nog

Winter onder water, in de spaarstand of actief tot de dood

Stichting ANEMOON
4-JAN-2026 - Hoewel het in de winterperiode boven water stil en levenloos oogt, is onder water actie genoeg. Meerdere dieren staan juist nu in de startblokken om zich voort te planten. Wulk, Donderpad, Snotolf en Slakdolf zetten hun eieren af. Voor sommige soorten is dit ook hun laatste daad; ze sterven snel hierna en maken plaats voor nieuw leven.

Wie in de winter langs de Oosterschelde of het Grevelingenmeer staat, ziet weinig actie. Het water lijkt leeg en verlaten. Maar dat is slechts schijn. Onder het wateroppervlak passen organismen hun gedrag en levensprocessen aan de kou aan. Waar veel soorten het tempo verlagen of zich terugtrekken, benutten andere deze rustige periode juist om zich voort te planten. De winter is voor die soorten een cruciale fase in de jaarlijkse cyclus. (Ook voor liefhebbers is dit een drukke periode, zie de oproep achter in dit natuurbericht).

Koude remt activiteit, maar niet voor iedereen

De watertemperatuur speelt een sleutelrol in het leven onder water. Bij lage temperaturen vertraagt de stofwisseling van koudbloedige dieren, waardoor veel soorten in de winter minder actief zijn. Krabben als de Strandkrab zoeken beschutte plekken in spleten tussen stenen of ingegraven in het sediment. Door hun verrichtingen te beperken, besparen ze energie in een periode waarin voedsel schaars is. Voor een groot deel van de vissen geldt eveneens dat ze in de winter een ‘spaarstand’ aannemen: ze bewegen minder en jagen weinig. Toch zijn er opvallende uitzonderingen, zoals duikende waarnemers momenteel kunnen zien.

Veel in zee levende dieren sparen hun krachten tijdens kou. De Strandkrab (Carcinus maenas) zit nu meestal verborgen tussen stenen, wier of in de bodem

Minder predatie, meer rust

De winter biedt relatief rustige omstandigheden. Zomergasten zijn vertrokken, de predatiedruk is lager en de concurrentie om voedsel en ruimte is beperkt. Door hun voortplanting in deze periode te plannen, vergroten nu actieve soorten de overlevingskansen van hun nakomelingen. Die hebben het dan goed in het voorjaar, wanneer de voedselbeschikbaarheid toeneemt.

Slakken in de kou

De Wulk is onze grootste inheemse huisjesslak in de Oosterschelde en het Grevelingenmeer. Het dier gebruikt de winter om zich voort te planten. Vrouwtjes zetten grote uit halfronde plasticachtige eikapsels opgebouwde eierklompen af op harde structuren. Deze slak heeft het zwaar gehad door de gifstof tributyltin (TBT); een stof die vroeger in aangroeiwerende coatings op schepen zat. Hierdoor werd de voortplanting verstoord. Dit verschijnsel werd met name bekend bij de Purperslak. Na het verbod op TBT ging het met beide slakkensoorten beter, al zijn er ook nu nog bedreigingen. Wulken zijn niet de enige winteractieve slakken. Naaktslakken als de Slanke waaierslak en de Rosse sterslak lieten zich in het verleden ook vooral in de winter zien. Helaas lijken die soorten de laatste jaren af te nemen.

Sommige slakken zijn actief in de winter. Links: eiafzettende Wulk (Buccinum undatum), midden: Slanke waaierslak (Microchlamylla gracilis), rechts: Rosse sterslak (Onchidoris bilamellata) op de opvallende geplooide eisnoeren

Wieren verdwijnen (maar niet echt)

Veel dieren trekken zich in de winter terug naar dieper water. Daar zijn temperatuur en zoutgehalte stabieler dan in ondiepe zones, die gevoelig zijn voor vorst en sterke afkoeling. Door deze verplaatsing beperken zij stress en energieverlies. Wieren kunnen niet wegtrekken en doen het anders. In de herfst sterven veel grote wieren af, waardoor het onderwaterlandschap in de winter kaal oogt. Toch blijft de basis van veel soorten aanwezig. De hechtvoeten blijven stevig vastzitten op beschutte plekken, wachtend op meer licht en warmte. Daarnaast blijven microscopische sporen achter in water en sediment, klaar om in het voorjaar uit te groeien tot nieuwe wieren en prachtige onderwaterlandschappen.

