Integraal natuurbeheer is goed voor vogels én insecten

Naturalis Biodiversity Center
4-JAN-2020 - Natuurbeheer is goed voor de biodiversiteit, maar als dat beheer is gericht op één soort of soortgroep is dat niet per definitie goed voor het hele systeem. Onderzoekers van Naturalis Biodiversity Center namen natuurbeheer in Nederland onder de loep en concluderen dat integraal beheer het beste werkt voor bloemen, bijen, vlinders en weidevogels.
Deel deze pagina

De intensivering van de landbouw heeft voor grote veranderingen in de natuur gezorgd. De aantallen vogels en insecten op landbouwgrond zijn de laatste decennia sterk afgenomen. Om deze daling tegen te gaan, zijn delen landbouwgrond omgezet in semi-natuurlijk gebied. Eerder onderzoek wees al uit dat weidevogels profiteerden van deze aanpak, maar het effect op bestuivers was nog niet onderzocht.

De onderzoekers bekeken hoe het gesteld is met de insectenpopulatie in drie verschillende, door mensen onderhouden gebieden: hooiland, kruidenrijke weides en weidevogelgebieden. Naast de aantallen en soorten insecten, onderzochten de biologen ook de aanwezigheid van bloeiende planten en vergeleken ze het maaibeleid.

Van de drie onderzochte landschappen kwamen de weidevogelgebieden het slechtst uit de bus voor bijen, zweefvliegen en vlinders. Er kwamen minder bestuivers voor, de diversiteit van bestuivers was lager en er werden minder unieke soorten gevonden dan in andere gebieden. Dit publiceerden de onderzoekers afgelopen maand in Basic and Applied Ecology.

Bloemen

De aanwezigheid van bloemen in het gebied was van grote invloed op het aantal bestuivers dat de onderzoekers vonden. Hoe meer bloemen, hoe meer bijen en vlinders, maar een grote variatie aan bloemen leverde ook meer diverse soorten bestuivers op.

In bloemrijke weides en op hooiland kwamen de onderzoekers aanzienlijk meer bijen en vlinders tegen dan in de gebieden voor weidevogels. Deze gebieden hebben relatief arme grond en worden pas later in het jaar gemaaid, wat bijdraagt aan een grote diversiteit aan bloeiende planten. Veel weidevogelgebieden liggen op aanzienlijk rijkere grond en worden vaak al in juni gemaaid.

De onderzoekers raden aan om gebieden voortaan niet alleen voor een soort in te richten, maar de weidevogelgebieden meer te combineren met hooiland en om gunstigere maaischema’s aan te houden. Door de weidevogelgebieden meer te mengen met hooilanden kunnen meer soorten dan alleen vogels profiteren van het landschap.

Tekst: Mark Reid, Naturalis Biodiversity Center
Foto: Ronald van der Graaf (Grutto op hek)

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen