Vrijwilliger Anja Popelier verplaatst een kuiken. eenmalig gebruik

Veertig jaar vrijwillig landschapsbeheer in Brabant gevat in één film

Provincie Noord-Brabant
22-NOV-2021 - Minstens 2000 vrijwilligers zijn vrijwel wekelijks in Brabant bezig om het cultuurhistorisch landschap buiten de beschermde natuurgebieden in stand te houden. Dit is erg belangrijk voor de biodiversiteit in het buitengebied. Brabant was in sommige regio’s ontzettend gevarieerd en kleinschalig. Met hulp van het Brabants Landschap proberen vrijwilligers het te behouden. Dat doen ze al 40 jaar.

“In de jaren zestig van de vorige eeuw hadden we een geweldige biodiversiteit, ook buiten de natuurgebieden. Het landschap bestond uit agrarisch land met fruitboomgaardjes, kruidenrijke stroken, houtwallen en struweel. Tussendoor waren er kleine dorpen, lintbebouwing en boerderijen. Maar de verstedelijking en intensivering van de landbouw rukte op. Het afwisselende agrarische natuurlandschap dreigde in de verdrukking te komen. Om dat tegen te gaan, richtte het Brabants Landschap in 1980 het Coördinatiepunt Landschapsbeheer op.” Jochem Sloothaak is Coördinator Soortenbescherming en begeleidt samen met collega's de vrijwilligersgroepen bij talloze projecten.

Patrijs

Voor Jochem zijn diersoorten als de steenuil en de kievit de iconen van een mooi en gezond landschap. “Als het landschap niet op orde is, redden deze dieren het niet. Met andere woorden: het landschapsbeheer en de inrichting met nieuwe natuurlijke elementen, zoals die er vroeger vanzelf waren, vormt de basis voor een vitaal landschap waar de steenuil en kievit zich thuis voelen.”

Een jaar opnames

Mark Kapteijns filmde een jaar lang de vrijwilligers die aan het werk zijn bij de projecten. Mark: “Normaal maak ik films van natuurgebieden met mooie plaatjes van de natuur waar we allemaal zo hard voor werken. Nu heb ik ook mensen op de film. Zij vertellen met hun werk wat ze doen om de landschapselementen buiten de natuurgebieden in stand te houden. Door te doen, vertellen de vrijwilligers het verhaal van de weidevogels, de uilen en zoveel andere dieren. En ze helpen om in Brabant de mooie landschappen in stand te houden. Ik heb in heel Brabant gefilmd, van de hoge zandgronden tot aan de rivieroevers en in de poldergebieden. Het geeft een prachtig beeld.”

Tureluurkuiken

Ook gedeputeerde Elies Lemkes van de provincie Noord-Brabant is trots op alle vrijwilligers die zich via het coördinatiepunt inzetten voor de Brabantse landschapselementen. Bij de presentatie van de film zei ze: “Uit de film straalt liefde, passie en geduld. Maar je ziet ook hoop en de urgentie dat we anders om moeten gaan met ons landschap.”
Het natuurlandschap vormt een buffer tussen de stad en agrarische bebouwing en natuurgebieden. Die buffer is nodig, omdat de natuurgebieden steeds verder onder druk komen. "De film geeft een eerlijk beeld van de inzet van vrijwilligers, boeren en erfeigenaren voor het landschap, en welke resultaten dat oplevert. Tegelijkertijd onderstreept de film dat de transitie naar een natuurinclusieve landbouw essentieel is," aldus Joris Hogenboom, directeur Brabants Landschap

Wilgen knotten

Het Coördinatiepunt Landschapsbeheer begon in de jaren tachtig met het opzetten van vrijwilligersgroepen die landschapselementen gingen onderhouden. Jochem Sloothaak: “De wilgen langs de slootkant hadden hun economische waarde voor de boeren verloren. Het knotten van de wilgen werd daarom steeds minder gedaan. Maar als je wilgen niet knot, scheuren ze uit en gaan dood. Mijn collega Emiel Rijken richtte vrijwilligersgroepen op die wilgen gingen knotten omdat ze wel belangrijk zijn voor de biodiversiteit en voor het landschapsbeeld. Ze bieden schuilgelegenheid voor tal van vogels en andere dieren.”

