
Het eerste broedgeval in recente tijden in Nederland was in 1997 op een steile wand van de ENCI-groeve in Maastricht. Sindsdien is de populatie in ons land gegroeid. Vooral de laatste jaren steeg het aantal broedparen snel.
Opmars in Noord-Brabant
De oehoe is inmiddels bijna overal in de oostelijke helft van het land te vinden. De meeste groei van de oehoepopulatie zag Gejo Wassink van Oehoe werkgroep Nederland het afgelopen jaar in Noord-Brabant: “In die provincie heb je dan ook overal verspreid grotere bosgebieden met daartussen het open of halfopen cultuurlandschap. Ideaal voor de oehoe!”
Niet kieskeurig
Het succes is in ieder geval deels te verklaren doordat de soort niet zo kieskeurig is qua broedlocatie. Wassink: “Oorspronkelijk broedt de oehoe op kliffen en rotsen, maar we zien steeds vaker dat hij ook in roofvogelnesten of zelfs op de grond broedt. Veel oehoes zijn de nazaten van vogels uit een herintroductieproject in Duitsland. Daar werden ze in volières gefokt. We vermoeden dat ze daar hun sterke voorkeur voor kliffen en rotsen wat verloren hebben.”
Constante groei
Wassink ziet na de analyse van zijn data nog niet dat de groei van de populatie afneemt. “De groei blijft nog steeds constant, ook als je het groeipercentage ten opzichte van telkens het voorgaande jaar berekent.” De vraag is hoeveel oehoes in de toekomst in Nederland zullen broeden.
Wassink: “Toen ik twintig jaar geleden vermoedde dat er wel vijfentwintig paartjes konden leven in Nederland werd ik voor gek versleten. Dat was veel te positief volgens vermaarde ornithologen. Inmiddels zitten we ruim boven de honderd broedparen. De oehoe verbaast iedereen.”
Meer informatie
- Lees meer over oehoes op de website van Oehoe werkgroep Nederland.
- Beluister het interview met Gejo Wassink bij het radioprogramma Vroege Vogels.
Tekst: Vroege Vogels
Beeld: Gert Elbertsen, Vroege Vogels; Gejo Wassink, Oehoe werkgroep Nederland