Reuzenteek (Hyalomma marginatum)

Reuzen- en vlekkenteken in beeld: zo monitort de NVWA bijzondere soorten

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
3-APR-2026 - Het is weer de jaarlijkse Week van de Teek! De NVWA monitort teken in Nederland en zet een nieuw middel in: de TekenKit voor professionals. Zij kunnen daarmee bijzondere teken verzamelen en insturen voor onderzoek. Burgers worden ook opgeroepen om vondsten van reuzen- en vlekkenteken te melden en ze in te sturen. Dit kan via de NVWA-website.

In Nederland komen verschillende soorten teken voor. De meeste aandacht gaat vaak uit naar de schapenteek, bekend van de ziekte van Lyme. Minder zichtbaar is een andere ontwikkeling: de opmars van bijzondere teken, zoals de reuzenteek (Hyalomma marginatum) en de vlekkenteek (Dermacentor reticulatus).

Monitoring van reuzen- en vlekkenteken

Reuzenteken komen nog beperkt voor in Nederland, maar worden wel met enige regelmaat aangetroffen. Ze kunnen vanuit droge en warme streken in Zuid-Europa, Azië en Afrika ons land binnenkomen via onder andere trekvogels of geïmporteerde dieren, zoals paarden. In de afgelopen jaren ging het om een klein aantal meldingen per jaar, maar dit is waarschijnlijk het topje van de ijsberg, omdat reuzenteken lang niet altijd opgemerkt worden. Hoewel ze momenteel nog weinig worden gemeld, kunnen reuzenteken in grotere aantallen toch voor overlast zorgen, bijvoorbeeld door beten bij mens en dier.

Vlekkenteken komen in toenemende mate voor in Nederland. Ze zijn inmiddels op meerdere plekken gevestigd, met name in ruige gebieden met water en grote grazers, zoals bij slikken, uiterwaarden en in de buurt van duinmeertjes.

Om zicht te houden op waar en in welke mate bijzondere teken zoals reuzenteken en vlekkenteken voorkomen, monitort de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) via het Centrum Monitoring Vectoren (CMV) hun aanwezigheid, verspreiding en mogelijke introductie in Nederland.

Vlekkenteek (Dermacentor reticulatus)

Reuzenteek (Hyalomma marginatum)

Van vondst naar inzicht

Waar algemene teken al wijdverspreid zijn, geldt voor soorten zoals de reuzenteek dat ze zich nog niet blijvend hebben gevestigd in Nederland. Van vlekkenteken weten we dat ze op bepaalde locaties al wel gevestigd zijn, maar we weten niet goed of ze zich verder aan het verspreiden zijn. Juist daarom is vroege signalering van belang. “Een enkele vondst kan al belangrijke informatie opleveren”, zegt Paulina Maria Lesiczka, wetenschappelijk medewerker bij het CMV. “Het helpt ons om te bepalen of een soort zich lokaal gaat vestigen en welke risico’s daarbij horen.”

De monitoring richt zich onder andere op:

  • verspreiding van bijzondere tekensoorten
  • introductieroutes (bijvoorbeeld via trekvogels of andere dieren)
  • aanwezigheid van ziekteverwekkers

Deze gegevens vormen de basis voor risicobeoordelingen en beleid op het gebied van dier- en volksgezondheid. Recente analyses laten zien dat het risico op insleep van ziektekiemen met reuzenteken vooralsnog klein is. “De reuzenteken die we hebben onderzocht zijn waarschijnlijk via trekvogels binnengekomen. Het risico voor de volksgezondheid via deze route schatten we op dit moment als laag”, zegt Mathilde Uiterwijk, wetenschappelijk medewerker bij het CMV en veterinair microbioloog en dierenarts. Reuzenteken kunnen echter ook via andere routes, zoals de import van hoefdieren, Nederland binnenkomen. Om die risico’s beter te begrijpen zijn meer meldingen nodig.

