Nieuwe catalogus voor ontwerp van natuurinclusieve offshorewindparken

Wageningen Marine Research
19-APR-2020 - Witteveen+Bos heeft samen met Wageningen Marine Research een catalogus met ontwerpopties ontwikkeld voor het natuurinclusief ontwerpen van windparken. In deze catalogus zijn relevante natuurinclusieve ontwerpopties te vinden op doelsoort, verwachte bouwkosten en mogelijke leveranciers en fabrikanten.
Deel deze pagina

Veel ruimte nodig voor offshore windenergie

In 2030 zal er ongeveer voor 11 gigawatt aan windmolenparken in de Nederlandse Noordzee opgesteld staan. Dat neemt de nodige ruimte in beslag en dat kan wringen met een goede werking van het ecosysteem. Windmolenparken kunnen echter een bijdrage leveren aan actieve versterking van het ecosysteem. Het herstel van de aangetaste habitats in de Noordzee kan een zetje in de rug krijgen door slimme aanpassingen aan het ontwerp van offshore-infrastructuur. Dat is de gedachte achter het huidige beleid van de Nederlandse regering. Vergunninghouders voor windparken zoeken nu naar manieren om hun windparken op een natuurinclusieve manier te ontwerpen. Met de nieuw ontworpen catalogus kunnen ontwikkelaars van windmolenparken natuurinclusief ontwerp tot een nieuwe standaard in de offshore-industrie maken.

Windparkexploitanten verplicht om zich in te spannen voor versterking van het mariene ecosysteem

KabeljauwDe Nederlandse overheid stimuleert natuurontwikkeling in windmolenparken op zee. Daarbij dienen vergunninghouders maatregelen te nemen ter vergroting van het geschikte habitat voor van nature in de Noordzee voorkomende soorten. Zo leveren ze een bijdrage aan het natuurbehoud. Het onderzoek was daarom gericht op maatregelen voor inheemse soorten die onder druk staan, zoals de kabeljauw (Gadus morhua) en de platte oester (Ostrea edulis), waarbij tegelijk ook veel andere soorten van de maatregelen kunnen profiteren. Daarnaast komt in de catalogus een aantal commerciële soorten aan bod, zoals de Noordzeekrab (Cancer pagurus) en de Europese zeekreeft (Homarus gammarus). Er is namelijk ook veel aandacht voor kleinschalige visserij in offshorewindmolenparken. Het ministerie van LNV heeft opdracht gegeven om de catalogus te maken.

‘Industry proofing’

Platte oesterDe praktische vraag is: welke opties zijn er om de natuur te verbeteren en wat zijn de kosten daarvan? Projectleider Ivana Prusina, mariene ecoloog bij Witteveen+Bos, vertelt dat zij hebben geïnventariseerd welke natuurinclusieve ontwerpopties er momenteel elders in de wereld bestaan. “Vervolgens hebben we een lijst opgesteld met opties die kans van slagen hebben in de Noordzee. Die hebben we besproken met verschillende offshorewindenergie- en bouwbedrijven. In dit proces van ‘industry proofing’ hebben we veel geleerd. Zo hebben we gepraat met technisch ingenieurs van windturbine-ontwikkelaars. Die maakten ons als snel duidelijk dat het op dit moment niet haalbaar is om constructies toe te voegen aan de windturbinepaal zelf. Hiervoor zou een geheel nieuw technisch ontwerp nodig zijn”, aldus Prusina. Voor transformatorstations levert dit minder problemen op. Een ander aspect was de typische workflow op locatie: in welke volgorde plaatsen de bouwschepen erosiebescherming, installeren ze windmolens, enzovoort? Extra substraat toevoegen, of andere bouwkundige maatregelen, moeten in deze workflow passen voor lagere kosten en een optimale productie. Daarom hebben de onderzoekers een overzicht gemaakt van de verschillende stappen om natuurinclusieve maatregelen op te nemen in het ontwerp van offshore-infrastructuur, waarbij tevens wordt vermeld waar de benodigde informatie te vinden is.

Vishotels en optimale erosiebescherming

NoordzeekrabDe opties in de catalogus zijn ingedeeld in drie verschillende categorieën. De eerste categorie is gericht op uitbreidingsopties. Een voorbeeld: vishotels, bestaande uit een stalen kooi die aan de onderwaterfundering van het transformatorstation kan worden bevestigd. De tweede categorie bestaat uit geoptimaliseerde erosiebescherming. Hiervoor kwamen de ecologen met elf opties. Een daarvan is een aangepaste erosiebescherming met grote en kleine stenen waartussen kabeljauw, en desgewenst ook krabben en kreeften kunnen schuilen. Andere opties zijn kunstmatige riffen, habitatpijpen of oesterkorven die op de erosiebescherming kunnen worden geplaatst. De derde categorie bestaat uit geoptimaliseerde kabelbescherming. Hiermee worden de kabels bedekt die van de turbines naar het transformatorstation en het vasteland lopen. Als natuurinclusieve ontwerpoptie voor kabelbescherming kunnen betonnen matrassen worden gebruikt met natuurvriendelijker beton en complexe structuren. Voor elke natuurinclusieve ontwerpoptie zijn de bouwkosten berekend.

Natuurinclusieve ontwerpopties

Monitoring kan ons veel leren

Noordzeekreeft

Momenteel is niet bekend wat het natuurversterkend effect van natuurinclusieve ontwerpopties op het ecosysteem precies is. Mariene bioloog Oscar Bos van Wageningen Marine Research licht toe: “Het is dus verstandig om ook een goed monitoringprogramma op te zetten zodra er natuurinclusieve maatregelen zijn genomen. Daarvan zullen we veel leren, zodat we het ontwerp kunnen verbeteren.”

Tekst: Ivana Prusina, Witteveen+Bos en Oscar Bos/Cecile Leuverink, Wageningen Marine Research
Foto's: Peter Verhoog; Oscar Bos
Infographics 'Natuurinclusieve ontwerp-opties', credits: Wageningen Marine Research
Catalogus voor ontwerp van natuurinclusieve windparken (pdf; 4,5 MB)

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen