Een rif maakt een rif: babyoesters in de Rotterdamse Havens

ARK Natuurontwikkeling
23-OKT-2022 - De wilde platte oesters in de Rotterdamse havens hebben zich dit jaar weer met succes voortgeplant. Dit blijkt uit een inspectie van de bijzondere populatie die in 2017 is ontdekt in de Margriethaven. Het Noordzeeteam van ARK Natuurontwikkeling zette daar dit jaar in juli korven met gerecyclede schelpen uit. Die zijn nu – drie maanden later - al uitgegroeid tot mini-schelpdierriffen.

“Kijk, een hooiwagenkrab, die heb ik hier nog niet eerder gevonden!” Ernst Schrijver, zeebioloog van het Noordzeeteam van ARK Natuurontwikkeling, bekijkt de schelpen die net boven water zijn getakeld door zijn compagnon van Bureau Waardenburg. Hij laat de spinachtige krab op zijn hand kruipen. Straks zal hij monsters nemen. In het lab wordt dan precies uitgeplozen wat er allemaal is komen wonen op deze lege, oude oesterschelpen. Een snelle inspectie – het regent hard deze maandagochtend in de Rotterdamse Margriethaven – levert muiltjes, kokerwormen, sponzen, mosdiertjes, anemonen, mosselen, krabben en botervisjes. En heel verheugend: ‘broedjes’ van oesters. Sommige van deze babyoesters zijn al zo groot als een twee-euromunt. “En kijk – hier zit zelfs al weer een mini-oestertje op die wat grotere. Veel Japanse hoor, maar kijk, hier zit een platte.”

Hooiwagenkrab

De wilde platte oester is bijzonder zeldzaam geworden in de Noordzee door overbevissing en ziektes. Terwijl in de negentiende eeuw een kwart van de Noordzeebodem bedekt was met grote riffen van platte oesters en andere rifbouwende soorten. Schelpdierriffen hebben een belangrijke rol als paai-, broed-, rust-, schuil- en foerageerplaats voor heel veel soorten zeeleven. Om de Noordzeenatuur weer wilder, rijker en natuurlijker te maken is de duurzame terugkeer van schelpdierriffen van groot belang. Ook de Japanse oester - een exoot - vormt riffen, maar vooral in de getijdezone. De platte oester voelt zich ook thuis in dieper water. Voor natuurontwikkeling is het dus gunstig om beide soorten te hebben. 

Oesterkorven zijn na drie maanden al flink begroeid

Rifherstel

Om riffen te laten terugkeren, zijn ongestoorde plekken nodig met een harde ondergrond of schelpmateriaal waarop broed zich kan hechten. Als de restpopulatie heel klein is, komt er weinig broed in het water. Daarom is het opdoen van ervaring met verzamelen en verplaatsen babyoesters ook zo belangrijk, zegt Schrijver. “We leren steeds beter hoe we in het wild oesterbroed kunnen invangen en krijgen het ontwerp van de korven steeds beter in de vingers.”
“We spreiden het risico. Het kweken van platte oesters in het lab is moeilijk en het lukte lang maar nauwelijks. Dit jaar is dat wel heel goed gegaan, de kweker lijkt de juiste mix van algenvoeding te hebben gevonden. Daarom hadden we dit jaar de Rotterdamse oesters niet nodig voor onze proeven in de Voordelta, de kust voor de Zeeuwse en Zuid-Hollandse delta. Daar hebben we dit jaar in september 160 duizend gekweekte babyoesters uitgezet,” vertelt Schrijver. Het was al voor de achtste keer dat ARK oesters in de Voordelta heeft uitgezet.

Platte oester op een poot van de proefopstelling

Niet alle uitgezette korven kwamen maandag boven. Zes van de tien korven waren onvindbaar onder het slik, wellicht door het baggeren dat in de buurt van de proefopstelling plaatsvond. “Dit kan ook maar zo met de wilde oesters op de kades van de Margriethaven gebeuren. Dan ben je een deel van de populatie kwijt,” zegt Schrijver tamelijk laconiek. “Op zich geen ramp in een dynamisch gebied als de Rotterdamse haven, zolang er maar restpopulaties over zijn om het gebied te blijven rewilden. Daarom brengen we deze beginnende rifjes naar een andere plek in de haven. Ook dat is risicospreiding.”  

Seawilding

De kleinschalige experimenten zijn bedoeld als opmaat voor het starten van schelpdierriffen in dieper water op open zee. Nu de Noordzee op de schop gaat vanwege de enorme Wind op Zee-ambitie, is het hét moment om daar op grote schaal aan natuurontwikkeling te doen. 
“Dat kan volgens ons alleen maar door de zee te rewilden: voorwaarden scheppen voor herstel aan de basis. Rustgebieden, geschikt materiaal voor vestiging aanbieden en zorgen voor startpopulaties waar die in het wild zijn verdwenen. Slim zaadbommetjes leggen en rustig zien wat de natuur er van maakt. Een rif maakt een rif.”
ARK werkt al samen met het groene energiebedrijf Ørsted aan seawilding en zoekt nog meer partners om het tij voor de zeenatuur te keren. Dan kan de biodiversiteit weer groeien. Een zee vol leven is bovendien een zee vol koolstof. En dat draagt bij aan het vastleggen van broeikasgas.

 Windmolenbouw op de kade in Rotterdam

Tekst: Iris Roggema, ARK Natuurontwikkeling
Foto's: Ernst Schrijver, ARK Natuurontwikkeling