Wormen in slakken

Stichting ANEMOON
3-MEI-2020 - Bij het woord worm denken veel mensen aan regenwormen, zeepieren of een Gestippelde dieseltreinworm, kruipend in de grond of op de zeebodem. Maar in ons land leven ook wormpjes in de huisjes van zoetwaterslakken. Deze maar enkele millimeter grote wormpjes kunnen zelfs een rol spelen bij het opruimen van kleine parasieten die zwemmersjeuk veroorzaken.
Deel deze pagina

Profiteren en samenwerken

In Nederland komen tegen de 80 soorten weekdieren in het zoete water voor: zo'n 33 tweekleppigen en ruim 45 slakken. Rondom deze weekdieren tref je vaak ook andere dieren als profiteurs aan. Zo zitten tussen de byssusdraden waarmee Driehoeksmossels zich vasthechten vaak ook borstelwormen en dansmuggen, die daar leven van de voedselresten die tussen de draden blijven hangen. Grotere slakken hebben soms slibkokers op de schelp, waarin larven van dansmuggen wonen. Maar er is ook een borstelworm die exclusief op het weekdier in de schelp leeft. Deze slakkenroofworm (Chaetogaster limnaei) leeft in symbiose, een samenwerkingsverband, met het weekdier. De slakkenroofworm leeft beschermd binnen de schelp en verlost op zijn beurt de slak van kleine dierlijke organismen, zoals cercaria (larven van zuigwormen oftewel trematoden), die op en van het slakkenlichaam leven. 

Veel wormen

Uit Nederland zijn tot dusver ruim 400 soorten borstelwormen bekend. Ruim 250 daarvan zijn voornamelijk in zee levende Polychaeten; circa 160 soorten zijn voornamelijk in zoet water levende Oligochaeten. Binnen deze laatste groep bevinden zich vooral soorten die leven van allerlei organisch materiaal - vooral plantenresten - dat op of in de waterbodem voorkomt. Daarbij lijken ze hun nutriënten vooral te halen uit de bacteriën die daarop leven. Een enkele soort leeft van andere wormen (Haplotaxis, grondwaterwormen) of van plantaardig- of dierlijk plankton (waterslangetjes). Binnen deze soortengroep is er echter één soort met een sterk afwijkende leefwijze. Dit is de Slakkenroofworm (Chaetogaster limnaei), die uitsluitend binnen schelpen van zoetwaterweekdieren leeft.

 Geconserveerde exemplaren van de Ovale kapslak (Acroloxus lacustrus), de Slaapslak (Aplexa hypnorum) en de Bron-blaashoren (Physa fontinalis) met daarin exemplaren van de Slakkenroofworm (Chaetogaster limnaei)

Gastheren genoeg

Uit recent onderzoek kwam naar voren dat de Slakkenroofworm in Nederland kan worden aangetroffen in een breed scala aan zoetwaterslakken. Deze wormen zijn inmiddels met zekerheid gevonden in de schijfhorens Planorbarius corneus, Planorbis carinatus, Planorbis planorbis, Anisus vortex, Gyraulus albus, Gyraulus crista en Hippeutis complanatus; in de poelslakken Radix auricularia, Radix balthica; en soorten uit het Stagnicola palustris-complex. Daarnaast bleken ze aanwezig in de mutsvormige soorten Acroloxus lacustris en Ancylus fluviatilis; in de zoetwaterneriet Theodoxus fluviatilis; in torenvormige huisjesslakken met een afsluitplaatje zoals Bithynia leachi, Bithynia tentaculata en Potamopyrgus antipodarum; en in drie soorten met linksgewonden huisjes: Aplexa hypnorum, Physa fontinalis en Physella acuta. Uit het buitenland zijn ze bovendien genoemd uit nog andere soorten (te weten Lymnaea stagnalis, Galba truncatula, Bathyomphalus contortus, Valvata piscinalis, V. cristata en Lithoglyphus naticoides). Dit zijn in alle gevallen slakken die ook in ons land voorkomen en waarnaar het onderzoek nog loopt. Overduidelijk komt in elk geval al naar voren dat Slakkenroofwormen niet erg kieskeurig zijn wat betreft hun gastheersoort en dat het hen blijkbaar niet uitmaakt of de slak een sluitplaatje heeft of niet. In ons land konden de wormen nog niet worden aangetoond in tweekleppigen, maar aangezien daarvan al wel voorbeelden uit het buitenland bestaan, is dit bij verder onderzoek wel te verwachten.

Herkenning en leefwijze

De Slakkenroofworm is slechts een paar millimeter lang en goed te herkennen. Bij veel soorten borstelwormen bevinden zich zowel aan de onder- als aan de bovenzijde een paar stevige borstels of stekels die ze gebruiken bij de voortbeweging in het sediment. Echter bij dit geslacht (Chaetogaster) ontbreken de borstels aan de bovenzijde. De soorten van dit geslacht, waaronder C. limnaei, gebruiken dus maar één zijde van het lichaam om zichzelf voort te bewegen. Verder bevindt zich aan de voorzijde een grote mond, die meteen overgaat in een groot spijsverteringsstelsel bestaande uit een sterk verdikte maag, gevolgd door een uitvergrote darm.

De Slakkenroofworm (Chaetogaster limnaei) in zij- (boven) en onderaanzicht (onder)

Slakkenroofwormen leven van kleine deeltjes die opdwarrelen tijdens het fourageren van de weekdieren of ze prederen op kleine ongewervelden die zich op of in de nabijheid van de slak bevinden. Het is bekend dat ze zich vooral voeden met diatomeeën, algen, protozoa en rotiferen. Ze kunnen daarbij ook cercaria tot zich nemen. Door de cercaria worden de slakken gebruikt als tussengastheer. Wanneer de slakken worden gegeten door andere dieren, kunnen de larven zich in die dieren tot het volwassen stadium ontwikkelen dat ziektes veroorzaakt. Sommige soorten cercaria zijn verantwoordelijk voor ziektes en aandoeningen als schistomiasis (Bilharzia) en fascioliasis (leverbotziekte). In Nederland is vooral de zwemmersjeuk heel bekend, die je kunt oplopen in open zwemwater en die ook door cercaria wordt veroorzaakt. Juist deze associatie van een cercaria-etende worm op de tussengastheer (de slak) wordt gezien als potentiële controlemaatregel tegen deze parasitaire ziektes. Dit maakt de Slakkenroofworm tot een ook voor de mens nuttig organisme.

Landelijk voorkomen

In Nederland komen zoetwaterslakken eigenlijk overal voor in allerlei stilstaande en langzaam stromende wateren met vooral een goede ontwikkeling van ondergedoken vegetatie. De Slakkenroofworm lijkt echter niet in elk habitat met een goede ontwikkeling van slakken voor te komen, de reden daarvoor is nog onbekend. Landelijk gezien is de Slakkenroofworm in grote delen van Nederland aanwezig en meestal zeer algemeen. Alleen uit Zeeland en van de Waddeneilanden zijn nog nauwelijks tot geen waarnemingen, al is de verwachting wel dat ze ook daar voorkomen. Op plaatsen waar zowel de wormen als de gastheer-weekdieren aanwezig zijn, kunnen ze in huisjes van vrijwel elke slak leven. Daarbij worden aantallen genoemd tot ruim twintig wormen per individuele slak.

Kriebelig

Het is niet moeilijk een beetje kriebelig te worden van de grote aantallen slakken die in veel zoetwaterslootjes, grachten, kanalen en meren kunnen leven, vooral als je beseft dat deze binnen hun huisjes allemaal wormpjes op hun slakkenlijf kunnen hebben. Maar jeuk (zwemmersjeuk) is nu net dat waar de Slakkenroofworm ons bij kan helpen.

Tekst: Ton van Haaren en Rykel de Bruyne, Stichting ANEMOON
Foto's: Ton van Haaren (leadfoto: geconserveerd exemplaar van een Slaapslak (Aplexa hypnorum) met daarin exemplaren van de Slakkenroofworm (Chaetogaster limnaei))

 

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen