Natuurjournaal 13 maart 2026
Nature TodayHolwortel bloeit vroeg in het voorjaar, net als andere stinzenplanten. Stinzenplanten is de groepsnaam voor een bijzondere verzameling verwilder(en)de planten – voornamelijk bol-, knol- en wortelgewassen – die sinds de zestiende eeuw werden aangeplant op buitenplaatsen rondom kastelen en landhuizen. Door de vroege bloei is holwortel momenteel een dankbare pitstop voor allerlei hommels en bijen die nu al actief zijn. Let op, holwortel heeft een – veel algemenere – dubbelganger: vingerhelmbloem. Uiterlijk lijken ze sterk op elkaar, al heeft alleen vingerhelmbloem schutblaadjes onder de bloemen die op handjes lijken, compleet met vijf vingers. Een ander verschil tussen de twee is alleen ondergronds te zien: de wortelknol van de holwortel is, je kan het raden, hol.

Poelslakken zijn er in veel vormen en ze komen zowel op het droge als in het water voor. De grote of gewone poelslak is met een huisje tot 7 centimeter lang de grootste van allemaal. Gewone poelslakken worden in zoet en in brak water met een zoutgehalte tot 7 procent gevonden. Vanaf eind april beginnen ze met het afzetten van eisnoeren op de onderkant van drijfbladeren. Als er veel gewone poelslakken bij elkaar voorkomen, kunnen ze grote delen van waterplanten kaal grazen. Ze lijken niet erg kieskeurig, maar eten bijvoorbeeld liever witte waterlelie dan gele plomp. Ook slakken houden niet van alle groenten evenveel.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Michiel Rok, Saxifraga; Kees Marijnissen, Saxifraga
