Eikenprocessierupsen blijken in staat om een paar jaar in rust te gaan

Hellingman Onderzoek en Advies, Wageningen University
24-JUN-2018 - We hebben een verklaring voor het grote aantal eikenprocessierupsen dit jaar, de minder succesvolle preventieve bestrijding en voor een hele serie vreemde waarnemingen. Eikenprocessierupsen blijken één of misschien zelfs enkele jaren in de grond in verlengde diapauze te kunnen gaan. Een deel van de rupsen verschijnt daardoor pas later in het voorjaar waardoor bestrijding veel lastiger wordt.
Deel deze pagina

De overlast van de eikenprocessierups is in 2018 groter dan ooit en niet alleen in Nederland. Een van de redenen van de overlast is dat de preventieve bespuiting dit jaar minder effectief lijkt te zijn geweest. Opvallend is namelijk dat op plaatsen waar bomen preventief bespoten zijn nog nesten zijn ontstaan. De afgelopen jaren hebben we dit al vaker gezien maar dit jaar komt het meer voor dan in voorgaande jaren. Op een locatie is bijvoorbeeld drie keer met nematoden gespoten, voordat de beschermde soorten in de bomen kwamen. Na controle bleek dat de eikenprocessierupsen waren geïnfecteerd. Toch zijn er daar later eikenprocessierupsen waargenomen. Op enkele plekken is zelfs vier keer preventief gespoten en toch zijn ook op die locaties eikenprocessierupsen waargenomen.

Serie van vreemde, tot nu toe onverklaarbare waarnemingen

Silvia Hellingman volgt al jaren de ontwikkeling van de eikenprocessierups van ei tot vlinder en noteert nauwgezet de bijzonderheden in de ontwikkeling. De laatste jaren zijn er diverse opvallende waarnemingen die niet overeenkomen met de ecologie van de soort. Een van die vreemde waarnemingen is het steeds meer voorkomen van late nesten vanaf het einde van juli. Vorig jaar werden eind september nog nesten gevonden met actieve rupsen. Rond die tijd zouden de rupsen al verpopt moeten zijn tot vlinders. Niet alleen de nestvorming was laat, maar ook bleken tot in oktober eikenprocessievlinders rond te vliegen.

Onderzoek van nesten op 28 september door Silvia Hellingman leverde nesten op die niet geparasiteerd waren door natuurlijke vijanden en de rupsen waren nog actief

Nesten met nog actieve rupsen erin; de leidraad naar boven is nog volledig intact op 28 september 2017

Eikenprocessievlinders in het voorjaar

Vanwege de late nesten en laat vliegende vlinders heeft Silvia Hellingman aan Gerard Brand van Brandboomverzorging gevraagd om jaarrond in twee feromoonvallen te kijken of er vlinders worden aangetroffen. Bij de wissel van de feromonen in april dit jaar bleken er twee eikenprocessievlinders in één van de feromoonvallen te zitten. De vlinders zijn met zekerheid uit de grond gekomen. Bij het zich uit de grond omhoog duwen om naar buiten komen, raken ze een deel van de haartjes op hun kop kwijt. Eén van de mannetjes had al gepaard.

Gevangen vlinders in een val van Gerard Brand in het voorjaar van 2018

Ver ontwikkelde rupsen uit het niets uit de grond in mei

Een andere opvallende waarneming van de afgelopen jaren was dat eikenprocessierupsen in het vierde larvestadium in een warme periode in mei plotseling uit de grond kwamen. In de Gemeente Heerde was dit goed waarneembaar. De eikenbomen hadden totaal geen vraat aan de bladeren en toch waren er opeens ver ontwikkelde rupsen. Normaal gesproken zie je aan de hoeveelheid vraat goed of er rupsen van het derde larvestadium aanwezig zijn. Het tegengestelde gebeurt ook. Eind mei tijdens de warme dagen zijn veel nesten verlaten en de rupsen verdwenen. Ze hebben zich in de grond ingegraven.

Typisch geval van veel eikenprocessierupsen en weinig vraat in de boom. De hele stam was ook bedekt met eikenprocessierupsen

Maar één verklaring mogelijk: verlengde diapauze

Silvia Hellingman vermoedde al enige jaren dat al deze opvallende waarnemingen maar één ding kunnen betekenen: eikenprocessierupsen kunnen in een verlengde diapauze gaan. Verlengde diapauze betekent dat onder bepaalde omstandigheden een deel van de vlinders niet uitvliegt in hetzelfde jaar, maar één tot meerdere jaren lang in de grond blijft zitten. In de insectenwereld is dit een bekend verschijnsel bij diverse soorten. Vermoedelijk verblijven eikenprocessierupsen als pop in diapauze. De poppen van eikenprocessierupsen zitten ingepakt in een flinke cocon die ze goed beschermt tegen predatoren en ze ook isoleert. De individuen die als pop in verlengde diapauze gaan, vliegen vermoedelijk in het voorjaar uit. De twee voorjaarsvlinders zijn hier dan een verklaring voor.

Als rups in diapauze

Het feit dat er in de loop van mei ook opeens rupsen verschijnen die al in het vierde larvestadium zitten zonder dat er duidelijke kaalvraat is doet vermoeden dat een deel van de rupsen in het vierde larvestadium zich niet verpopt, maar als rups de grond in gaat om te overwinteren. Dat verklaart ook waarom bomen die vrij van rupsen verklaard zijn, later in het jaar alsnog vol met ver ontwikkelde rupsen kunnen zitten.

1, 2, misschien wel 9 jaar verlengde diapauze?

