argusogen

Met argusogen....

De Vlinderstichting
15-AUG-2008 - Dit voorjaar leek de argusvlinder weer wat te herstellen van de sterke achteruitgang van de afgelopen jaren. Nu de zomergeneratie vliegt lijkt dat herstel zich voort te zetten, want deze graslandsoort wordt – vooral in het westen van het land - regelmatig waargenomen.

Bericht uitgegeven door De Vlinderstichting op vrijdag 15 augustus 2008

 

Dit voorjaar leek de argusvlinder weer wat te herstellen van de sterke achteruitgang van de afgelopen jaren. Nu de zomergeneratie vliegt lijkt dat herstel zich voort te zetten, want deze graslandsoort wordt – vooral in het westen van het land - regelmatig waargenomen.

 

Argusvlinders zijn gebonden aan grasland. De rupsen leven van grassen en de vrouwtjes zetten hun eitjes het liefst af op plekken waar graswortels bloot komen te liggen, zoals in wegbermen en slootkanten. Mannetjes (op de foto hiernaast) van de argusvlinder hebben een opvallende donkerbruine band over hun oranje vleugels lopen en lijken daardoor donkerder dan de vrouwtjes, die alleen dunne bruine lijnen op hun vleugels hebben (op de foto hieronder). Op de onderzijde zit een hele rij met oogvlekken en daaraan heeft de argusvlinder haar naam te danken. Argus was in de mythologie een wachter met duizend ogen. De vlinder heeft er wel minder, maar doet ook in z’n gedrag wel wat aan Argus denken. De mannetjes bezetten namelijk een territorium, vaak een kale plek tussen de plantengroei, en verdedigen dit fanatiek tegen indringers. Als je rustig over een zandpad wandelt, kun je een mannetje voor je uit jagen, die in het territorium van de volgende terecht komt. Snel om elkaar heen dwarrelend zul je deze ook voor je uit zien vliegen en als ze in het volgende territorium komen zal de kluwen uit drie mannetjes bestaan!

 

De argusvlinder is een echte graslandvlinder, die verspreid over het hele land voorkomt. Opvallend is dat de aantallen het grootst zijn in het westen van het land. Zowel in de duinen als in de polders en kleigebieden is hij redelijk verspreid. Vanaf 1990 gaat het echter niet goed met deze vlinder. De argusvlinder is sterk achteruit gegaan en komt nog maar in 10% van de aantallen voor als wordt vergeleken met 1990. Zeker in Oost-Nederland is het een zeldzame verschijning geworden. De afgelopen dagen kwamen er, net als in het voorjaar, weer redelijk veel meldingen van de argusvlinder via telmee binnen. Soms gaat het daarbij om echt flinke aantallen, zoals de 84 exemplaren in Boskoop en de tientallen vlinders die werden gezien bij Schoonrewoerd en Leerdam, bij Nieuwerkerk aan de IJssel en in de Alblasserwaard.

Of de soort ook in het oosten weer flink gezien gaat worden moeten we afwachten.

Tekst en foto: Kars Veling, De Vlinderstichting