Weidevogelparadijs klaar voor het broedseizoen
StaatsbosbeheerAlleen een groep Canadese ganzen laat zich zien in de koude wind die eind maart over Waterland-Oost jaagt. Verder lijkt het uitgestorven. Maar schijn bedriegt. Zodra de wind even gaat liggen, fladderen ze op: grutto’s. Ze jagen achter elkaar aan en laten met hun kenmerkende 'grutto-grutto'-geluid luidkeels van zich horen. Het is een drukke tijd voor grutto’s. Ze zijn net terug uit hun overwinteringsgebieden in Afrika, moeten hier een territorium claimen en verdedigen, en hun partner zoeken. Rond eind maart maken ze een nest op de grond, vaak in een pol gras, en zijn ze druk met baltsen en paringen.
Grutto’s vereisen nogal specifieke omstandigheden. De bodem mag niet te droog zijn, want dan kunnen de volwassen vogels niet met hun snavel bij de wormen. Te nat is ook niet goed, omdat er dan geen voedsel voor ze is. En er moeten voldoende bloemen groeien, zodat er genoeg insecten zijn. De gruttokuikens leven namelijk van insecten. Bij elkaar vereist dat bloemrijke graslanden waarbij het waterpeil net iets onder het maaiveld staat. Uiteraard profiteren niet alleen grutto’s van zulke biodiverse weides, maar ook vele andere vogelsoorten, kleine zoogdieren, amfibieën en planten, zoals koekoeksbloem en ratelaar.

Leefgebied van veel soorten
Waterland-Oost heeft een lange ontstaans- en ontginningsgeschiedenis. Perioden van veengroei afgewisseld met overstromingen, dijkdoorbraken en afzettingen met klei vormden de bodem en het landschap. En de mens had hier zijn invloed met onder meer het graven van sloten en het wegpompen van water. Het is nog steeds een waardevol open weidevogel- en veenlandschap, onder de rook van Amsterdam. Een greep uit de vele vogelsoorten die hier voorkomen naast de grutto: tureluur, scholekster, kluut, gele kwikstaart, veldleeuwerik en zomertaling. Maar het gebied wordt bedreigd door bodemdaling, verdroging, een slechte waterkwaliteit en te veel stikstofneerslag. Hierdoor gaat het aantal soorten planten en dieren achteruit.
Waterhuishouding op orde
Staatsbosbeheer heeft met financiering van de provincie Noord-Holland zo’n 175 hectare van dit gebied opgeknapt. Met name door de waterhuishouding op orde te brengen. Staatsbosbeheer-projectmedewerker Jan den Boef: “Op verschillende plekken zijn nieuwe pompen geplaatst. Zo kunnen we ervoor zorgen dat het waterpeil optimaal is. Als het in de lente of zomer droog is, houden we hiermee het water in het gebied of laten het instromen. En als het te nat is, vaak in de winter, kunnen we het water uitlaten.”
“Daarnaast hebben we voor flauwe oevers van de greppels gezorgd. De greppels zorgen ervoor dat het water uit de sloten gemakkelijker naar het midden van de graslanden stroomt, zodat dat minder snel droog komt te staan. De flauwe oevers dragen bij aan meer bloemrijke soorten en dus meer insecten in het gebied, en ze maken het voor de kuikens gemakkelijker uit het water te kruipen. Ook de damwanden bij de pompen zijn hersteld.” Jan wijst op de van dikke planken gebouwde dam, die ongeveer een meter boven het water uitsteekt. “Die planken zijn zes meter lang. Pas op die diepte was er voldoende vaste grond om ze in vast te zetten.”
Ook is er beschoeiing aangebracht om de rietkragen. Die rietkragen moeten eigenlijk de veengronden beschermen tegen het open water. “Omdat het riet niet meer gezond genoeg is, nemen door de wind opgejaagde golven steeds stukjes veen mee het water in. Zo zijn we de laatste vijftien jaar al ongeveer zevenduizend vierkante meter veen verloren. Met de beschoeiing stoppen we dat proces en krijgt het riet de kans sterker te worden.”

Reliëf en variatie
In de verte op een droger stuk rennen twee hazen achter elkaar aan. Ook voor hen is het tijd een partner te zoeken en voor nageslacht te zorgen. Maar zij houden niet van natte voeten. Een biodivers veenlandschap bestaat dan ook vooral uit reliëf, verschillende structuren en variatie in vegetatie, zodat natte, vochtige en droge delen elkaar afwisselen. Andere dieren die hier baat bij hebben zijn bijvoorbeeld de rugstreeppad en de noordse woelmuis. Jan: “Dankzij het werk dat hier is gedaan, kunnen we al die variatie in dit landschap behouden en het dus leefbaar houden voor al die verschillende soorten. Ook voorkomen we hier verdere bodemdaling mee en dus CO2-uitstoot. Want veen dat droog komt te staan, stoot onder invloed van zuurstof CO2 uit en verdwijnt.”
Voor nu zit het werk erop. Jan kijkt nog even naar een grutto die een duikvlucht maakt. “Mooi he”, zegt hij. “Het is jammer dat het vandaag zo hard waait. Toen ik hier van de week was, hoorde ik overal het grutto-geroep. Er komen er hier honderden om op te vetten en tientallen grutto’s blijven hier ook broeden. Nu is het aan hen om hier een succes van te maken.”
Tekst en beeld: Staatsbosbeheer
