Hoe door TBT-afname de Purperslakken terugkwamen

Stichting ANEMOON
23-FEB-2022 - Op scheepsrompen vestigen zich veel organismen. Zo'n ‘baard’ verhoogt de weerstand en daarmee het brandstofverbruik. Rond 1960 kwamen aangroeiwerende coatings met tributyltin (TBT) in gebruik. Daardoor nam de Purperslak sterk in aantal af. Na een verbod op deze stof stegen de aantallen weer. Ook in de Westerschelde, waar de TBT-gehaltes het hoogst waren, is de soort nu terug.
Deel deze pagina

Rond 1960 nam de scheepvaartindustrie producten in gebruik met organotinverbindingen, waaronder tributyltin (TBT). Hiermee werd aangroei van organismen op scheepsrompen zeer effectief tegengegaan. Deze coatings gaven echter ook stoffen aan het water af. Met name TBT beïnvloedde de hormoonwerking van diverse organismen en daarmee de vruchtbaarheid. Vooral Purperslakken zijn daar gevoelig voor. Uit laboratoriumproeven bleek dat vrouwelijke dieren al bij zeer geringe concentraties TBT minder aantrekkelijk voor mannetjes worden en na enige tijd een penis ontwikkelen, met nadelige gevolgen voor de voortplanting. In een later stadium, als de penis ver ontwikkeld is, wordt de geslachtsopening geheel afgesloten en volgt totale stagnatie van de voortplanting. Dit onomkeerbare verschijnsel wordt 'imposex' genoemd (denk aan impotent: impote is Latijn voor 'onmachtig tot'). Al binnen tien tot vijftien jaar na ingebruikname van TBT-coatings namen in de Zeeuwse wateren de aantallen Purperslakken sterk af. Vooral in havens verdwenen ze vaak volledig. 

Verbod op TBT

Het gebruik van coatings met TBT op rompen van schepen kleiner dan 25 meter is al sinds 1990 verboden. Op 1 januari 2003 kwam er een wereldwijd verbod en vanaf 1 januari 2008 moest alle TBT van de scheepsrompen verwijderd zijn. Hierdoor daalde de hoeveelheid TBT in met name jachthavens langs de Oosterschelde al snel. Uit onderzoek van Wageningen Marine Research (WMR) blijkt dat deze afname zich ook de afgelopen jaren nog verder heeft voortgezet. Ook in de Westerschelde, waar de concentraties door het drukke scheepvaartverkeer het hoogst waren, blijken de concentraties inmiddels af te nemen.

Succes van het TBT-verbod

Doordat de concentraties TBT als gevolg van de maatregelen daalden, zijn tegenwoordig in de Nederlandse wateren vrijwel geen vrouwelijke Purperslakken met penisontwikkeling meer aanwezig, zo blijkt eveneens uit het onderzoek van WMR. Aanvullende analyses, uitgevoerd door het Centraal Bureau voor de Statistek (CBS) op basis van historische gegevens en systematische tellingen door vrijwilligers van Stichting ANEMOON, laten duidelijk zien dat de populaties van de Purperslak op weg zijn naar herstel. Een bericht over deze resultaten is vandaag door het CBS naar buiten gebracht en de gegevens zijn gepubliceerd op het Compendium voor de Leefomgeving.

Uit deze positieve boodschap blijkt dat een wereldwijd verbod op het toepassen van een schadelijk chemisch product relatief snel kan leiden tot herstel van de aangetaste natuur. Daarnaast zijn mede daardoor milieuvriendelijke alternatieven ontwikkeld om de ‘baardgroei’ op scheepsrompen tegen te gaan, zodat ook het brandstofgebruik niet sterk is toegenomen, wat ook gunstig is voor het milieu.

