Opmars van boom- en steenmarters in Zuid-Holland

Provincie Zuid-Holland
26-DEC-2019 - De boommarter en de steenmarter komen de laatste jaren steeds meer voor in Zuid-Holland, zoals op meer plaatsen in Nederland het geval is. Zijn het nu nieuwkomers of oude bekenden in deze provincie? Hoe vindt deze opmars plaats, en slagen de dieren er ook in om zich voort te planten? En hoe zit dat in de vele jonge bossen in de Randstad?
Deel deze pagina

Geschiedenis van de boom- en steenmarter

Dat zowel de boom- als de steenmarter in Zuid-Holland geen nieuwkomer is, blijkt uit een aantal oude meldingen. De eerste berichten over steenmarters in ons land komen uit de achttiende eeuw, onder meer uit het Land van Voorne in 1750 en uit de provincie Utrecht in 1781. In het begin van de negentiende eeuw kwam deze omnivoor in alle gewesten van Nederland voor. Of het hier gaat om grote aantallen is maar de vraag, want roofdieren werden toen intensief bestreden.

Uit de periode 1854 tot en met 1986 zijn acht meldingen van steenmarters bekend. Onder meer vangsten bij Gorinchem en Ottoland (1911 en 1946), bij Vianen (1919), het Rijnmondgebied in 1931, de omgeving Hoogvliet in 1970 en een vondst van een jong vrouwtje in 1986 in dezelfde omgeving.

Van de boommarter zijn alleen hele oude vondsten bekend uit Zuid-Holland. Bijvoorbeeld uit de periode 5500-5100 jaar voor Christus bij Hardinxveld-Giessendam. Uit de periode 5100-2450 jaar voor Christus zijn ook verschillende vondsten bekend.

Tot in de jaren vijftig van de 20e eeuw kromp het areaal van zowel steen- als boommarter in Nederland. Dat was vooral een gevolg van een intensieve jachtdruk. Voor de winterpels van boommarters werd destijds goed betaald en roofdieren werden in het algemeen bestreden. Hoewel de jacht op marters al in 1942 werd gesloten - na de tweede wereldoorlog opende de jacht even en in 1947 sloot deze opnieuw - duurde het lang voor de marters zich weer enigszins herstelden. Ook waren vangmiddelen als klemmen en kastvallen voor bunzingen nog wel toegestaan. Beide soorten waren in de jaren zestig in Nederland nog steeds uitgesproken zeldzaam. De eerste tekenen van herstel werden zichtbaar bij de steenmarter in Twente in de jaren zeventig; bij de boommarter gebeurde dit pas in de jaren negentig.

Recente meldingen van marters

Steenmarter

Steenmarter

In Zuid-Holland volgt er na een periode van afwezigheid in 2003 een melding van enkele steenmarters in de omgeving van Rotterdam. Vervolgens duiken er steeds meer meldingen op (vaak van verkeerslachtoffers) ten zuiden van Rotterdam: onder meer bij Ridderkerk in 2005, Gorinchem en in de Hoekse Waard. Vanaf 2012 neemt het aantal meldingen steeds verder toe; ook waarnemingen en vondsten ten noorden van Rotterdam, bij Den Haag, Delft, Wassenaar, Leidschendam, Leiden, Gouda, Haastrecht, Noordwijk en bij de Nieuwkoopse Plassen. Hoewel kans op verwarring met de boommarter niet in alle gevallen is uit te sluiten, zijn er inmiddels voldoende goed gedocumenteerde gevallen om zeker te zijn van deze recente uitbreiding van de steenmarter in Zuid-Holland.

Boommarter

Boommarter

In de jaren negentig heeft de boommarter eerst het Noord-Hollandse duingebied bereikt, om tien tot vijftien jaar later ook het aangrenzende (binnen)duingebied in Zuid-Holland tot aan Den Haag te koloniseren. Hier is voortplanting al verschillende malen aangetoond. In het landelijk gebied zijn er tot nu toe nog maar enkele plekken waar aanwijzingen zijn voor voortplanting van de boommarter: in de Broekpolder bij Vlaardingen en de Nieuwkoopse Plassen. In de afgelopen jaren is ook de Zuid-Hollandse Biesbosch vanuit het zuiden gekoloniseerd; inmiddels is er ook een waarneming bekend in de grienden in de Hoekse Waard. Het bosrijke binnenduingebied, grote moerassen en de grienden langs de grote rivieren lijken prima leefgebieden voor deze soort. Of dat ook geldt voor de vele jonge recreatiegebieden rond de steden moet nog blijken. 

Het is de vraag of recreatiebosen rond de grote steden een geschikt habitat vormen voor boommarters

Een verkeersslachtoffer boommarterDe meeste andere meldingen in Zuid-Holland hebben (nog steeds) betrekking op zwervende dieren, waarvan relatief veel verkeerslachtoffers betreffen. Vooral mannetjes van de boommarter komen om in het verkeer. Door hun territoriale leefwijze gaan jonge marters in het najaar op zoek naar nieuwe leefgebieden en kunnen daarbij grote afstanden afleggen. Oudere mannetjes worden vaak het slachtoffer in mei en juni wanneer ze hun territorium proberen te vrijwaren van rivalen. Migratie over grote afstanden is al meerdere malen aangetoond. 

Jonge recreatiegebieden en de stad

Er zijn in Zuid-Holland de afgelopen decennia vele jonge recreatiebossen aangeplant, met name rond de grotere steden. In verschillende van deze bosgebieden zijn inmiddels al waarnemingen van boommarters gedaan. Opvallend is echter dat het tot nu toe vooral om incidentele meldingen lijkt te gaan en niet om permanente vestigingen. Dit is toe nu toe alleen in de Broekpolder aangetoond. De grote vraag is dan ook of boommarters zich in deze ouder wordende recreatiebossen kunnen vestigen of dat het blijft bij af en toe zwervende dieren die uit het binnenduingebied of de Biesbosch afkomstig zijn.

De grienden langs de grote rivieren vormen een geschikt leefgebied voor deze soortOok de landgoedbossen in het binnenduingebied vormen een geschikt leefgebied

Steenmarters zijn de afgelopen decennia aangepast aan een leven in het stedelijke milieu. De verwachting is dat ook dat deze dieren zich kunnen gaan vestigen in en om de stad.

Inmiddels komen beide soorten marters dus al vrij veel voor in Zuid-Holland. Het blijft daarom van grote waarde om waarnemingen goed te documenteren en bij vondsten goede foto’s te maken van verschillende kanten van het dier.

Tekst: Kees Mostert, Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland; provincie Zuid-Holland
Foto’s: Aaldrik Pot; Frank Vanmuysen; Kees Mostert

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen