gele hommelroofvlieg kijkt uit over insectentuin - eenmalig gebruik

“Als je op de kleintjes let, gaat het met de groten ook goed!”

Provincie Noord-Brabant
1-FEB-2021 - “Zie je een ooievaar langs de snelweg, dan weet je dat het nabijgelegen gebied duurzaam wordt onderhouden. Een ooievaar landt waar kikkers zijn. En die zijn er alleen als er eten is, zoals muggen, vliegjes, motjes, libellen. De basis moet goed zijn. Dan volgt de rest vanzelf.” De filosofie van Jap Smits, 41 jaar boswachter bij Staatsbosbeheer, is duidelijk. Sinds dit jaar is hij met pensioen.
Deel deze pagina

“Ik hoef nooit meer te werken, maar mag nog van alles doen,” lacht Jap Smits, bekend als amateur-entomoloog bij Staatsbosbeheer die álles weet van insecten. Hij is de drijvende kracht achter de insectentuin op de Strabrechtse Heide ten zuidoosten van Eindhoven. Zijn dagelijkse werk mag dan voorbij zijn, zijn missie staat nog steeds. “Het gaat slecht met de insecten. Zij zijn de basis van ons ecosysteem en verdienen meer aandacht. Met ecologisch advies over heidebeheer en beheer van graslanden, wil ik het belang van insecten wat meer tussen de oren krijgen bij organisaties. Neem bijvoorbeeld golfbanen. Er valt nog een wereld te winnen als deze terreinen duurzamer en insectvriendelijker worden ingericht en onderhouden. Golfers willen graag hun sport in het groen uitoefenen. Wat is er dan leuker dan tussen mooie vlinders een balletje te slaan en de basis te leggen voor duurzamere natuur?”

De insectentuin op de Strabrechtse Heide

In 2013 was Jap Smits betrokken bij de aanwijzing van de Strabrechtse Heide tot insectenreservaat. De Strabrechtse heide bestrijkt zo’n 1800 hectare waarvan de insectentuin ongeveer 18 are meet. Inmiddels is er een drukbezochte insectentuin. Jap Smits: “Met relatief weinig middelen hebben we een klein paradijsje geschapen voor de meest uiteenlopende insecten, van wilde bijen tot zeldzame vlinders. We hebben er informatiebordjes neergezet, geven rondleidingen en er gaat sinds kort een prachtig rolstoelpad vanuit de insectentuin de heide op.

Het rolstoelpad in de insectentuin

Omdat de heide zo dicht bij de tuin is, kun je daar ook heel veel van de kenmerkende heide-insecten vinden.” Voor Jap is het belangrijk dat je in de insectentuin de kennis kunt opdoen, waarna je op de heide verder kunt kijken en op onderzoek uit kunt gaan. “Als je weet waar je naar zoekt of naar kijkt, wordt de beleving groter,” vindt Jap. “Natuurbeheer kost kennis en inspanning, en met een grotere beleving raak je vanzelf meer betrokken. Als je weet waarom natuurbeheerders bepaalde maatregelen uitvoeren, worden dingen inzichtelijker.”

De kaboutertafel in de insectentuin

Zonder muggen geen zwaluwen

Insecten zijn de basis van een gezonde natuur. Jap: “Mensen vinden insecten vaak eng of niet zo interessant. Bij muggen denken ze alleen aan steekbeestjes. Maar zonder muggen zouden er geen zwaluwen zijn. Een zwaluwenpaartje met jongen heeft per dag minstens zevenhonderd muggen nodig om in leven te blijven. Een mug is voor een zwaluw een eiwitrijk voedselbolletje. Kijk, dan vinden we misschien de muggen niet leuk, de zwaluwen wél. En daar hebben we dus toch die muggen voor nodig. Insecten zijn vaak het bulkvoer voor andere dieren. Het hele ecosysteem wordt gevoed met insecten. Zouden we alleen maar zeldzame vlinders hebben, dan zou de nachtzwaluw uit de lucht vallen van de honger. Wij vinden het niet leuk om heel ver naar een supermarkt te moeten voor ons eten. Dieren willen hun voedsel ook dichtbij huis kunnen vinden. Juist daarom is een gezonde natuur om ons heen heel belangrijk.”

Zonder sprinkhanen geen ooievaars

MoerassprinkhaanEen ander voorbeeld noemt Jap de ooievaar. “Er is een tijd geweest dat we bar weinig ooievaars hadden in Nederland. Maar omdat we de graslanden beter beheren en minder gif gebruiken, komt nu langzaam de ooievaar weer terug. Een ooievaar landt waar hij voedsel vindt. En dat zijn echt niet alleen de kikkers, hoewel een ooievaar daar verzot op is. Ze eten net zo graag grote insecten, bijvoorbeeld de moerassprinkhaan.” En zo is volgens Smits de kringloop weer rond: als het beheer van de graslanden duurzaam wordt ingericht, komen er vanzelf meer insecten. En met die insecten volgen natuurlijk de insecteneters, zoals de kikkers, mollen en muizen. Die op hun beurt weer een heerlijk maaltje zijn voor de grotere dieren als de ooievaar en torenvalken. Maar ook de steenuil, kerkuil en natuurlijk de das, vos, egel en kleine roofdiertjes als bunzing en wezel, profiteren ervan.

Roofvogels langs de weg

“Als je dus straks een prachtige roofvogel op een paal langs de weg ziet zitten, weet je dat er voedsel voor hem is. En dan weet je dus, dat er duurzaam maaibeheer wordt toegepast. Het is helemaal niet moeilijk. Het vraagt alleen een beetje opletten wanneer je maait en hoe je dat doet. Het is net zo veilig voor de weggebruiker, maar het helpt de kleine dieren in hun bestaan. Met de insecten volgen de muizen, hagedissen, slangen. En daarna genieten wij van de roofvogels langs de weg,” geniet Jap Smits van alleen al het idee.

Tekst: Annelies Cuijpers, provincie Noord-Brabant
Foto's: Jap Smits (leadfoto: gele hommelroofvlieg kijkt uit over insectentuin)