Zeikers in het Noordzeekanaal

Stichting ANEMOON
24-JUL-2022 - Een lichaam als een doedelzak, met twee pijpjes. Knijp je erin, dan spuit er water uit. Vandaar de bijnaam 'zeikers'. We hebben het over zakpijpen. Ze zijn nog niet zo lang bekend uit het Noordzeekanaal, maar lijken daar nu toe te nemen.
Deel deze pagina

De fauna van het Noordzeekanaal - tussen IJmuiden en Amsterdam - wordt regelmatig onderzocht. Er wordt gedregd en op andere manieren worden monsters genomen. Ook wordt er gedoken. Zo nu en dan is er een soort bij die nieuw is voor dit brakwatergebied, onder de rook van Velsen en Amsterdam. Vaak gaat het om exoten, die via ballastwater van schepen of als aangroei op de scheepswand van elders komen. Als die zich hier weten te vestigen kunnen ze soms explosief toenemen. Voorbeelden zijn onder andere de Trompetkalkkokerworm (Ficopomatus enigmaticus) die plaatselijk hele riffen vormt. Of de Gebogen taliemossel (Ischadium recurvum), die nog steeds toeneemt. Een van de diergroepen waarvan maar erg weinig vertegenwoordigers in deze brakke wateren voorkomen, is die van de zakpijpen (Ascidiacea). Een paar jaar geleden werd ontdekt dat in het Noordzeekanaal zakpijpen leven. Meerdere recente waarnemingen lijken er nu op te wijzen dat ze hier zelfs lijken toe te nemen.

Piesende zeikers

De naam zakpijp – een ander woord voor doedelzak – slaat op de vorm van het lichaam. Solitaire soorten zakpijpen hebben een bol- of zakvormig lichaam, waaruit twee pijpjes komen. Door een van deze zogenaamde sifonen wordt water met voedseldeeltjes aangezogen, door de andere wordt het verwerkte water weer uitgescheiden. Behalve solitaire soorten zijn er ook kolonievormende soorten. Daarbij zijn de individuen met elkaar vergroeid rond een gemeenschappelijke uitstroompijp, en vormen samen vaak een geleiachtige korst. Omdat de op doedelzakken lijkende solitaire soorten boven water na aanraking meestal een straaltje water uitpiesen, werden ze vroeger in de volksmond ook wel zeikers – of zijkers – genoemd. Bij een soort is dit zelfs in de Nederlandse naam verwerkt: de Dwergzijker (Molgula complanata). Langs de Nederlandse, kust op harde ondergronden, komen meerdere soorten zakpijpen algemeen voor.

Zakpijpen gefotografeerd in het Noordzeekanaal op 11 juli 2022 en op 4 juli 2022. Let op de in- en uitstroom-buisjes. Het gaat vermoedelijk om de Ronde zakpijp (Molgula manhattensis). Onderzoek moet nog uitwijzen of het niet toch een andere soort betreft

Onopvallend uiterlijk

Een van de eerste keren dat duikers in het Noordzeekanaal een zakpijp zagen was op 18 oktober 2018, toen duiker Hans Spierenburg een exemplaar tegenkwam en fotografeerde. Ook op 11 januari 2019 was er een waarneming. Op 4 juli 2022 werd opnieuw een exemplaar gefotografeerd, terwijl er tijdens een duiktocht op maandag 11 juli 2022 in de omgeving van de Wijkertunnel bij Beverwijk sprake was van ten minste tien exemplaren. In alle gevallen gaat het om een soort die sterke gelijkenis heeft met de Ronde zakpijp (Molgula manhattensis). De Ronde zakpijp komt aan de Nederlandse kust voor in Zuid-Holland, Zeeland en de Waddenzee. Of het inderdaad deze soort is moet nader onderzoek nog uitwijzen.

De waargenomen zakpijp is klein, min of meer bolvormig en voelt zacht en rubberachtig aan. De kleur is bruingrijs tot geelbruin. Zoals bij veel zakpijpen is het dier bedekt met kleine vezels, slib en andere organismen, waaronder mosdierkolonies en hydropoliepen. De dieren zijn dan vooral als zakpijp te herkennen aan de in- en uitstroomsifonen die als twee korte buisjes uitsteken. Door de anale uitstroomopening wordt niet alleen verwerkt water met afvalstoffen uitgescheiden, maar ook zaadcellen en eieren komen zo voor externe bevruchting in het water terecht. De Ronde zakpijp is tweeslachtig, oftewel hermafrodiet. Dit in tegenstelling tot sommige andere Molgula-soorten, die levendbarend kunnen zijn. Volwassen zakpijpen zitten vaak vastgehecht aan stenen, schelpen en ander substraat, waaronder ook wieren. Opvallend is dat ze hun uiteindelijke standplaats bereiken via een vrij zwemmend larvenstadium dat uiterlijk gezien nogal op een visje lijkt.

Een nieuwe soort?

In de loop der tijd zijn meerdere soorten zakpijpen als exoot meegelift met schepen, om zich vervolgens in ons gebied te vestigen. Toen de Ronde zakpijp in het midden van de negentiende eeuw voor het eerst uit België gerapporteerd werd, in de haven van Oostende, werd als vermoedelijke aanvoermethode aanhechting op scheepsrompen verondersteld. Als eerste Nederlandse melding geldt 1922 of 1934, onder andere uit de Zuiderzee. Daarbij moet worden aangetekend dat er ook bronnen zijn die teruggaan tot 1762, maar het is niet zeker of het om deze soort gaat. Molgula manhattensis is, zoals de wetenschappelijke naam aangeeft, inheems langs de oostkust van de Verenigde Staten van Amerika. Langs de westkust van de Verenigde Staten en in Australië is de soort door toedoen van de mens geïntroduceerd. Of de Ronde zakpijp in de wateren rond Europa oorspronkelijk voorkwam, of ook uit Amerika overgekomen is, is op dit moment nog onderwerp van discussie. Los daarvan is er ook onduidelijkheid over de identificatie van een sterk gelijkende, mogelijk andere soort, Molgula socialis, die ook uit Europese wateren bekend is. Aanvullend DNA-onderzoek zou bij dit alles uitsluitsel kunnen geven.

Waarnemingen

Meldingen van mariene- en brakwaterorganismen en van land-, zoetwater- en zeeweekdieren zijn welkom bij Stichting ANEMOON en platforms als ANEMOON-portaal en waarneming.nl

Tekst: Rykel de Bruyne en Ron Offermans, Stichting ANEMOON
Foto’s: Ron Offermans (leadfoto: duikers – geen zeikers - in het Noordzeekanaal), Hans Spierenburg