De Purperslak is één van de mooiste slakkensoorten van Nederland. Hoewel de dieren vaak egaal wit of bruin zijn, komen er allerlei kleurvariaties voor, waaronder gestreepte en breedgebandeerde exemplaren. Om te zoeken en te tellen is het een aantrekkelijke soort, zowel vroeger als nu

De Purperslak: een bijzondere inheemse soort

Purperslakken danken hun naam aan de kleurstof die in de oudheid uit de dieren en hun verwanten werd gewonnen om purperen mantels van keizers en andere prominenten mee te kleuren. De bij ons inheemse soort (Nucella lapillus) heeft een tot circa vier centimeter groot slakkenhuis in diverse kleuren en patronen. De dieren leven van halverwege de litorale zone tot beneden de laagwaterlijn, met de grootste dichtheden van iets boven de laagwaterlijn tot iets daaronder. Ze komen vooral voor op plaatsen met zeepokken en Mossels, die het voedsel vormen. Het zijn roofslakken die de wand van hun prooi met hun rasptong en chemicaliën doorboren en het weefsel van hun prooi vervolgens met behulp van een zuigslurf opzuigen.

Purperslakken planten zich geslachtelijk voort; er zijn mannetjes en vrouwtjes. Na de paring in het voorjaar zetten de vrouwtjes plasticachtige gele urntjes van drie tot negen millimeter af op hard substraat (stenen). Na verloop van tijd komen daar piepkleine Purperslakjes uit. Er is dus geen larvaal stadium, zoals veel andere weekdieren wel hebben.

Purperslak die haar eieren afzet

Goede indicator

Omdat Purperslakken makkelijk herkenbaar zijn en in de getijdenzone leven, zijn ze bij laagwater goed te tellen. In combinatie met de grote gevoeligheid voor TBT vormt deze soort daardoor een goede indicator om effecten van deze chemische stof op populatieontwikkelingen te volgen. Aangezien Purperslakken door hun vele kleurvariaties opvallend en aantrekkelijk zijn, bestaan er ook veel historische waarnemingen, vastgelegd in verzamelingen, notitieboekjes en in het Centraal Systeem van de Strandwerkgemeenschap. Aan de hand van al die oudere gegevens was het mogelijk tot ver voor 1960 schattingen van de aantallen per vierkante meter te maken voor veel populaties langs onze kust. Vanaf 2005 bestaat er bovendien een door Stichting ANEMOON opgezet systematisch telprogramma: het Purperslak Inventarisatie en Monitoring Project (PIMP).

Vrijwilligers die PIMP-tellingen verrichten

Het voorkomen van 1900 tot 1960

De biotoop van de Purperslak in ons land bestaat uit kunstmatige rotskust: dijken, strekdammen en havenhoofden, opgebouwd uit stenen. In alle gevallen gaat het om onder invloed van het getij staande zoute getijdenwateren. Tussen 1900 en 1960 werd de soort in vrijwel de hele Oosterschelde aangetroffen. Uit de Westerschelde was de soort bekend vanaf de Westerscheldemonding tot Ritthem, de meest oostelijke vindplaats van levende exemplaren. Verder naar het oosten waren de omstandigheden en het zoutgehalte niet meer optimaal. Uit de voormalige Grevelingen was de soort slechts van enkele plaatsen bekend, steeds in relatief lage dichtheden. Langs de Noordzeekust werden populaties aangetroffen van Cadzand in Zeeland tot en met Monster in Zuid-Holland. Noordelijker langs de Noordzeekust en in de Waddenzee was er geen sprake van echte populaties.

Trends in het verloop van de aantallen Purperslakken per vierkante meter op de monitoringlocaties in de Oosterschelde, Westerschelde en langs de Noordzeekust, waarbij het indexcijfer van 1960 op honderd procent is gesteld. Rond 1960 waren op de tellocaties in de Oosterschelde gemiddeld 23 exemplaren per vierkante meter aanwezig, in de Westerschelde waren dat er 18 en langs de Noordzeekust gemiddeld 56

Afname in Oosterschelde en Westerschelde

Uit de analyse van historische en PIMP-waarnemingen komt naar voren dat de populatie Purperslakken in de Oosterschelde met circa negentig procent afnam in de periode van circa 1970 tot en met 1997. In dezelfde periode verdween de soort ook uit de Westerschelde. Deze afname wordt in verband gebracht met TBT.