Madese Natuurvrienden bezig met wilgen knotten

Later verschoof het zwaartepunt van het werk van de vrijwilligers. Het agrarisch landschap werd ook ingezet als ecologische verbindingszone tussen de natuurgebieden. “De ecologische verbindingszones (EVZ’s) zijn belangrijk om de natuur robuuster te maken, zodat de biodiversiteit in stand gehouden kan worden. Maar de agrarische landschapselementen zijn eigendom van boeren en particulieren. Die moeten dus wel willen meewerken. Ik ken veel boeren die stukken niet maaien omdat de vrijwilligers die bij hun komen, aangeven dat dat beter is voor de biodiversiteit. Als Brabants Landschap ondersteunen wij die vrijwilligers. Zij zijn ook de schakel tussen de landeigenaar en bijvoorbeeld de provincie, die subsidie geeft voor de aanleg en het instandhouden van de elementen. In de loop van de jaren hebben we meer dan 6500 projecten gehad waar landschapselementen zijn versterkt of opnieuw zijn aangelegd,” vertelt Jochem met enige trots.

Weidevogels

Al meerdere decennia zijn er groepen vrijwilligers actief bij de bescherming van de weidevogels. Jochem: “In eerste instantie waren we druk met het beschermen van de nestjes van de weidevogels. We markeerden en verplaatsten de nestjes van de kievit naar plaatsen waar de tractoren en ploegen niet kwamen. De nesten van de grutto en de wulp markeerden we, zodat er omheen werd gereden. Maar daarna zagen we dat het beschermen van de nesten niet voldoende was. De kuikens moeten ook veilig kunnen opgroeien en ze moeten kunnen beschikken over eten en drinken. Zonder drassige laagtes of andere vochtige percelen overleefden de kuikens niet. Datzelfde gold voor voldoende insecten. Daarom hebben we de projecten uitgebreid door niet alleen de nesten te beschermen, maar ook met de boeren in gesprek te gaan om akkerranden te mogen inzaaien met planten waar insecten van houden. Of zelfs om percelen onder water te laten lopen zodat de vogels voldoende water hebben. Het kost veel koffiedrinken, vertrouwen verdienen en hard werken om samen de vogels te kunnen redden,” lacht Jochem.

Vrijwilligers Janus Eliens en Piet Coppelmans verplaatsen een nest

Steenuil en kerkuil

Sinds deze eeuw zijn er groepen vrijwilligers gekomen die zich speciaal bezighouden met de steenuil en de kerkuil. “Vorige week konden we de 500ste uilenbeschermer verwelkomen! Dankzij al die vrijwilligers zijn onze uilen nu uit de gevarenzone!” vertelt Jochem trots. “Boerderijen zijn in de loop van de tijd veranderd in strakke gebouwen met een stenige omgeving. Van oudsher broeden steen- en kerkuilen juist graag op rommelige boerenerven. Dat paste dus niet meer samen. Daarom gaan wij samen met vrijwilligers in gesprek met erfeigenaren om te kijken of er voorzieningen kunnen komen voor de uilen en of er wellicht rommelhoekjes, takkenhopen en nestkasten kunnen komen. De vrijwilligers helpen ook bij het bouwen van de broedkasten. In feite komen ze minstens driemaal per jaar kijken hoe het gaat: eind mei houden ze een kastcontrole, in september een nacontrole en in de winter maken ze de nestkasten schoon. Ze vormen een vraagbaak over deze dieren. Wij vinden het geweldig dat de uilen langzaam terug komen!”

Ecologische verbindingszone Reusel

Filmhuizen

De komende maanden wordt de film over het jubilerende coördinatiepunt van de Brabantse vrijwilligers in verschillende buurt- en filmhuizen getoond. Voorlopig zijn een aantal voorstellingen vastgelegd in onder meer Vught, Breda, Roosendaal en Valkenswaard.

Tekst: Annelies Cuijpers, Provincie Noord-Brabant
Foto's: Mark Kapteijns, filmmaker Brabants Landschap