Vissen die zich voortplanten in de winter

Veel vissoorten, waaronder Zeebaars en Diklipharder, trekken in de winter naar dieper water om daar het warmere voorjaar af te wachten. Maar er zijn ook vissen die juist de winter als voortplantingsperiode gebruiken. Voorbeelden zijn de Gewone en de Groene zeedonderpad, de Slakdolf en deels ook de Snotolf. Zij zetten hun eieren af op speciale nestplaatsen, vaak tussen stenen en schelpen. Opvallend bij deze vissen is de broedzorg door de man. Duikers die de kou trotseren, kunnen momenteel zien hoe de zeedonderpadmannetjes het legsel bewaken en er door vinbewegingen voldoende zuurstofrijk water overheen wapperen. De mannetjes van de Snotolf doen hetzelfde. Die zochten maanden geleden al een geschikte nestlocatie, waarna ze felle oranje, roze of rode kleuren kregen om zo een vrouwtje te lokken. Na de paring en de eiafzetting verdween het vrouwtje weer. Het inmiddels weer langzaam naar grijsgroen verkleurende mannetje van de Snotolf blijft achter; pa mag wekenlang het nest met eieren verzorgen en bewaken (tot acht weken bij de Snotolf, tot vijf bij zeedonderpadden).

Links: Gewone zeedonderpad (Myoxocephalus scorpius) met eieren – in dit geval rode, midden: Groene zeedonderpad (Taurulus bubalis) met eieren, rechts: Slakdolf (Liparis liparis) met het opvallende strepenpatroon

Voor Slakdolf het einde

Zeedonderpadden zijn meerjarig en kunnen tot 15 jaar worden. Snotolven worden zelfs dubbel zo oud. Als ze ten minste niet gevangen worden en – alleen om hun 'nepkaviaar' – wreed geslacht door de mens. Dat gaat niet op voor de Slakdolf. Voor dit bij ons schaarse, bijzondere visje vormt de voortplanting in de winterperiode het slotstuk van het leven. Kort na de eiafzetting is het met ze gedaan; dan sterven ze. Slakdolven worden hoogstens 15 centimeter lang, hebben vaak een opvallend gestreept patroon en aan de buikzijde kenmerkende vergroeide buikvinnen die een zuignap vormen waarmee ze zich stevig kunnen vastzuigen. De kans dat ze bij ons nóg schaarser worden, is met het opwarmen van het zeewater helaas groot.

Winterkou: stille, maar bepalende periode

De winter onder water is geen periode van leegte, maar van slimme aanpassing. Terwijl veel soorten energie besparen, benutten sommige andere juist de rust om zich voort te planten. Wat zich nu onopvallend afspeelt onder het wateroppervlak, vormt deels de basis voor het rijke leven dat in het voorjaar weer zichtbaar wordt in de Oosterschelde en de Grevelingen. Wel is het de vraag hoe het in de toekomst met 'koudere' soorten zal gaan wanneer de opwarming van het zeewater verder toeneemt (de gemiddelde wintertemperatuur van het water steeg in de Oosterschelde de afgelopen 10 jaar met 3 °C). Onder meer bij de Gewone zeedonderpad is in de Oosterschelde al een significante dalende trend waargenomen.

Oproep: kom zelf kijken naar al het winterMOOis

Ben je duiker met liefde voor en kennis over het onderwaterleven? Dan is de winterdag van het MOO-project op zondag 15 februari aanstaande vast iets voor jou. Of kom naar het ANEMOON-winterweekend van vrijdag 6 tot en met zondag 8 maart. Dit weekend is ook geschikt voor niet-duikers die bij laagwater de getijdenzone onderzoeken. Volg de ANEMOON-website en -socials voor meer informatie. Op de Duikvakerbeurs op zaterdag 31 januari en zondag 1 februari in Houten maak je kennis met de citizen science-projecten met vrijwilligers van Stichting ANEMOON waarin het onderwaterleven in zee centraal staat. We staan op het Flora en Fauna plein. Tot ziens! 

Tekst: Lilian Schoonderwoerd, Inge van Lente en Rykel de Bruyne, Stichting ANEMOON
Beeld: Lilian Schoonderwoerd (leadfoto: winterlandschap boven water bij duiklocatie de Westbout op Schouwen-Duiveland); Anne Lamers; Marion Haarsma; Harry Holsteijn (Tekening bij Limerick)

Slakdolf

Pakkerd

Bij de eblijn, toen 't water verdween,
zat een Slakdolf geplakt aan een steen.
Haar zuigschijf zat vast,
maar ik heb 'r ontlast,
kreeg een klapzoen, als dank, op mijn been.

                                           (Wurgworm, 2021)