Waar blijven die mooie vogels uit het noorden?

Vogelbescherming Nederland
14-JAN-2020 - Het ene jaar is het andere niet. Waar we in eerdere winters ineens forse groepen appelvinken zagen, zijn deze wintergasten nu aanmerkelijk minder te zien. Ook het aantal barmsijzen, twee winters geleden volop aanwezig, is voorlopig op een hand te tellen. Kortom: vooralsnog lijken echte invasies uit te blijven. Hoe komt dit en wat brengt de Tuinvogeltelling van 2020 aan het licht?
Deel deze pagina

Wat leidt tot een invasie?

Lang niet alle trekvogels kiezen ervoor in het najaar een lange reis naar het zuiden te ondernemen. Sterker nog, sommige soorten zullen juist zo dicht mogelijk bij huis blijven, als het even kan. Logisch ook; hoe dichter ze bij de broedplek blijven, des te sneller ze weer terug zijn als het nieuwe broedseizoen aanbreekt. En wie het eerst komt, wie het eerst maalt. De beste broedplekken zijn het eerst vergeven. Er moet dus een goede reden zijn om de broedgebieden de rug toe te keren.

Watervogels als brilduikers en zaagbekken zullen Scandinavië dan ook niet zomaar verlaten als de wateren nog niet zijn dichtgevroren. Ook witkopstaartmezen, barmsijzen en pestvogels, alle soorten waar we de afgelopen jaren af en toe grote groepen van binnen onze landsgrenzen ontvingen, zullen niet direct afzakken naar Nederland als er nog genoeg te eten is in hun eigen land.

Appelvink

Warme winter

Voedselgebrek ‘duwt’ veel vogels dus een bepaalde richting op, logischerwijs doorgaans naar warmere plekken. Dit kan soms spectaculaire invasies van vogels veroorzaken. Met stip op 1 staat vermoedelijk de invasie van zo’n 10.000 notenkrakers in 1968. Dat is wel andere koek dan die ene Wageningse notenkraker, die zich afgelopen zomer goed bekeken wist!

De winter van 2019-2020 in Nederland en de omringende landen is tot nu toe ongekend zacht, met regelmatig temperaturen boven de tien graden. Is dat een verklaring voor het uitblijven van de echte invasies? Want dan ziet het er met de aanhoudend hoge temperaturen somber uit voor liefhebbers van de kenmerkende soorten uit Scandinavië. Nou ja, ze zijn er vaak wel, maar in aanzienlijk kleinere aantallen. Je moet een stuk beter je best doen om bijvoorbeeld een barmsijs voor de lens te krijgen.

Of eerder genoemde soorten invasies hebben bij ons, wordt veroorzaakt door een combinatie van grote aantallen, veroorzaakt door een goed broedsucces na een winter/voorjaar/zomer  met veel voedsel, in combinatie met voedselgebrek daaropvolgend. De oorzaak hiervan zijn cycli in vooral het aanbod van zaden van naaldbomen (fijnspar, berk vooral) en bessen (Lijsterbes, in het geval van pestvogels). Deze cycli en het voedselaanbod in de herfst en winter bepalen invasies. Een zachte winter op zich is dus niet de reden voor het uitblijven van invasies.

Zachte winters in de omringende landen bepalen misschien niet of invasies al dan niet uitblijven, maar hebben wel degelijk invloed op het gedrag van vogels. Ten dele doordat er daardoor minder vogels naar ons land trekken. En daartegenover staat dat andere soorten daardoor Nederland niet verlaten. Insecteneters als cetti’s zangers en graszangers, voorheen vooral zuidelijker in Europa aan te treffen, blijven bij aanhoudende zachte winters steeds vaker hangen in onze regionen. Kieviten, die met de vorstgrens meetrekken, overwinteren bij hogere temperaturen ook sneller in Nederland. Ook voor ijsvogels, die de kou aanmerkelijk minder goed verdragen dan hun naam doet vermoeden, is een zachte winter gunstig.

Pestvogel

Wel degelijk invasies

Kortom: de temperatuur heeft invloed op het voedselaanbod. En de aanwezigheid van voedsel bepaalt in grote mate of vogels zich verplaatsen, of blijven zitten waar ze zitten. Maar zijn er dan helemaal geen invasies?

Die zijn er wel degelijk! In het najaar werden er bijvoorbeeld enorme aantallen gaaien geteld. Waarschijnlijk is het in meerdere delen van Europa een erg goed broedseizoen voor deze vogels geweest en waaierden ze uit over het continent. Volgens berekeningen zijn er wel zo’n 30.000 tot 40.000 extra gaaien in Nederland na zulke invasies. 

In de vroege zomer meldde SOVON ook dat er opvallend veel jonge pimpelmezen werden geteld, waarschijnlijk ook als gevolg van veel broedsucces.

Witkopstaartmees

Tellers opgelet!

We zijn benieuwd of het beeld van de gaaien en de pimpelmezen ook bevestigd wordt tijdens de Tuinvogeltelling van 24 t/m 26 januari. Wie weet worden deze vogels wel de grote stijgers in de telling van 2020. Bovendien: niets zo veranderlijk als het weer. En wanneer er toch nog een omslag plaatsvindt kan er zomaar alsnog een invasie van andere mooie soorten plaatsvinden, die zich voegen bij het mooie aanbod aan tuinvogels dat we al hebben. Reden te over om dat half uurtje (weer) mee te tellen.

Tekst: Marc Scheurkogel, Vogelbescherming Nederland
Foto's: Shutterstock (leadfoto: barmsijs)

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen