Nature Today

Invasie van appelvinken

Vogelbescherming Nederland
7-NOV-2017 - Dit najaar worden opvallend grote aantallen appelvinken gezien. Zowel in Nederland als in de omringende landen. Het is de grootste invasie die tot nu toe is opgemerkt.
Deel deze pagina

Trektellers beschouwen de appelvink als een krent in de pap, zeker in West-Nederland. Deze herfst worden ze verwend, want nog nooit zijn zoveel trekkende appelvinken geteld als in 2017. Het zijn twee- tot driemaal hogere aantallen dan in een gemiddeld najaar, zo blijkt op trektellen.nl. Trektellers op de Vulkaan bij Den Haag stelden een nieuw landelijk dagrecord vast. Hier vlogen op 16 oktober maar liefst 266 appelvinken langs. Ook het aantal van 115 op 19 oktober bij de Nolle, Vlissingen mag er wezen. Trekkende appelvinken vliegen vaak hoog en snel, in diep golvende vlucht en in losse groepen.

Ook op Waddeneilanden

Ook elders in het land worden veel appelvinken gezien. Vooral in Midden- en Oost-Nederland, maar ook op de Waddeneilanden, normaal niet rijk bedeeld met deze soort. Op Texel werd op 9 oktober een trekgroep van negen appelvinken opgemerkt, de grootste groep ooit op dit eiland. Over het kantoor van Vogelbescherming in Zeist werden langsvliegende groepen tot twaalf exemplaren gezien.

De appelvinkinvasie begon zich al in september af te tekenen, maar werd vooral in oktober duidelijk, met piekaantallen in het midden van de maand. De trek is nu duidelijk afgezwakt. Een deel van de vogels zal doorgevlogen zijn, een ander deel hangt wellicht nog rond op plaatsen met veel voedsel. Ook met de Jaarrond Tuintelling werd de invasie geregistreerd.

Sterke toename

In Nederland sprongen ook 2005 en 2012 eruit als goede najaren voor de soort. Wellicht niet toevallig zo recent, want de appelvink vertoont op lange termijn een toename in ons land. Sinds 1990 zijn de aantallen broedende appelvinken met meer dan vijf procent per jaar gestegen zo blijkt uit cijfers van Sovon Vogelonderzoek Nederland. Het Europese broedgebied breidt zich al tientallen jaren uit naar het noorden. In Scandinavië en de Baltische staten is de soort toegenomen, zowel als broed- en wintervogel.

Niet alleen in Nederland, ook in België en Duitsland worden veel meer appelvinken gezien dan normaal. En: de appelvinken steken ook de Noordzee over, naar Groot-Brittannië; daar wordt gesproken over een “unprecedented influx”.

Appelvink eet het zaad van een Spaanse aak

Gevarieerde voedselkeuze

Waar de appelvinken vandaan komen en wat de oorzaak van de invasie is, is niet duidelijk. Appelvinken uit het noorden en oosten van Europa trekken normaal voor een deel in zuidwestelijke richting weg. Een ander deel blijft in de buurt van het broedgebied overwinteren. Wellicht komen ze van verder oostelijk, uit de taiga van Rusland, want daar komt de appelvink ook voor en is hij veel meer een soort van naaldbos dan bij ons.

Er zal een verband zijn met een groot voedselaanbod en een goed broedseizoen, eventueel gevolgd door voedselschaarste. Een verband met specifiek voedselaanbod, zoals bij kruisbekken (spar, grove den) en barmsijzen (berk), is bij de invasie van de appelvink vooralsnog niet aantoonbaar. Daarvoor is de voedselkeuze van de soort te divers, bovendien eten ze in de broedtijd veel rupsen. Appelvinken in Nederland leven in de winter van boomzaden, vooral van zaden van Spaanse aak (veldesdoorn), haagbeuk, diverse soorten kersen en taxus. Een appelvink is met zijn imposante snavel en kaken in staat om niet alleen kersenpitten te kraken, maar zelfs die van de kerspruim.

Appelvink zien?

Om appelvinken naar park en tuin te lokken is een groot aanbod van de bovengenoemde soorten bomen en struiken belangrijk. Soms worden ze aangetrokken door zonnebloempitten op voertafels, maar op plaatsen waar hun normale voedsel niet beperkend is helemaal niet.

Om appelvinken te zien (en wie wil dat nou niet, want het is een van de mooiste vogels van Europa) moet je goed op het geluid letten. Ze laten een explosief, roodborstachtig “ptiek!” horen en ook vaak een zachter “jiiis”. In vlucht valt het grote formaat, de dikke kop en het vele wit in vleugel en staart op. De mannetjes zijn bonter getekend en rijker van kleur dan de vrouwtjes.

Tekst: Ruud van Beusekom, Vogelbescherming Nederland
Foto's: Jelle de Jong; Ruud van Beusekom, Vogelbescherming Nederland

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen