Roodborst

Nu te zien: sneeuw- en vorsttrek

Vogelbescherming Nederland
13-JAN-2026 - Zodra het echt koud wordt en er sneeuw ligt, zie je bij vogels veranderingen in hun bewegingen. Dat heet sneeuw- en vorsttrek. Vroeger zag je het veel vaker: groepen vogels die op de vlucht slaan voor de kou. Door klimaatopwarming komt dit boeiende fenomeen veel minder vaak voor.

Van roodborst tot wilde zwaan: alle trekvogels hebben een eigen trekstrategie. Sommige vliegen direct na hun broedseizoen al richting het zuiden, in groepen of moederziel alleen. Overdag of 's nachts. In één ruk met gunstige rugwind, of zo ongeveer van struik naar struik. Los daarvan zijn er soorten die zich vooral laten leiden door sneeuwval en strenge vorst en dan pas op zoek gaan naar een milder klimaat. Dat staat in Nederland bekend als sneeuw- en vorsttrek.

Wanneer grond en water bevriezen en voedselbronnen als bessen en zaden onder een dik pak sneeuw verdwijnen, wordt het voor vogels lastig om voedsel te vinden. Vogels zoeken dan naar plekken waar voedsel of open water beschikbaar is, vaak richting de kust of stedelijke gebieden. Hier zorgen de invloed van de zee en het stedelijk warmte-eilandeffect tijdelijk voor mildere omstandigheden. Bij langdurige koude en/of sneeuw komt er een nieuwe golf die dan meestal richting het zuiden beweegt.

Sneeuw- en vorsttrek is dus niet hetzelfde als ‘gewone’ vogeltrek. Vogeltrek is seizoensgebonden en gedreven door daglengte en de jaarlijkse cyclus. Sneeuw- en vorsttrek is een acute weer-respons op voedsel en waterbeschikbaarheid. Sneeuw- en vorsttrek kan dus ook standvogels (vogels die het hele jaar in Nederland zijn) betreffen. Standvogel zijn betekent dus niet dat de soort nooit trekt; individuen kunnen invasies of noodtrek vertonen bij voedseltekort. En als de dooi deze week toeslaat dan kunnen vogels net zo snel weer ‘terugstromen’.

Vogels in de tuin

Dit verschijnsel verklaart ook waarom mensen bij sneeuwval, zoals nu, vaker soorten in hun tuin zien die zij daar normaal gesproken minder vaak waarnemen. Steden houden warmte vast door bebouwing en asfalt. In het Nederlandse stedelijk gebied is het al gauw tussen 1 en 4 graden Celsius warmer. In grotere steden kan het verschil oplopen tot 5 en 7 graden Celsius. Die verschillen lijken klein, maar vogels verliezen 's nachts soms 20 procent van hun lichaamsgewicht om warm te blijven. Dan telt elke graad mee. Daardoor kom je bij zulk weer in tuinen en parken in enkele dagen tijd opvallend meer lijsters, vinkachtigen en andere wintergasten tegen.

Sneeuw en vorst veroorzaken trek

Uit onderzoek blijkt dat de kans op vertrek bij watervogels snel stijgt tijdens vorstgolven: zij verlaten hun leefgebied zodra ijsvorming en kou het zoeken naar voedsel bemoeilijken, en volgen hiermee nagenoeg de vorstgrens. GPS‑studies bij wadvogels, zoals de wulp, laten zien dat individuen tijdens een koudeperiode korte-afstandevacuaties maken. Dat gedrag werd in volgende, zachtere jaren niet waargenomen.

Ganzen, eenden en zwanen zijn in hun voedselvoorziening afhankelijk van waterplanten of grassen. Typische wintergasten die veel ‘grazen’ zijn brandgans, kolgans, toendrarietgans, smient en zwanen (knobbel, kleine en wilde). Zij kunnen moeilijk voedsel vinden wanneer er een dikke laag sneeuw over het landelijk gebied ligt. Ze vertrekken doorgaans eerst naar het westen, omdat het klimaat milder is nabij de Nederlandse kust. Het vertrek naar het zuiden wordt ingezet, als het ook daar kouder wordt. Steltlopers die vaker op akkers foerageren, zoals goudplevier, kievit en wulp, hanteren dezelfde strategie. Al kunnen zij vaak nog lang in de kwelders terecht voor hun voedsel.

De smient is een wintergast

Wintergasten

Als het in de noordelijke en oostelijke regio's van Europa kouder wordt, dan nemen de aantallen overwinterende vogels in Nederland toe. Soorten als de kramsvogel, koperwiek, keep en sijs zijn in Nederland jaarlijkse wintergasten. Ze zijn winterhard, maar als sneeuw en vorst langdurig aanhouden, vertrekken veel individuen die bij ons de winter dachten door te brengen alsnog naar Zuid-Europa – soms zelfs naar Noord-Afrika. Een deel zoekt tijdelijk stedelijke warmte-eilanden op en profiteert van tuinen met voer en bessen.

Tuinvogeltelling

Via de jaarlijkse Nationale Tuinvogeltelling, dit jaar van 30 januari t/m 1 februari, monitort Vogelbescherming winterse vogeltrends, als ondersteunend bewijs bij professionele tellingen. Opvallend: door de kou zoeken meer vogels de stedelijke warmte en voedertafels op en dat kan een groot verschil maken in zowel het aantal deelnemers dat meedoet aan de Tuinvogeltelling – want dan gebeurt er iets in de tuin – als het aantal getelde vogels. Wat de invloed dit jaar zal zijn, dat zal begin februari duidelijk worden.

Meer informatie

Tekst: Vogelbescherming Nederland
Beeld: Jelle de Jong; Ad Sprang