Natuurlijke tuin met houtsnippers

Van tegeltuin tot natuuroase: hoe mijn kleine achtertuin tot leven kwam

IPC Groene Ruimte
28-JUN-2026 - In de opleidingen en trainingen van IPC Groene Ruimte draait het vaak om de openbare ruimte. Maar samen vormen tuinen ook een gigantisch leefgebied. IPC-collega Lieke Willems laat in haar persoonlijke column zien wat er gebeurt als je daarin ruimte laat voor natuur. Met de drie-eenheid boom, bloeiboog en geduld groeide haar stadstuin uit tot een toevluchtsoord vol leven.

Negen jaar geleden werd ik verliefd op een huis in Amersfoort – of beter gezegd, op de grote wilde kastanjeboom die in het piepkleine achtertuintje stond. De verkoopadvertentie pochte over een strak aangelegde tuin met zwarte tegels en verrijdbare boombakken, maar die moderne opsmuk kon me gestolen worden. Het was de machtige kastanjeboom die direct mijn hart stal. Die boom gaf zoveel karakter en diepte aan de tuin, dat ik even vergat hoe klein het perceel eigenlijk was.

De realiteit van de tegeltuin sloeg pas toe tijdens de eerste zomer. De zwarte tegels bleken overdag zo heet te worden dat je er een ei op kon bakken. Op een snikhete middag rende mijn tweejarige zoontje huilend naar binnen met blaren onder zijn blote voeten. Dat was voor mij de druppel: die tegels moesten eruit.

Natuurlijke tuin met houtsnippersKleine, hete, betegelde stadstuin

Tegels eruit, natuur erin

Niet lang daarna begon de transformatie. Tegel voor tegel verdween de verharde vloer uit onze tuin. Ik verving de hete tegels door een zachte bodem van boomschorssnippers. Vanaf dat moment heb ik de natuur grotendeels haar gang laten gaan – de 'luie tuinman-methode'. Een aantal zorgvuldig uitgezochte planten heb ik wél geplant, waarvan er enkele de tand des tijds hebben doorstaan. Maar het meest blij ben ik met de planten die spontaan in de tuin zijn verschenen en die zich hier thuis voelen. Wat eens een stenig tuintje was, is nu een lommerrijk hoekje vol groen.

Al snel merkte ik de voordelen: de boomschors absorbeert piekbuien supersnel en voorkomt dat de zon de grond verzengt. De schaduw van de kastanje zorgt voor koelte op warme dagen en voegt een extra dimensie toe aan de beleefbare vierkante meters. Bovendien kwam de tuin langzaam maar zeker tot leven. Onkruid? Dat woord gebruik ik niet graag meer; veel van wat anderen onkruid noemen, zijn hier nu bodembedekkers en bloeiers die het hartstikke goed doen. In plaats van elke week wieden, laat ik veel staan en observeer ik het resultaat. Want ja; tuinmansverdriet – of anders gezegd zevenblad – woekert, maar als daar dovennetel en wilde geranium bij gaan groeien, houden ze elkaar in evenwicht en is het een prachtig spel van witte pluimen met paarse of gele kelkjes en roze knopjes. Nog afgezien van het feit dat zevenblad ook een goede salade maakt.

Vogelgeluk in de achtertuin

Onze tuin mag dan klein zijn, voor-,  achter- en zijtuin zijn bij elkaar ongeveer 120 vierkante meter, maar voor vogels is het een aantrekkelijke oase midden in de stad. Ieder voorjaar is het raak: overal ontdek ik vogelnestjes. Merels nestelen graag in de dichte meidoornstruik die we tegen de zuidgevel hebben staan. Het scheelt ons veel zoninstraling en de merel heeft in de lente een plek voor zijn nestje en in de herfst een plek voor lekkere besjes. Hoog in de kruin van de kastanjeboom bouwt een koppeltje eksters steevast een nest. Een bol die zelfs de winter doorstaat en ook in de winter bewoond is. In het kleine vogelhuisje aan de schuurmuur heeft al menig koppeltje pimpelmees of koolmees jongen grootgebracht. En in de klimop aan de rand van de tuin scharrelt een stel heggenmussen; zij bouwen daar stiekem hun nestjes tussen het groen.

Soms doen we zelfs verrassende ontdekkingen. Onlangs troffen mijn zoon en ik drie kleine roodborstjes aan in onze tot tuinhuis verbouwde garage. Kleine, bruine kuikentjes met zwartbruine streepjes op hun borst. Die schijnbaar onopvallende kleintjes zijn, door hun gebrek aan een rode borst, minder bedreigend voor hun ouders. Roodborstjes staan er namelijk om bekend verrassend fel hun territorium te verdedigen, ieder rood borstje wekt agressie op. Fantastisch hoe de natuur daar dus een oplossing voor heeft. Soms schuilt de verwondering in het allerkleinste.

Bloemen én bijen het hele jaar door

Natuurlijke tuin met kruidenrijke border

Behalve vogels weten ook insecten onze tuin te vinden. Dat is geen toeval, want inmiddels is er het hele jaar door wel iets in bloei te ontdekken. De jaren na het onttegelen had ik wel eens mijn twijfels. Zo was er een periode dat de halfschaduwborder vooral vol stond met wilde geranium – prachtig voor insecten, maar het gaf de tuin een wat eenvormig aanzicht. Toch besloot ik het experiment de tijd te geven. Af en toe plaatste ik er een andere plant bij of zaaide iets nieuws in kale stukjes grond, maar verder liet ik de natuur bepalen wat opkwam.

Nu kan ik zeggen dat mijn geduld is beloond. Ik heb een kleurrijke mix van ‘wilde’ planten in de tuin, die elkaar in bloei afwisselen en samen een mooie bloeiboog vormen. Vanaf februari steken de eerste sneeuwklokjes en krokussen hun kopjes boven de schorssnippers – een vroege nectarbar voor de allereerste bijen en hommels. In het voorjaar volgen de bloesems van de kastanjeboom en de geurende paarse bloemen van de rozemarijn. Daarna nemen de wilde geraniums, boterbloemen, prachtklokjes en statige vingerhoedskruiden het stokje over, waardoor er tot in de zomer steeds iets in bloei staat. Tijdens de hoogzomerperiode moet mijn tuin het wel van wat exoten hebben, maar er is in ieder geval het hele jaar sprake van bloeiende bloemen. Al die kleine en grotere bloemen zijn niet alleen een lust voor het oog, maar ook een paradijs voor zoemers en fladderaars.

Dit jaar kreeg ik het ultieme bewijs dat onze tuin een thuisbasis is geworden voor bestuivers. Niet één, maar twéé wilde bijennesten hebben zich gevestigd. In een hoekje naast de garage huist een nest akkerhommels, een algemene wilde hommelsoort die graag in tuinen nestelt. En tot mijn verrassing groef een zesvlekkige groefbij – een kleine solitaire bijensoort – haar eigen holletje in een kuil die mijn zoontjes hadden gegraven. Zulke gasten vormen de kroon op ons tuinwerk: het is een eer om deze nuttige beestjes een veilig plekje te bieden.

Kleine tuin, grote impact

Mijn eigen tuinervaring laat zien hoe biodiversiteit zelfs op beperkte schaal tot bloei kan komen. En elke kleine tuin doet ertoe. Wist je dat als we alle particuliere tuinen in Nederland bij elkaar optellen, we uitkomen op een gebied dat naar schatting wel zes keer zo groot is als Nationaal Park De Hoge Veluwe? Onze ogenschijnlijk bescheiden achtertuintjes vormen samen dus een enorm groen areaal. Met iedere tegel die we weghalen en elke plant die we laten groeien, verbinden we stukjes natuur en bouwen we mee aan een gezondere leefomgeving voor allerlei soorten.

Bovendien geeft een grote boom in een kleine tuin je juist een ruimtelijk gevoel, in plaats van de tuin te verkleinen. Zelfs de achterburen lijken verder weg te wonen. Onze kastanjeboom reikt met zijn bladerdak hoog boven het dak uit en schenkt ons ieder jaar een zee aan groene verkoeling, veel verschillende vogels die de boom aandoen en prachtige bladeren en bloesems. Het is het levende hart van onze mini-oase.

Het enige wat mijn tuin nodig had om tot leven te komen, was een beetje hulp en heel veel geduld. Maar nu heeft de natuur in mijn stadstuintje haar plek gevonden, en daar word ik elke dag opnieuw intens gelukkig van.  

Ook doen? Denk aan deze drie eenheid: Ja een boom! Ja een bloeiboog! Ja geduld! En geniet van de kleine verwonderingen die op je pad komen.

Tekst en beeld: Lieke Willems, IPC Groene Ruimte