Reuzenteek (Hyalomma marginatum)

Daarnaast willen we het risico van vlekkenteken voor de volks- en diergezondheid beter kunnen inschatten. Uiterwijk vervolgt: “Hoewel we denken dat vlekkenteken zich verder verspreiden in Nederland, vormen ze momenteel nog nauwelijks een risico voor mens en dier.” Uit andere Europese landen waar vlekkenteken al langer voorkomen, is echter bekend dat ze ziekteverwekkers kunnen dragen. Daarom wordt in Nederland niet alleen gekeken naar verspreiding, maar ook naar de aanwezigheid van ziektekiemen.

Nieuwe stap in monitoring: de TekenKit

Teken worden gevonden op uiteenlopende dieren – van honden tot paarden en op wilde dieren zoals trekvogels, reeën, herten en wilde zwijnen. Signalering begint in het veld en om beter zicht te krijgen op de verspreiding van teken, zet de NVWA een nieuw middel in: de TekenKit. Met deze citizen science-aanpak worden ook professionals actief betrokken bij de landelijke monitoring. Denk aan dierenartsen, paardenhouders, terreinbeheerders, vogelringers en opvangcentra voor wilde dieren. Zij komen in hun werk regelmatig teken tegen en kunnen een belangrijke rol spelen in vroege signalering.

Met de TekenKit kunnen zij:

  • teken verzamelen en veilig opsturen
  • informatie vastleggen (zoals datum, locatie, diersoort)
  • bijdragen aan landelijke data over verspreiding en soorten

De TekenKit vergroot niet alleen de hoeveelheid data en de kwaliteit van de meldingen, maar draagt ook bij aan kennis over de geografische spreiding van teken en ziekteverwekkers in teken. Daarmee vormt het een waardevolle aanvulling op het actieve speurwerk van het CMV. Professionals kunnen een TekenKit aanvragen bij het CMV.

Wie kan teken melden?

Niet alleen professionals kunnen bijdragen aan de monitoring. Ook particulieren die een teek vinden op bijvoorbeeld een huisdier of in de natuur, kunnen deze melden bij de NVWA. Daar staat ook praktische informatie over het herkennen, verzamelen en opsturen van teken. Nadat de NVWA een melding heeft ontvangen, beoordeelt een deskundige of het daadwerkelijk om een reuzen- of vlekkenteek gaat. Mogelijk nemen zij daarna contact op met de melder om te vragen de teek op te sturen voor verder onderzoek.

De NVWA is vooral geïnteresseerd in reuzen- en vlekkenteken. Veelvoorkomende soorten zoals de schapenteek hoeven niet te worden ingestuurd.

Onderzoekers van de NVWA gebruiken de methode 'tekenslepen' om de aanwezigheid en dichtheid van teken in een bepaald gebied te onderzoeken. Hierbij wordt een wit doek over de vegetatie gesleept, waaraan teken zich vastklampen

Waarom monitoren belangrijk is

Door veranderingen van klimaat en landgebruik, en toenemende internationale bewegingen van mensen en dieren kan de verspreiding van teken ook veranderen. Sommige soorten kunnen ziekteverwekkers bij zich dragen die relevant zijn voor dier- en mogelijk ook volksgezondheid. Vroege signalering maakt het mogelijk om ontwikkelingen tijdig te herkennen en risico’s beter in te schatten.

Een kleine vondst, groot effect

Iedere ingezonden teek draagt bij aan het grotere geheel. Door meldingen te combineren ontstaat inzicht in trends, verspreiding en mogelijke risico’s. De NVWA roept professionals en burgers daarom op om alert te blijven en bijzondere teken te melden, zoals de reuzen- en vlekkenteek. Zo helpt een individuele vondst bij het beschermen van de gezondheid van mens en dier, en bij het versterken van de kennis over teken in Nederland.

Tekst: Annelyn Close, Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)
Beeld: Eduard Marquès (leadfoto: reuzenteek); Wietse den Hartog, NVWA; NVWA