Noordzeekust

Langs de Noordzeekust lijken de populatieontwikkelingen aanzienlijk minder te maken te hebben met de invloed van TBT dan met de invloed van allerlei kustversterkende maatregelen. TBT-effecten komen veel minder duidelijk naar voren, waarschijnlijk omdat de concentraties langs de Noordzeekust geringer zijn dan in de zeearmen. Het sediment is ook minder slibrijk, waardoor TBT zich minder aan het bodemsediment heeft kunnen binden om het vervolgens weer geleidelijk af te geven.

Historisch gezien trad langs de Noordzeekust het eerste grote bekende populatieverlies op bij de populatie van Hoek van Holland. Hier verdween de hele populatie als gevolg van de verlenging en reconstructie van de Noordpier. Tot op heden is de soort daar niet meer waargenomen. Ook enkele kleine populaties tot circa tien kilometer ten noorden van de pier verdwenen, vermoedelijk omdat dergelijke kleine, instabiele populaties na het verdwijnen niet meer konden worden herbevolkt vanuit de grote populatie van de Noordpier.

In de jaren daarna namen langs de Noordzeekust, ook verder naar het zuiden, de aantallen plaatselijk af, mogelijk mede als gevolg van TBT. Maar plaatselijk was er ook sprake van een sterke toename. Na de aanleg van de Brouwersdam en werkeiland Neeltje Jans ontstond een aanzienlijk oppervlak aan geschikt habitat.

Per saldo zagen we voor de Noordzee geen duidelijk populatieveranderingen tot circa 2006. Rond dat jaar verdwenen de Purperslakken van de Westkappelse Zeedijk op Walcheren. Dit als gevolg van het overgieten van het substraat met teer, gevolgd door grootschalige zandsuppleties in het kader van het kustverdedigingsproject ‘Zwakke Schakels’ van Rijkswaterstaat, waardoor ook de resterende delen van de populatie op de palenrijen en verder in zee grotendeels onder het zand belandden. Deze populatie met gemiddeld zo’n vijftig tot honderd exemplaren per vierkante meter, met plaatselijk uitschieters van enkele honderden exemplaren per vierkante meter, was langs de Nederlandse Noordzeekust veruit de grootste populatie. Het is niet verwonderlijk dat het verlies van die populatie sterk bepalend is voor de sterke daling van de indexcijfers van de Noordzeekust. Omdat veel zand al snel daarna was weggespoeld, is sinds 2011 weer beginnend herstel te zien. Er zijn daarna nog meer suppleties uitgevoerd, zodat er meerdere keren sprake geweest is van afsterven en beginnend herstel van deze populatie langs de Zeeuwse Noordzeekust.

Biotoop van de Purperslak, overgoten met teer. Hier, op de strekdammen met palenrijen langs de Westkappelse Zeedijk, leefden vijftig tot wel vijfhonderd exemplaren per vierkante meter

Herstel in de Oosterschelde

Nog jarenlang na het TBT-verbod uit 1990, vertoonden in de Oosterschelde veel Purperslakvrouwtjes penisontwikkeling. Vanaf 2013 werd dit verschijnsel niet meer gezien. Hoewel imposex dus nog tot 2013 werd aangetoond, begon zich in dit deel van de Zeeuwse Delta al in 1998 enig herstel van de Purperslak af te tekenen. Dat herstel heeft zich de laatste tien jaar nog verder voortgezet.

Herstel in de Westerschelde

Sinds 1993 werd de Purperslak niet meer waargenomen in de Westerschelde. Pas in 2014 werden in de monding van de Westerschelde nabij Vlissingen weer levende dieren gezien. In 2016 zijn er nog dieren met imposex aangetroffen. Daarna nam ook daar de mate van imposex af. Vanaf 2020 zijn geen vrouwelijke dieren met enige vorm van penisontwikkeling meer gesignaleerd. Eind 2021 is de populatie in de Westerschelde weer verder toegenomen ten opzichte van 2016. De afgelopen jaren bleek de soort ook weer aanwezig bij Breskens. De populatie beperkt zich echter nog wel tot de monding. Op oostelijker vindplaatsen, zoals bij Ritthem waar de Purperslak in 1959 nog leefde, waren ondanks grondig onderzoek in 2021 nog geen levende dieren te vinden. De verwachting is niet dat verder herstel van de populatie richting het oosten zich snel zal voltrekken, mede doordat de Purperslak geen larvaal stadium heeft.

Huidige verspreiding

Dankzij het verbod op TBT komt de Purperslak in Zeeland inmiddels weer voor op de meeste plaatsen waar de soort rond 1960 ook voorkwam. Ook daar waar de soort door TBT verdween en nu nog steeds ontbreekt, is er een aanzienlijke kans dat de soort terugkeert. Dit zou zelfs kunnen gelden voor de Noordpier bij Hoek van Holland, al is de situatie daar sterk veranderd ten opzichte van 1960. Het huidige Grevelingenmeer is voor de Purperslak niet meer geschikt als gevolg van de veranderde situatie na de afsluiting. Daar staat tegenover dat zich aan de Noordzeezijde van de Brouwersdam aanzienlijke populaties hebben gevestigd en ontwikkeld. Hetzelfde geldt voor de Buitenhavenhoofden aan de Noordzeezijde van Neeltje Jans. Sinds de jaren zeventig is er ook sprake van een zeer kleine populatie bij 't Horntje op Texel. Deze weet zich tot op heden te handhaven. Voor de eens zo rijke populaties langs de Noordzeekust van Walcheren ziet het er weinig gunstig uit. De kans dat deze zich zullen herstellen, houdt immers direct verband met het uitvoeren van de zandsuppleties ter plaatse.

Links: ongeschonden habitat met grote stenen en veel schuilgelegenheden voor Purperslakken. Rechts: biotoop dat na zandsuppleties volledig onder het zand is beland en waar geen Purperslakken meer voorkomen

Elders in Europa

Ook in andere Europese landen zijn positieve gevolgen van het verbod op TBT op Purperslakpopulaties waargenomen. Dat geldt voor populaties uit het hele gebied tussen Portugal en Noorwegen

De ondergang en weer geleidelijke opkomst van een van de mooiste en al sinds de oudheid bekende huisjesslakken uit het kustgebied geeft hoop. De resultaten van het verbod op TBT zijn een onmiskenbaar voorbeeld dat internationale samenwerking en het maken van afspraken belangrijk zijn voor natuurbehoud en -herstel.

Meehelpen met tellen?

Purperslakken tellen is een leuke bezigheid. Heb je interesse om Stichting ANEMOON daarbij te helpen, dan ben je van harte welkom. Naast Purperslakken zal je ook een groot aantal andere soorten zien en kunnen tellen. Neem contact met ons op via anemoon@cistron.nl.

Naschrift: exotische dreiging

In hoeverre de recente toename van een exoot, de Japanse stekelhoren (Ocinebrellus inornatus) een nieuwe bedreiging vormt voor de Purperslak, is op dit moment aan de hand van de cijfers nog niet te zeggen. Deze Oost-Aziatische soort is in Europa ingevoerd met oesters, leeft in dezelfde zone als de Purperslak, boort ook prooien aan en zet op dezelfde manier en plaatsen eikapsels af. Ongeveer hetzelfde geldt voor een tweede exoot, de Amerikaanse oesterboorder (Urosalpinx cinerea), die zich echter nog niet zo sterk uitbreidt als de eerstgenoemde. Via het PIMP-project van Stichting ANEMOON worden ook deze ontwikkelingen in de gaten gehouden.

Beide exotische slakken. Links: Japanse stekelhoren (Ocinebrellus inornatus). Rechts: Amerikanse oesterboorder (Urosalpinx cinerea)

Tekst: Adriaan Gmelig Meyling, Rykel de Bruyne en Brendan Oonk, allen Stichting ANEMOON
Foto’s: Bron: Mick Otten (leadfoto: Purperslakken in de getijdenzone); Adriaan Gmelig Meyling; Marianne Ligthart (allen Stichting ANEMOON); PICTAN Beeldarchief van Stichting ANEMOON