Muurfijnstraal op de stoep

Stoepplantje van de week: muurfijnstraal

Hortus botanicus Leiden
17-JUL-2022 - Het madeliefje van de rotsige ondergrond. Zo noemen Aad van Diemen en Erik van der Hoeven de muurfijnstraal in hun heerlijke nieuwe boek Stad en Plant. Dit plantje lijkt ons nu eens een nieuwkomer waar je haast geen bezwaar tegen kan hebben. Chemicus Piet Rieff ploos de plant voor ons uit.
Deel deze pagina

Muurfijnstraal doet zijn naam eer aan op een kade in Middelburg

Muurfijnstraal is een vaste plant uit de composietenfamilie, de asteraceae. De plant is afkomstig uit Mexico en is van daaruit over de wereld verspreid. In de jaren negentig van de twintigste eeuw werd ze voor het eerst aangetroffen in Amsterdam, en raakte sindsdien ingeburgerd in een groot deel van de lage landen. Het is dus een nieuwkomer. Als tuinplant is de muurfijnstraal welwillend opgenomen, en in de stadsnatuur lijkt de plant geen problemen op te leveren. Trouwens, bent u geïnteresseerd in standsnatuur, kom dan naar het Science café op 22 juli in de Leidse Hortus. Tien studenten presenteren hier de bevindingen van twee weken intensief vragen stellen over wat er zoal leeft in de stad.

Muren

Muurfijnstraal groeit op stenige plaatsen zoals in muren en langs gevels, maar springt vanuit plantenbakken ook gemakkelijk de stoep op. De plant wordt vijftien tot vijftig centimeter hoog. Ze heeft een gladde, soms spaarzaam behaarde stengel, die lang, dun en geribd is. De smalle bladeren zijn veelal drielobbig en geven bij wrijven een aangename geur af. De plant bloeit van juni tot in het najaar met kleine bloemhoofdjes. Typisch voor composieten en dus ook voor onze fijnstraal is de opbouw van de bloem, die eigenlijk uit een veeltallig samenstel van kleine bloempjes bestaat. Deze zijn onder te verdelen in lintbloemen aan de rand en buisbloemen in het centrum. De samengestelde bloem ziet er oppervlakkig gezien uit als een gewone bloem. Maar voor insecten moet het wel een luilekkerland zijn, zoveel bloempjes bij elkaar. De muurfijnstraal heeft wel vijftig buisbloemen, dat scheelt in het aantal vlieguren voor de insecten.

Wit en roze

Bij de fijnstraal zijn de lintbloemen wit en ook wel roze. De buisbloemen vormen het gele hart van de plant. Pappus is een mooie naam voor het omhulsel van de zaadjes van de plant. Voor de fijnstraal is dat net als bij paardebloemen het pluis waar de zaadjes mee wegvliegen. De bloemkroon wordt gereduceerd genoemd omdat elk lintbloemblaadje eigenlijk bestaat uit meerdere tot één lint ingekrompen kroonblaadjes. De vrucht is een lichtbruin nootje met langharig vruchtpluis, elk pluisje bevat een zaadje.

Bloemen en zaadpluis van muurfijnstraalMuurfijnstraal

Naam

Fijnstraal slaat op de fijne, stralende lintbloemen die vrolijk uit het bloemhoofdje steken. De wetenschappelijk naam is Erigeron karvinskianus, wat een hele andere betekenis heeft. Het Griekse deel erigeron is samengesteld uit 'eri', wat vroeg betekent, en 'geron' wat grijs betekent. Dat duidt natuurlijk op de pluizige bolletjes die na de bloei in grote hoeveelheden verschijnen. Een hele transformatie dus. 'Vroeg grijs' zou ook met de levensduur te maken kunnen hebben, want muurfijnstraal is geen lang leven beschoren. De plant heeft de eigenschap haar blad te verwaarlozen wanneer zij gaat bloeien, en als de bloempjes weg zijn ziet de plant er niet florissant meer uit. Ze wordt een echte kromgegroeide grijsaard, maar maakt dit goed door zich overdadig en op drie manieren te vermenigvuldigen: via zaden, de wortelstok en de stengels. In Stad en Plant wordt beschreven hoe de stengeldelen op de ondergrond liggen en daar wortelen.

