Nature Today

Aanhoudende ranavirus-epidemie bij amfibieën in Nederland

Dutch Wildlife Health Centre (DWHC), Stichting RAVON
6-JUL-2016 - In 2010 werd een eerste uitbraak van ranavirus in Nederland geconstateerd. Gedurende de gehele periode 2011 tot 2014 zijn in Noord-Nederland, op verschillende locaties en op verschillende afstanden van de eerste uitbraak in 2010, amfibieën doodgegaan door het virus. Het virus is dus nog steeds aanwezig en verspreidt zich. We kunnen aangeven dat er sprake is van een epidemie.
Deel deze pagina

Ranavirussen horen bij een groep van virussen die reptielen, vissen en amfibieën kunnen infecteren. Wereldwijd zorgen ranavirussen voor instortende populaties van deze soortgroepen. In Nederland werd in 2010 een eerste uitbraak van ranavirus in Nederland in het Nationaal Park Dwingelderveld geconstateerd. DWHC en RAVON hebben daarna uitbraken in de periode 2011 tot 2014 in Nederland nader geanalyseerd om meer inzicht te krijgen in het vóórkomen, de verdere verspreiding en of er een karakteristiek beeld van de ziekte bestaat.

Uitbraken

In deze periode van 4 jaar zijn van 52 verschillende locaties in totaal 155 dode amfibieën ontvangen en onderzocht. Op 18 locaties werd de sterfte veroorzaakt door een ranavirus. De nieuwe uitbraken in de periode 2011 tot 2012 bevonden zich in eerste instantie in Drenthe en Noord‑Overijssel in de omgeving van de eerste uitbraak in 2010 (binnen een straal van 20 km). In 2013 en 2014 is ook in andere delen van Nederland sterfte door een ranavirus gevonden. Dit was in Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. Het in Nederland gevonden ranavirus is een zogenaamd Common Midwife Toad-achtig Virus (CMTV). Het CMTV is voor het eerst beschreven onder Spaanse vroedmeesterpadden (Midwife Toads). Het Nederlandse virus lijkt op dat uit Spanje, maar is niet precies dezelfde, vandaar dat gesproken wordt over CMTV-achtig virus.

Het ranavirus kan een bedreiging vormen voor kleine populaties van bedreigde soorten die op slechts enkele plaatsen voorkomen, zoals de knoflookpad.

Twee types in Nederland

Verdere typering van het virus laat zien dat het gevonden ranavirus bij de uitbraken in Noord-Nederland tot dezelfde virussoort behoort, maar dat het virus dat in Noord‑Brabant en Limburg is gevonden, een ander type is. Dit geeft aan dat de uitbraken in Drenthe en Noord-Overijssel met elkaar gerelateerd zijn. De uitbraken in Noord- en Zuid-Nederland staan vermoedelijk helemaal los van elkaar. De beide ‘groepen’ vertonen een verschillende mortaliteit. Het noordelijke virustype lijkt een hoger sterftepercentage te hebben, maar dit vermoeden dient nog nader met cijfers onderbouwd te worden.     

Gedurende de gehele periode 2011 tot 2014 zijn in Noord-Nederland, op verschillende locaties en op verschillende afstanden van de eerste uitbraak in 2010, amfibieën doodgegaan door het virus. Het virus is dus nog steeds aanwezig en verspreidt zich. We kunnen aangeven dat er sprake is van een epidemie.

Karakteristiek beeld

In de literatuur is een karakteristiek beeld beschreven voor dieren met een ranavirus infectie. Er zijn drie vormen van weefselschade die optreden: aanwezigheid van virus in de cellen, weefselsterfte (necrose), en schade aan de bloedvaten (te zien als puntbloedingen op de huid). Alleen de bloedingen zijn met het blote oog te zien, de andere twee effecten zijn alleen met een microscoop vast te stellen. Uit de analyse kwam naar voren dat het percentage dieren met bloedingen evenveel voorkwam bij dieren met als zonder ranavirus. Bloedingen blijken dus niet kenmerkend te zijn voor een ranavirus infectie. De twee microscopisch zichtbare afwijkingen, werden wel vaker aangetroffen bij ranavirus. Deze twee symptomen kunnen dus wel als karakteristiek voor een ranavirus worden beschouwd. Uit de analyse kwam verder naar voren dat de weefselschade bij de drie groene kikkersoorten heviger was dan bij de andere amfibiesoorten.

Ecologische betekenis

In Nederland komen 16 inheemse amfibiesoorten voor. In de periode 2011 tot 2014 kon bij 7 soorten het ranavirus worden aangetoond, te weten bastaardkikker, meerkikker, poelkikker, bruine kikker, gewone pad, knoflookpad en kleine watersalamander. In deze periode is het virus dus zowel bij algemeen voorkomende amfibiesoorten vastgesteld, als bij de sterk bedreigde knoflookpad. Het ranavirus kan dus een bedreiging vormen voor kleine populaties van bedreigde soorten die op slechts enkele plaatsen voorkomen. Deze populaties kunnen lokaal uitsterven. Uitbraken van ranavirus zorgen voor lagere dichtheden bij populaties van de meer algemeen voorkomende soorten.

Het ranavirus is in Nederland voor het eerst vastgesteld in 2010 bij dode kikkers in het Nationaal Park Dwingelderveld. Onder andere in het Kolenbranderven.

Meer lezen

Dit natuurbericht is een samenvatting van het artikel ‘Investigation of Amphibian Mortality Events in Wildlife Reveals an On-going Ranavirus Epidemic in the North of the Netherlands’ dat op PloS ONE is verschenen.

Lees het hele artikel op PloS ONE

Tekst: Margriet Montizaan, DWHC
Foto's: Dick Pasman; Jelger Herder, Digital Nature

 

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen