Natuurjournaal 5 april 2026
Nature TodayZe liggen er weer: hazen in de supermarkt, donkerbruin, lichtbruin, wit. Hol, massief, van suikergoed of roomboter. Hazen op tafel, hazen in de voorraadkast. En hazen in de akkers. Grijsbruin of lichtbruin, met zwarte lepels in de lange oren. Hazen die rammelen. Niet van de honger, maar van hun gierende hormonen. Rammen die ’s morgens vroeg en in de schemering de moerhazen achtervolgen. Met het risico op een flink pak rammel, want hazen kunnen niet alleen haken slaan, maar ook boksen. De vrouwtjes slaan fel van zich af en ook bij de mannetjes onderling breken flinke gevechten uit.

Wat een haas niet kan, is eieren leggen. Toch loopt de paashaas rond met mandjes beschilderde eieren. Een op het eerste gezicht vreemde combinatie. Het dier kent zijn wortels in zowel de oosterse als Germaanse mythologie. Een lentegodin zou aan het eind van een strenge winter een doodziek, vleugellam vogeltje in een haas hebben veranderd. Ieder volgend jaar op die dag, ter verering van de godin, was de haas in staat om eieren te leggen. Hij beschilderde ze en verstopte ze in tuinen. Je zou de connectie ook in de natuur kunnen zoeken: hazen komen in dezelfde omgeving voor als verschillende vogelsoorten die op de grond broeden, zoals de kievit. De ondiepe kuiltjes die als nest dienen, lijken op de hazenlegers die hazen als rustplek gebruiken. Het zal ook vast eens voorkomen dat er eitjes op de plek van een verlaten hazenleger worden gelegd.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Rasbak (leadfoto: kievitsnest); Piet Munsterman, Saxifraga