De achternaam karvinskianus is genoemd naar baron Wilhelm Friedrich Karwinski von Karwin. Deze baron, afkomstig uit Hongarije, leefde en werkte in Duitsland in de eerste helft van de negentiende eeuw. De man was van adel, maar belangrijker is dat hij als plantenverzamelaar veel planten uit de nieuwe wereld naar Europa bracht, onder andere uit Brazilië en Mexico.

MuurfijnstraalBlad van de muurfijnstraal

Fijnstraal

De naam fijnstraal is in Nederland nogal vaak voor planten gebruikt. We kennen ook de Canadese fijnstraal, hoge fijnstraal, gevlamde fijnstraal, ruige fijnstraal, scherpe fijnstraal, en zomerfijnstraal. Allemaal fijnstralen die voornamelijk uit Amerika afkomstig zijn. Ze verschillen in lengte, de verhouding tussen aantal lintbloemen en buisbloemen en de grootte van het ringoppervlak waarop de bloemslipjes van de lintbloemen groeien. Verder zijn er voor muurfijnstraal nog namen in gebruik die duiden op haar gelijkenis met het madeliefje en haar Mexicaanse achtergrond: Mexicaanse madelief, of ook wel Spaanse madelief.

Herkomst en vindplaats

Het oorsprongsgebied van de muurfijnstraal ligt dus in Mexico. De plant kwam als tuinplant naar Europa en ontsnapte, zoals zoveel tuinplanten, naar de wereld buiten de tuin. En dat zijn nog steeds de plekken waar je haar het meest zult aantreffen: in de omgeving van tuinen en parken waar ze ooit ingeburgerd is geraakt. In het bos, in wegbermen of op het boerenland vind je haar niet vaak. De plant houdt van een stenige ondergrond. Dat kunnen rotspartijen zijn of straatstenen, maar vooral oude muren. Die rotsige ondergrond is overigens geen vereiste. 

Muurfijnstraal in het StoepplantjeskleurboekMuurfijnstraal op het Rapenburg in Leiden

Consumptie en gebruik

In een veel tuinen gedijt muurfijnstraal ook uitstekend. Vaak worden stoepplanten, vooral door liefhebbers van groene gazons, als ongewenst gezien. Maar muurfijnstraal is geliefd bij veel tuinliefhebbers. Zij verlangt alleen maar een zonnig plekje op niet te arme grond en vermeerdert zich gemakkelijk. Je zou van woekeren kunnen spreken maar dat vermeerderen gaat op zo'n rustige, keurige wijze dat ze de aanduiding woekerplant niet verdient. Het is inmiddels een populaire sierplant geworden, die er lieflijk als een madeliefje uitziet. Maar ze heeft het voordeel een grote groep te vormen zodat het totaal aan bloemen een overdadige, feestelijke aanblik biedt. Wij kwamen geen berichten tegen over de eetbaarheid van de plant. We moeten het maar op haar aaibaarheid houden van vooral de pluizige bolletjes en de aangename geur die het blad afgeeft als je dat kneust.

Geneeskrachtige werking

Muurfijnstraal met gele buisbloemen en witte lintbloemenMisschien dat de oorspronkelijke inwoners van Mexico iets geneeskrachtigs in deze plant gezien hebben, maar hierover is nooit iets bekend geworden. Verbazingwekkend is dat een zeer gelijkende andere soort fijnstraal, de Canadese fijnstraal, wel als geneeskrachtig gezien wordt en bij meerdere kwalen verlichting schijnt te geven. Van deze fijnstraal is bekend dat de Navajo ze gebruikten om puisten mee te behandelen, als medicijn tegen slangengif en nog veel meer. Deze plant werd al eerder in Europa geïntroduceerd en kreeg een medicinale toepassing. Het zou goed helpen tegen menstruatiepijn, baarmoederbloedingen en diarree. In Duitsland wordt de Canadese fijnstraal tot op de dag van vandaag gebruikt in kruidenboter, kruidenzout en kruidenmengsels. Het kruid heeft een licht bittere smaak.