Een wetenschappelijke publicatie uit 1968 blijkt het bestaan van een verlengde diapauze bij eikenprocessierupsen in Roemenië al vastgesteld te hebben doormiddel van veldstudies en laboratoriumstudies. Daaruit blijkt dat eikenprocessierupsen met zekerheid 1 tot 2 jaar in verlengde diapauze kunnen blijven, maar diverse onderzoekers sluiten niet uit dat ze ook langer in verlengde diapauze verblijven.

Diverse studies over verlengde diapauzes van processievlinders tonen bijvoorbeeld aan dat dennenprocessievlinders tot 7 jaar in diapauze kunnen blijven. Er is zelfs een soort dennenprocessievlinder (Thaumetopoea wilkinsonii) die 9 jaar in verlengde diapauze kan blijven en daarna pas uitvliegt. Het is eenvoudigweg nog niet goed onderzocht hoe lang de eikenprocessierups in verlegde diapauze kan gaan.

Gevolgen voor ecologische ontwikkeling

De eikenprocessievlinders die pas in het voorjaar tevoorschijn komen, zetten dan ook pas hun eitjes af. De rupsen die daaruit komen, verschijnen waarschijnlijk pas nadat de preventieve bespuitingen hebben plaatsgevonden. Dat verklaart dan dat laat in het voorjaar naast ver ontwikkelde rupsen met brandharen (die ze pas in het vierde larvestadium krijgen) ook nog rupsen in de eerste larvestadia worden aangetroffen. Deze jonge rupsen profiteren waarschijnlijk van de tweede uitloop van de eiken en kunnen zo alsnog van jonge malse bladeren profiteren.

Zowel de rupsen die uit de eitjes komen die in het voorjaar zijn afgezet als de rupsen die in verlengde diapauze hebben gezeten, ontlopen zo de preventieve bespuitingen. Dat verklaart waarschijnlijk waarom zoveel rupsen zich manifesteren op zoveel locaties terwijl de spuitomstandigheden eerder gedurende het voorjaar goed waren. Het zou kunnen dat de uitzonderlijk hoge temperaturen in april, mei en juni de ontwikkeling van de rupsen die in verlengde diapauze waren versneld hebben, waardoor ze tegelijkertijd met de nieuwe rupsen van dit jaar in grotere aantallen dan normaal aanwezig zijn. Met de stijgende temperaturen in ons land is het niet onwaarschijnlijk dat de populaties van individuen die wel en niet in diapauze zijn gegaan steeds meer door elkaar gaan lopen.

Voorbeeld van een boom met verlaten nesten, waar de rupsen massaal aanwezig waren en toch is er nauwelijks kaalvraat aan de boom

Wat betekent dit in de toekomst voor het beheer?

Het gespreid in de tijd verschijnen van eikenprocessierupsen maakt het beheersen van de processierups nog ingewikkelder dan het al was. De verlengde diapauzerupsen zijn namelijk niet preventief te bestrijden, omdat er tegelijkertijd ook rupsen met brandharen in de bomen zitten en er dan niet meer gespoten mag worden. Als het preventief bestrijden minder effectief wordt, dreigt het vertrouwen in deze manier van bestrijden te verminderen met als gevolg dat het minder ingezet wordt en het aantal rupsen sneller kan toenemen. Uiteindelijk nemen hiermee de kosten van de bestrijding en, het belangrijkste, de risico’s op gezondheidseffecten verder toe. De late nesten worden ook nog eens minder snel opgemerkt, waardoor de kans op verdere stijging van het aantal rupsen toeneemt.

Wat te doen?

Monitoren met feromoonvallen levert een goed inzicht in de te verwachten plaagdruk in het daaropvolgende jaar. Dat zal vermoedelijk gelden voor tenminste 70% van de populatie. We weten echter niet hoeveel eikenprocessierupsen zich in verlengde diapauze bevinden en wanneer ze gaan uitvliegen. Het kan zijn dat ze een jaartje overslaan, maar het kan ook zijn dat de vlinders afkomstig van rupsen die in 2017 in diapauze zijn gegaan pas in 2019 of nog later zullen uitvliegen. Het is nog altijd de minderheid, maar de populatie aan late rupsen lijkt steeds verder te groeien.

Indien op meerdere plekken feromoonvallen worden opgehangen tussen september en mei kan bepaald worden of eikenprocessievlinders in het voorjaar van 2019 uitvliegen. In de komende herfst, winter en voorjaar zet een aantal personen de monitoring met feromoonvallen door: Henry Kuppen van Terranostra, Roel Timmerman van Timmerman Groenvoorziening, Gerard Brand van Brandboomverzorging en Silvia Hellingman in Wapserveen. Biocontrole in Hazerswoude stelt de feromonen ter beschikking voor een langdurige monitoring. Deze monitoring zou nog een paar jaar door moeten gaan om een indicatie van de populatie te krijgen waar vervolgens het beheer op afgestemd kan worden. De boomeigenaren moeten met budgetten voor beheersing hiermee rekening gaan houden om verrassingen te voorkomen in de toekomst.

Stimulering natuurlijke vijanden

Volledig uitroeien van de rupsen is onmogelijk, zij horen nu bij de Nederlandse natuur. Stimulering van natuurlijke vijanden zal een onontbeerlijke noodzaak zijn in het beheer van de eikenprocessierups in de toekomst. Natuurlijke vijanden zoals roofkevers, wantsen, sluipvliegen, sluipwespen, gaasvliegen, lieveheersbeestjes en vogels zullen een belangrijke schakel vormen in de beheersing.

Tekst: Silvia Hellingman, Hellingman Onderzoek en Advies BV en Arnold van Vliet, Wageningen University
Foto's: Arnold van Vliet; Silvia Hellingman; Gerard Brand

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen