Welke boom draagt bij? Ecologische waardering als beleidsinstrument
IPC Groene RuimteIn Leiden staat het stedelijk groen, en dan in het bijzonder het bomenbestand, voortdurend onder druk. De ruimte is beperkt, zowel in het openbaar als in privétuinen. Bij nieuwe aanplant werd in het verleden vaak gekozen voor 'modebomen': soorten die visueel aantrekkelijk zijn, maar ecologisch weinig toevoegen.

In 2020 besloot de gemeente daarom haar beleid voor boombescherming aan te scherpen. Ecologisch adviseur Roelant Jonker stelde, samen met collega-ecoloog Wouter Moerland, een register op waarin boomsoorten ecologisch gewaardeerd worden. De inzet: beter afwegen welke bomen daadwerkelijk ecologisch iets toevoegen aan de stad Leiden. Tijdens de Nationale Biodiversiteitsdag op 7 november 2025 gaf Jonker een lezing over de totstandkoming van het register en de manier waarop de ecologische waardering van boomsoorten is vastgesteld.
Hoe bepaal je ecologische waarde?
De lijst is gebaseerd op het sortiment van boomkwekerij Van den Berk: bijna 1600 soorten en cultivars. Met behulp van publicaties, lokale kennis en expertinbreng is elke soort voorzien van een ecologische waardering. Daarbij wordt gekeken naar functies die bomen vervullen voor insecten, vogels, planten, schimmels en andere organismen: denk aan voedsel (blad, vruchten, stuifmeel, hout), voortplanting (bijvoorbeeld ei-afzet, verpopping) en verblijfplaatsen. Exoten hebben doorgaans weinig tot geen ecologische relaties met de soorten die van nature in Nederland voorkomen.
De ecologische waarde van een boomsoort is niet statisch. Veranderingen in soortrelaties of nieuwe inzichten kunnen ertoe leiden dat de waardering verandert. Op basis van monitoring en actuele ecologische data kan het register daarom periodiek worden herzien.
In perspectief
In principe biedt elke boom leefruimte aan insecten, maar dat geeft ze niet altijd een hoge ecologische waarde. Zo vonden onderzoekers in Bergen op Zoom bij onderzoek naar overwinterende insecten op platanen (Platanus occidentalis x P. orientalis) maar liefst 33 soorten wantsen en ruim 50 soorten kevers onder de schors. Een indrukwekkend aantal, totdat je beseft dat het onderzoek geen vergelijking maakte met boomsoorten met vergelijkbare, ruwe bast met veel spleten, zoals de Noorse esdoorn (Acer platanoides). Vermoedelijk zijn dergelijke aantallen zelfs vergelijkbaar met die onder losliggende stoeptegels. De vraag blijft dus of platanen ecologisch daadwerkelijk waardevoller zijn dan andere soorten.
Zeven klassen van ecologische waardering
Het Leidse register hanteert zeven waarderingsklassen, variërend van –1 tot 4:
| -1. | Invasieve exoten die niet mogen worden aangeplant. |
| 0. | Soorten van buiten Europa (ook niet in een ver verleden aanwezig), of soorten met zeer weinig ecologische relaties, zoals Aesculus en Platanus, waarvoor ecologisch waardevolle alternatieven beschikbaar zijn. |
| 0,5. | Soorten en groepen die vóór of tussen de ijstijden in Europa voorkwamen en mogelijk nog ecologische relaties gaan ontwikkelen. |
| 1. | Cultivars en hybriden van Europese soorten. Deze zijn vaak steriel of worden minder toegepast in onze regio. Er zijn doorgaans ecologisch waardevollere alternatieven beschikbaar. |
| 2. | Meer waardevolle cultivars en archeofyten: soorten die na de laatste ijstijd, maar vóór 1492, door menselijk toedoen in onze regio zijn terechtgekomen. Ook enkele ecologische exoten vallen hieronder: uitheemse soorten die inmiddels ecologische relaties hebben ontwikkeld. |
| 3. | Soorten die ecologisch waardevol zijn en duidelijke functies vervullen binnen ecologische relaties. |
| 4. | Soorten met een zeer hoge ecologische meerwaarde, die meerdere functies bieden binnen het ecosysteem, zoals voedsel, voortplanting en schuilplaatsen. |
Boombescherming en beleid
In Leiden geldt dat een boom als ‘waardevol’ wordt beschouwd wanneer deze minstens vijftig jaar oud is of een stamdiameter van minimaal 50 centimeter heeft én een ecologische waardering van 3 of hoger. Een boom wordt ook als waardevol beschouwd als hij tachtig jaar of ouder is, een stamdiameter van ten minste 80 centimeter heeft, of als hij als zeer zeldzaam wordt aangemerkt. Bomen die aan deze criteria voor ‘waardevol’ voldoen, mogen niet gekapt worden zonder vergunning en zijn dus extra beschermd.

Voor vervangende aanplant geldt: minimaal waardering 2. Een gemiddelde van 2 volstaat als meerdere bomen worden vervangen. Vervangende aanplant met waarde 0 is alleen in uitzonderlijke gevallen toegestaan bij zwaarwegende historische of culturele motieven. Aanplant van invasieve exoten is uitgesloten.
Klimaatadaptatie vs. ecologische waarde
Bij de beoordeling van ecologische waarde is klimaatadaptatie geen criterium geweest. Toch blijkt dat veel soorten van autochtoon plantmateriaal (soorten die in Nederland zijn gezaaid of gestekt, en in Nederland hebben gegroeid) zich prima aanpassen aan klimaatverandering, en veel voor Nederland inheemse soorten hebben een verspreiding tot diep in Zuid-Europa. Voor wie bomen wil selecteren op koelte, waterbuffering of droogteresistentie zijn er aanvullende lijsten beschikbaar. Het Leidse register focust expliciet op ecologische relaties, maar sluit andere afwegingskaders niet uit.
Naar een landelijke standaard
Andere gemeenten, waaronder Utrecht en Oegstgeest, hebben het Leidse model inmiddels overgenomen. Daarnaast zijn in Nederland inmiddels meerdere initiatieven opgezet om ecologische waarde te definiëren. Op basis van alle ervaringen wordt nu gewerkt aan een landelijk ecologisch register met ruim 2500 boomsoorten en cultivars. Een hulpmiddel dat ecologie een stevigere plek geeft in het denken over stadsbomen.
Meer informatie
- Het Leidse register van ecologische bomen (1,1 MB).
Tekst: Susanne Driessen, IPC Groene Ruimte
Beeld: Gemeente Leiden (leadfoto: rode beuk op begraafplaats Groenesteeg, Leiden)
