voor het afgraven kwam Spaanse ruiter nog maar op één perceel voor. Door het afgraven is het gelukt om deze soort op veel plekken in het terrein terug te krijgen; het komt nu voor op elf percelen. Moeraskartelblad domineerde de eerste jaren grote delen van het natuurgebied, het is er nog steeds aanwezig maar de aantallen zijn minder. Brede en Rietorchis hebben er een plek, net als Stomp fonteinkruid, Wateraardbei, Koningsvaren en (je moet er wel voor zoeken) Veenreukgras. Het is de enige groeiplaats ten westen van Breda die er van deze laatste soort nog over is. In verzuurde delen vind je ook Kleine zonnedauw en Veenpluis.

Spaanse ruiter in Gastels Laag

Verder richting de Mark, tussen Etten-Leur en Prinsenbeek, liggen een hele reeks van kleine natuurgebieden, zoals De Berk en Het Strijpen, Weimeren, Rooskensdonk en Hooijdonk. In deze gebieden worden nu werkzaamheden uitgevoerd ter verbetering van waterhuishouding en natuurrealisatie. Er komen meer dan 25 zeggensoorten in deze gebieden voor. Het is een goede plek om Stijve zegge, Bleke zegge, Draadzegge, Elzenzegge en Blaaszegge te leren herkennen. In de sloten zijn diverse waterplanten aanwezig, zoals Waterviolier, Vlottende bies, Brede waterpest, Pilvaren, Stomp en Spits fonteinkruid. Zeldzamer zijn Ongelijkbladig fonteinkruid en Stijve moerasweegbree.

Voor iedere florist en natuurliefhebber is er veel te leren en zien in de Naad. Met werk in uitvoering in de Weimeren en een industrieterrein tussen Roosendaal en Halderberge wat in ontwikkeling is, valt er de komende jaren vast nog meer te ontdekken!

Dit natuurbericht is het tweede in de reeks 'Streekeigen flora', waarin floristen uit heel Nederland vertellen over de kenmerkende flora van hun regio. Het eerste natuurbericht ging over de Krimpenerwaard. In deze reeks willen we kennis en ervaring over de unieke gebiedseigen flora delen in de discussie over het al dan niet inzaaien van planten in het buitengebied.

Tekst: Petra van der Wiel, FLORON, district Brabant Markiezaat
Foto's: Petra van der Wiel (leadfoto: teer guichelheil); brabantinzicht.nl; RIVM; Topotijdreis.nl

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen