Wolf EENMALIG GEBRUIK

“De wolf is de dirigent van ons ecosysteem”

Provincie Noord-Brabant
24-JAN-2022 - Op de A67, ten zuiden van Eindhoven en ter hoogte van Ekersrooi, werd een dode wolf gevonden. Het dier werd meegenomen voor nader onderzoek. Welk onderzoek is dat? Waarom wordt dat onderzoek gedaan, en hoe belangrijk is een wolf eigenlijk? We vroegen het aan dierecoloog Hugh Jansman van Wageningen Environmental Research (WENR), het instituut dat ook deze dode wolf nader onderzocht.
Deel deze pagina

“De wolf is de dirigent van ons ecosysteem”, stelt Hugh Jansman, dierecoloog bij Wageningen Environmental Research (WENR) en betrokken bij tal van onderzoeken naar de wolf in Nederland en Europa. Ook bij het onderzoek van de wolf die werd doodgereden op de A67 bij Eindhoven was hij betrokken.

Eerste onderzoek door Hugh Jansman van een gevonden wolf

“Een wolf is een groot roofdier en heeft een belangrijke sturende rol in het ecosysteem. Elk natuurgebied zou je kunnen zien als een ecosysteem. Globaal kent een ecosysteem planten, planteneters en vleeseters. Wolven zijn vleeseters en eten hoefdieren. Hoefdieren zijn de belangrijkste planteneters in het ecosysteem. Deze hoefdieren zullen gebieden vermijden waar ze gevaar lopen, omdat de wolf er gemakkelijker succes heeft op een prooi. Zodoende ontstaat er variatie in de begrazing van de vegetatie. Dat is belangrijk voor het ecosysteem, dus ook de soorten die er leven. Niet alleen de konijnen en amfibieën, maar ook de vogels, insecten en verschillende soorten planten. Met de aanwezigheid van de wolf ontstaat zo meer biodiversiteit en een evenwichtiger ecosysteem”, stelt Hugh Jansman op basis van uitgebreid onderzoek.

Minder besmettelijke ziekten

Alle gegevens van de gevonden kenmerken worden vastgelegd

“De afgelopen eeuw is in Nederland zo’n 85 procent van de bestaande soorten in ons ecosysteem verdwenen. Dat maakt ecosystemen minder stabiel, met als gevolg dat plagen eenvoudiger ontstaan. Ons menselijk handelen is bijvoorbeeld in belangrijke mate verantwoordelijk voor de verspreiding van besmettelijke ziektes als vogelgriep en Afrikaanse varkenspest. De wolf kan helpen om bijvoorbeeld de verspreiding van varkenspest te verminderen.” Hugh Jansman legt het graag uit: “Een wolf is ook de gezondheidspolitie in een ecosysteem. Ze jagen niet zomaar op een dier dat langskomt. Met hun geweldige neus en reukzin, gecombineerd met hun manier van jagen, pikken zij feilloos de oude en zieke dieren uit een groep. Wolven eten gemiddeld zo’n vijf kilo voedsel per dag. Als een hoefdier ziek en dus zwak wordt, heeft een wolf dat heel snel in de gaten. Het dier wordt door de wolf uit de groep gehaald, samen met de mogelijke ziektekiemen, waar de wolf in principe niet gevoelig voor is. Zo krijgen besmettelijke ziekten binnen diergroepen veel minder kans. En dat heeft ook gevolgen voor de verspreiding van de eerder genoemde ziekten. Op die manier zijn wolven ook interessant voor veehouders, omdat ze het risico op het overspringen van ziektes verkleinen bij wilde hoefdieren én bij gehouden hoefdieren.”

Dierecologisch en veterinair onderzoek

Juist daarom is het van belang om een wolf te onderzoeken na zijn dood. Waar is hij aan gestorven? Hoe gezond was hij? Wat stond er op zijn menu? Jansman: “We willen alles weten van het dode dier, zoals soort, geslacht, leeftijd, dieet, voortplantingsstatus, conditie en doodsoorzaak. Daarnaast nemen we monsters voor genetisch onderzoek (soort, geslacht, herkomstbepaling) en ecotoxicologisch onderzoek (blootstelling aan gifstoffen). Conform het Interprovinciaal Wolvenplan gaat het dier naar het Dutch Wildlife Health Center (DWHC) van Universiteit Utrecht in Utrecht, waar we samen de sectie verrichten. WENR kijkt naar de dierecologische aspecten en DWHC richt zich op het veterinaire onderzoek. Daarmee bedoelen we dat er in Utrecht specifiek wordt gekeken naar virussen, parasieten en bacteriën bij het dier. Dat is belangrijk om te weten welke ziekten er onder de dieren kunnen zijn. Een wolf legt met gemak een afstand af van duizend kilometer. Hij zou bijvoorbeeld een ziekte kunnen oplopen in Wit-Rusland en die meebrengen naar hier. Dat willen we allemaal weten om te monitoren wat er in onze natuur gebeurt."

Onderzoek in het Dutch Wildlife Health Center (DWHC) van Universiteit Utrecht

Uitslag in februari

Ook de wolf van de A67 wordt volgens dit protocol onderzocht. Zo is tijdens de eerste sectie vastgesteld dat het een mannelijke wolf betreft van bijna 36 kilo die één tot twee jaar oud was. Jansman: “Het was een relatief licht dier, goed gespierd en kerngezond. Tot hij werd geraakt door iets waardoor van binnen alles kapot is gegaan. Deze uiterlijke kenmerken weten we al. De andere onderzoeken duren iets langer. We denken half februari alle gegevens op een rij te hebben.”

Sociaal als de mens

Het verkeer is de grootste doodsoorzaak onder wolven. “De afgelopen jaren zijn in Nederland acht dode wolven gevonden, waarvan er zeven waren aangereden en een geschoten. Heel spijtig, maar dit beeld is overal in Europa zo. Wolven worden gemiddeld zo’n zes jaar oud. Ouder dan tien jaar worden ze zelden. Ze leven in roedels volgens een heel sociaal systeem. Dat systeem lijkt veel op het onze. Hoewel wij als mensen genetisch het meest overeenstemmen met mensapen, zou je kunnen zeggen dat wij sociaal gezien nog het meest op wolven lijken. Ook wolven leven in families. Vaders zorgen mee voor hun nakomelingen. De jongen blijven bij het gezin tot ze jongvolwassen zijn en zoeken dan hun eigen territorium. Er zijn maar weinig diersoorten die zo goed en sociaal voor elkaar zorgen als wolven. Als een wolf ziek wordt of gewond raakt, zullen de andere leden van de roedel het dier verzorgen tot het beter is. Dat is een unieke eigenschap. Wolven kunnen tot wel tien kilo voedsel in één keer verorberen. Als ze terug bij de roedel zijn, geven ze dat eten op om dieren en jongen te voeden die niet mee op jacht konden. Hooguit twee procent van alle diersoorten doet en kan dat”, legt Hugh Jansman uit. Hij eindigt met: “Het grootste verschil tussen wolven en de Westerse mens? Wolven leven in duurzame harmonie met hun ecosysteem en vrouwelijk leiderschap is de norm.”

Cover van de factfinding study

Rapporten

Alle gegevens over wolven worden vastgelegd. De provincies trekken gezamenlijk op over dit onderwerp. BIJ12 in Utrecht werkt voor alle provincies. Het Interprovinciaal Wolvenplan wordt in 2022 herzien. Ter onderbouwing daarvan zijn in oktober 2021 twee onderzoeksrapporten verschenen die openbaar te vinden zijn. Voor dit artikel is ook gebruikgemaakt van het feitenrapport ‘De wolf terug in Nederland’ (pdf; 10,2 MB).

Tekst: Annelies Cuijpers, provincie Noord-Brabant
Foto's: Hugh Jansman; Bas Worm; Mariëlle van Uitert.
Hoofdfoto: Leo Linnartz, Stichting ARK Natuurontwikkeling.