Natuurjournaal 24 januari 2026
Nature TodayDit is nu echt ieders witte walvis: het zien van een beloega voor de Nederlandse kust! Het is zestig jaar geleden dat er voor het laatst een beloega in onze wateren is gezien. Die zorgde voor veel consternatie – en werd toepasselijk ‘Moby Dick’ gedoopt. Beloega’s leven in de polaire en subpolaire wateren van het noordelijk halfrond. Steenkoud, natuurlijk, maar een onderhuidse speklaag van zo’n vijftien centimeter dik zorgt voor isolatie. Ook de compacte bouw is een aanpassing. De zeezoogdieren hebben zelfs geen rugvin, alleen een huidrichel. Naast warmteverlies zou die maar in de weg zitten: beloega’s zwemmen vaak vlak onder het poolijs. De meeste beloega’s migreren mee met het poolijs. In de herfst trekken ze in groepen naar het zuiden. Deze beloega schoot wel erg ver door, bovendien is hij alleen. Het is afwachten hoe het hem vergaat. Zou dan de volgende waarneming in 2086 zijn?

Er gebeurt meer in de kustwateren, de slakdolf bijvoorbeeld zit in de voortplantingstijd. Slakdolven zijn vissen met vergroeide buikvinnen die een zuignap vormen, waarmee ze zich op de ondergrond vastzuigen in de stroming. Waar veel vissen in deze tijd van het jaar op grote diepte verder op zee schuilen om zich tegen al te veel kou en temperatuurschommelingen te beschermen, zijn slakdolven juist naar de kust gezwommen (Oosterschelde) om te paaien en eitjes af te zetten, onder andere rond geweisponzen. Van januari tot maart komt de nieuwe generatie slakdolfjes uit het ei. Zij trekken daarna verder de zee op. Hun ouders gaan niet met ze mee: die zijn na het paaien doodgegaan. Slakdolven worden een jaar oud.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Walter Das, Waarneming.nl (leadfoto: beloega voor de kust van Den Helder op 19 januari 2026); Eric, Gibcus, Saxifraga
