Rennende bunzing

Bunzing, hermelijn en wezel: verborgen bestrijders van plaagdieren

Marterstichting
19-NOV-2021 - Bunzing, hermelijn en wezel zijn dieren die bijna iedereen wel kent, maar waar bijna niemand iets van weet. Het nieuwe boek van Edo van Uchelen brengt hier verandering in. Wist je bijvoorbeeld dat het kleinste roofdier ter wereld in Nederland voorkomt? De wezel hoort met bunzing en hermelijn bij de kleine marterachtigen. Deze kleine roofdieren hebben één probleem: je ziet ze bijna nooit.
Deel deze pagina

Cover van het boek 'Bunzing, hermelijn en wezel' Roofdieren beleven een heuse comeback in ons land. Otter, zeearend, wilde kat en wolf zijn terug van weggeweest. Deze soorten krijgen veel aandacht in de media, het zijn vlaggensoorten. Maar er is iets vreemds aan de hand. In Nederland komen zeven soorten marters voor, ze vormen de grootste groep roofdieren van ons land. Otter, das en boommarter zijn in beeld, maar de kleintjes krijgen nauwelijks aandacht.

Bunzing, hermelijn en wezel (de kleine roofdieren) zijn de ondergeschoven kindjes van onze natuurwereld. Ze hebben een verborgen, heimelijke levenswijze en bij veel mensen een slechte reputatie. Dat is jammer want het zijn prachtige, intelligente dieren. Als biologische bestrijders van ratten en muizen vervullen ze een essentiële taak in onze natuur, maar krijgen daar niet de waardering voor die ze verdienen. Tijd om daar verandering in te brengen!

Onbekend maakt onbemind

Bunzing, hermelijn en wezel worden steeds minder vaak gezien. Het gaat niet goed met ze. Ze hebben een heimelijke leefwijze, zijn nauwelijks zichtbaar en niet goed te inventariseren. Harde gegevens ontbreken en daarom zijn ze in de meeste provincies niet eens beschermd. Hun verborgen en onbekende leefwijze maakt ze blijkbaar onbemind.

Dat is jammer want als plaagdierbestrijders vervullen ze een belangrijke rol, waar zeearend, otter, wilde kat of wolf niet aan kunnen tippen. Anders dan deze grote roofdieren zijn bunzing, hermelijn en wezel gespecialiseerd in het vangen van ratten en muizen en kunnen ze met hun flexibele, langgerekte lichaam knaagdieren tot in hun holen achtervolgen.

Kleine roofdieren eten vooral knaagdieren, hun stapelvoedsel

Biologische bestrijders van plaagdieren

Bunzing, hermelijn en wezel zijn felle roofdieren. Ze combineren snelheid met kracht en behendigheid. Wie wel eens een jagende wezel of hermelijn heeft geobserveerd zal dat niet snel vergeten! Met souplesse en elegantie verschalken ze hun prooidieren, blijkbaar zonder enige moeite. Muizen en ratten worden snel en effectief opgeruimd. Het zijn bovendien ‘surplus killers’, ze doden meer prooien dan ze op kunnen eten. Op die manier voorkomen ze onnatuurlijke pieken (plagen) van knaagdieren, niet alleen door (over)predatie maar ook doordat knaagdieren zich onveilig voelen waardoor hun voortplanting wordt afgeremd. Nu het gebruik van schadelijke rodenticiden (muizen- en rattengif) steeds meer aan banden wordt gelegd vormen de kleine roofdieren dus een prima alternatief.

Wezel met (spits)muis als prooi

Herstel met eenvoudige maatregelen

Bunzing, maar vooral hermelijn en wezel hebben veel natuurlijke vijanden en daarom behoefte aan dekking. In grote, open landschappen kunnen ze moeilijk overleven. Veel eisen stellen ze niet. Groene (lijnvormige) verbindingen in het landschap zijn belangrijk. Wat houtwallen en singels, hier en daar een bosje of rietkraag en ruige randen, oevers en bermen die niet of minder worden gemaaid zijn voldoende.

Kleinschalig landschap met houtwallen, ideaal leefgebied voor kleine roofdieren

Het leuke is dat ze ook snel profiteren van landschappelijke maatregelen die bijdragen aan de belevingswaarde van het landschap, zoals het aanleggen van akkerranden, houtwallen en hagen. In ons land is ‘niets doen’ misschien wel het belangrijkste. We zijn veel te netjes en daar houden bunzing, hermelijn en wezel niet van. Snoeihout en maaisel kan op hopen achterblijven. En misschien wel het allerbelangrijkste: minder maaien van bermen, oevers en akkerranden!

Beheer voor bunzing, hermelijn en wezel is eigenlijk heel makkelijk en kost nauwelijks geld. Het hoeft niet speciaal te worden ingepast of uitgevoerd omdat beheer voor kleine marterachtigen ook goed is voor heel veel andere bijzondere soorten.

Meer informatie

Tekst en foto’s: Edo van Uchelen, Marterstichting
Tekening: Rene Nauta