Werkzame stoffen

Onderzoek aan de Canadese fijnstraal heeft uitgewezen dat deze plant een veelheid aan werkzame stoffen bevat, die zeker ook in muurfijnstraal aanwezig zijn. Het zou  interessant kunnen zijn dit nader te onderzoeken. Om toch iets over werkzame stoffen te schrijven, nemen we het opmerkelijke feit dat de plant witte en roze bloempjes tegelijk laat groeien en bloeien. Bij planten is meestal de stof anthocyanine - ook wel anthocyaan genoemd - verantwoordelijk voor de blauwe, paarse, roze of rode kleur. Bijvoorbeeld zoals die te zien is bij rode kool, bessen en aubergines. Ook de rode herfstkleuring van bladeren wordt veroorzaakt door anthocyaan. Anthocyaninen zijn glucosides van anthocyanidines. Op hun beurt behoren de glucosides weer tot de grotere groep van flavonoïden. Dit zijn bekende stoffen in de plantenwereld.

Om dit duidelijk te maken hierbij eerst als startpunt 2-fenylbenzopyrilium - ook genoemd het flavilium-ion - de basisstructuur voor alle anthocyanidines. De linkertekening laat zien dat aan het ion verbindingen gekoppeld zijn - als R weergegeven - die een grote variëteit van verbindingen mogelijk maken. Met die verbindingen wordt het een anthocyanidine. Als aan die stof nog een suikermolecuul gekoppeld is, worden het een anthocyaan of anthocyanine.

 Flavilium-ionBasisstructuur anthocyanidine 

Muurfijnstraal stapt uit de pot, op weg naar de stoepAlhoewel er veel anthocyaninen bekend zijn, zijn er voor de plantenwereld maar zes belangrijk: cyanidine, delphinidine, peonidine, petunidine en malvidine. Aan de naam van deze stoffen is wel te zien in welke planten deze stof voorkomt. In muurfijnstraal is delphinidine aanwezig. Behalve kleur geven deze pigmenten de plant ook bescherming. Bovendien zijn het anti-oxidanten, die geacht worden ook de mens bescherming te bieden tegen schadelijke vrije radicalen.

De naam anthocyaan is gevormd uit twee Griekse woorden. 'Anthos' betekent bloem en 'kyanos' is het woord voor de kleur blauw. Er valt nog op te merken dat de kleur die de plant aanneemt niet alleen afhankelijk is van het type molecuul, maar ook van de zuurgraad. En dat is wel bekend, want een scheutje azijn helpt uitstekend om rode kool ook werkelijk rode kool te doen zijn. Anders is het eerder blauwpaarse kool.

Genoeg verdieping, eerst maar weer eens genieten van de mooie muurfijnstralen op de stoep. Als je ze tegenkomt, meld ze dan aan voor het stoepplantjesonderzoek. Tenminste, als ze zich helemaal zelfstandig handhaven en niet net uit een pot de stoep op zijn gestapt. En kijk in het Stadsmuseum in Grave hoe botanisch kunstenaar Elizabeth Siccama de plant portretteerde voor het Stoepplantjesalbum.

Als afsluiting een haiku:
O kleine fijnstraal
Jouw bloem, ach!, wordt grijzig pluis
Vervliegende pracht

Tekst: Piet Rieff, Hortus botanicus Leiden
Foto's: Ton Gordijn; Hanneke Jelles, Hortus botanicus Leiden; Tineke; KU Leuven
Figuren: Piet Rieff
Tekening: Nathalie Tirion