Mosselrif

Een duik in de Waddenzee; voor betere bescherming onderwaternatuur

Programma naar een Rijke Waddenzee, Staatsbosbeheer
9-FEB-2022 - De natuur onder water is lastig te zien. We weten er relatief weinig van met als gevolg dat we deze natuur minder duidelijk beschermen. Aan het Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW) is gevraagd een advies te geven over betere bescherming van de onderwaternatuur. Dat advies streefbeeld onderwaternatuur voor de Waddenzee is er nu: 'Een duik in de Waddenzee'.
Deel deze pagina

Wij mensen staan meestal met twee voeten stevig op het land. We zijn soms jaloers op de wadvogels die zich vrij boven de Waddenzee bewegen, sommige zijn ware luchtacrobaten. En ja, we vinden het prachtig als een zeehond haar kop boven water steekt of als een bruinvis zijn rugvin toont. Maar een duik onder water in de Waddenzee? Dat doen we niet. De natuur onder water zien we niet snel. En kunnen we meten en tellen wat er leeft? Vissen moet je zien te vangen. Wat leeft er in de wadbodem?

Eigen plek in het Waddenecosysteem

Twee derde van de Nederlandse Waddenzee ligt meestal onder water. Het is het leefgebied van algen en plankton, het microscopische leven aan de basis van de voedselketen. En het is druk in, op en bij de wadbodem. Mosselbanken zijn bekend. Zeesterren en krabben ook wel. Maar ook schelpkokerwormen, borstelwormen zoals de wadpier en zager, en zeeslakjes hebben onder water hun leefgebied. En natuurlijk de bot en de schar die hun maaltje van wormen en sifons – voedselbuizen van ingegraven schelpdieren – bij elkaar scharrelen. Ze hebben allemaal hun plek in het Waddenecosysteem.

Schelpkokerworm

Zelfredzame zeenatuur

'Stuur op een zelfredzame zeenatuur' is de essentie van het advies voor de Waddenzee. Wat betekent dat nou? We kunnen meer vissen, schelpdieren en wormen aanwijzen om te beschermen. Soortbescherming dus. En dat doet de overheid ook door meer soorten op te nemen in beschermingsregels. Het streefbeeld echter richt zich meer op de bescherming van ‘hoe de natuur werkt’; de processen van het ecosysteem als geheel. Dan gaat het om zorgen voor voldoende diep water door de Waddenzee de ruimte te geven. Door ongestoorde overgangen te bieden van diep naar droogvallend, van zoet naar zoet, van warm naar koud. En door te kijken naar groepen van soorten die dezelfde rol in de natuur spelen. Kan de Amerikaanse zwaardschede in plaats van kokkels het stapelvoedsel voor trekvogels zijn? Het streefbeeld zet dus processen in de natuur centraal en roept op die tot doel te stellen. Dus doelen voor water- en sedimentdynamiek, de energie- en stofstromen, habitats met gradiënten en verbindingen, soortgroepen met bepaalde functies, ecologische interacties en de menselijke invloed. Als we dat doen, dan blijkt dat de natuur onder water net zo spannend is als boven water.

Sturen op ecosysteemprocessen

Een manier van sturen die ook wel weer nieuwe kennisvragen oproept. We hebben mogen ervaren dat alle deskundigen bij elkaar al heel veel weten over dit ecosysteem. Toch kent het reilen en zeilen van de onderwaternatuur nog verschillende geheimen. Onderzoekers kunnen zich richten op deze kennisleemten. En de oproep aan beleidsmakers is om het sturen op ‘hoe de natuur werkt’ meer onderdeel van bescherming en beheer te laten zijn. Met het advies om de benadering van de Kaderrichtlijn Marien te omarmen en daarbij te leren van Duitsland en Denemarken.

Brochure 'Een duik in de Waddenzee'

Is de natuur onder water van de Waddenzee klaar voor klimaatverandering? Het filosofische antwoord is: Altijd, want de natuur past zich wel aan. Maar als mens dragen we verantwoordelijkheid. En met het sturen op die ecosysteemprocessen helpen we de Waddenzee zoals we die nu kennen zo weerbaar mogelijk te zijn. Zodat ook onze kleinkinderen ‘een botje kunnen trappen’.

Meer informatie


Tekst: Michiel Firet, Martha Buitenkamp en Ingrid van Beek, Programma naar een Rijke Waddenzee
Foto's: Ruben Smit, Ruben Smit Productions (leadfoto: mosselrif)