Nature Today

Kom mee naar buiten allemaal dan horen wij ….

Sovon Vogelonderzoek Nederland
10-JUN-2016 - Bijna iedereen weet dan dat het gaat over de wielewaal. Het is een echte zomervogel. Wielewalen komen terug uit tropisch Afrika in mei en vertrekken weer in juli en augustus. Op dit moment is het karakteristieke ‘dudeljo’ te horen.

De wielewaal is een uitgesproken zomervogel met die prachtig knalgele kleuren. Ondanks die tropische kleuren is een wielewaal horen makkelijker dan er een zien. De soort zit graag hoog in de kroon van een loofboom. Mede door de lichtval is ook een gele man dan lastig te ontdekken. Dat is mooi te zien op de foto van Henk Post. De vrouwtjes zijn vooral groen en die zijn in ieder geval moeilijk te ontdekken.

Waar?

Habitat van de wielewaal in de Achterhoek. Bosje met populier, wilg en els langs de Slinge, BeltrumWielewalen zijn gebonden aan loofbomen en zijn het talrijkst in broekbos en ouder populierenbos. De soort heeft dus een voorkeur voor een wat vochtige bodem. Op drogere gronden heeft de soort een sterke voorkeur voor zomereiken en, meer regionaal (Peel en Drenthe), berken. Als we naar de voorlopige resultaten van de Vogelatlas kijken, dan zijn de hoogste aantallen gezien in Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel, Zuidelijk Flevoland, de oostelijke Achterhoek en meer lokaal in Twente, Noord-Brabant en Limburg.

Achteruitgang door droogte?

Sinds ongeveer 1975 verdween de wielewaal uit veel gebieden op de zandgronden, waar hij voorheen ook in gemengd bos nestelde. In Laag-Nederland boekte hij lokaal enige terreinwinst, vooral in moerasbos. In Flevoland huisden tijdelijk hoge dichtheden, maar sinds 1990 is de soort ook hier sterk afgenomen. De afname houdt vrijwel zeker verband met factoren in zowel de broedgebieden (verdroging van bossen, voedselarmoede in agrarisch cultuurland) als de trek- en overwinteringsgebieden (ontbossing, jacht). Overwinteren gebeurt waarschijnlijk vooral in Zuid- en Zuidoost Afrika (pdf; 1,0 MB). Daar verblijven wielewalen in galerijbossen en regenwoud. In de overwinteringsgebieden en tijdens de trek is er een sterke relatie met regenperiodes.

Waar nu op letten?

Gezongen wordt er meestal in de vroege ochtenduren. Overdag kun je in geschikte habitats een mannetje uit de tent te lokken door de zang na te fluiten. Ook vrouwtjes zingen, in duet met het mannetje, maar de zang is hoger van toon, korter en zachter. Op dit moment, begin juni, vindt de nestbouw en het broeden plaats. Er worden 3 tot 4 eieren gelegd. Binnenkort, als er jongen zijn, wordt het voedsel meestal tot enkele honderden meters van het nest verzameld. Soms echter ook verder weg, waarbij boomloze gebieden worden overgevlogen. Kijk voor meer tips over telrichtlijnen op de soortpagina. Intrigerend is dat er naast het broedpaar een zogenaamde ‘helper’ (pdf; 5,8 MB) aanwezig kan zijn bij het voeren van de jongen. Waarom dit gebeurt, is nog niet helemaal duidelijk, maar het verschijnsel wordt vooral geconstateerd in open gebieden en in jaren met relatief weinig voedsel.

Habitat en geluid van de wielewaal (film: Bernard Berendsen)

Tekst: Jan Schoppers, Sovon Vogelonderzoek Nederland
Foto's: Dûrzan, CC BY-SA 3.0-licentie (leadfoto: wielewaal); Jan Schoppers
Film: Bernard Berendsen