Schelpdierbanken in de Noordzee EENMALIG GEBRUIK

‘s Werelds eerste oesterwieg basis voor meer Noordzeenatuur

ARK Natuurontwikkeling, Bureau Waardenburg, Good Fish, Wereld Natuur Fonds
17-MRT-2021 - Kippengaas als huls, vier houten balken als poten en honderden lege oesterschelpen om het gevaarte mee vol te stoppen. Het vergt wat knutselwerk, maar dan heb je ook wat: de eerste oesterwieg ter wereld is een feit. Deze afbreekbare ‘wieg’ vol oesterschelpen is de eerste van vele wiegen die samen een belangrijk doel dienen: de Noordzeenatuur een geweldige boost geven.
Deel deze pagina

De riffen die schelpdieren als platte oester en mossel op de bodem van de zee vormen, zijn letterlijk en figuurlijk het fundament van een groot deel van de Noordzeenatuur. Net als koraalriffen in tropische gebieden vormen deze zogenoemde schelpdierriffen een kraamkamer en rustgebied voor vissen en andere zeedieren. Ze zijn een ware trekpleister voor het onderwaterleven: de soortenrijkdom is er tot wel zestig procent hoger dan op nabijgelegen zandige bodems. De bodem van onze Noordzee bestond ooit voor zo’n dertig procent uit schelpdierriffen, maar door overbevissing en ziektes zijn ze inmiddels bijna allemaal verdwenen. Omdat de riffen de Noordzeenatuur veel sterker en rijker maken, zetten ARK en WWF zich sinds 2015 in voor het ‘kickstarten’ ervan. Op die manier geven we natuurlijke processen een zetje, om vervolgens de natuur zelf weer haar gang te laten gaan.

's Werelds eerste oesterwieg: een constructie van afbreekbaar gaas, hout en heel veel schelpen

Van inktvis tot spons

Dit doen we onder meer door gekweekte oesterlarfjes op lege oesterschelpen te laten hechten. De schelpen met daarop de larfjes – spatjes genoemd – plaatsen we vervolgens in zee. Hiermee bootsen we een natuurlijk proces na: ook de in zee rondzwevende oesterlarfjes vinden in bestaande oesterschelpen de stevige, vaste ondergrond die ze nodig hebben om zich aan te hechten. Zo vormen oesterschelpen de basis voor de volgende generatie oesters. De oesterlarfjes ontwikkelen op den duur zelf een schelp. Zo ontstaat uiteindelijk een groot, zichzelf in stand houdend schelpdierrif waar vissen en andere dieren als krabben, inktvissen, anemonen en sponzen van profiteren. Bovendien filteren de riffen het zeewater en zorgen ze voor bodemstabiliteit. Ze dragen zo bij aan een gezonde en rijke Noordzee.

Veel dieren, zoals deze zeedahlia, profiteren van schelpdierriffen

Geen schoonheidsprijs, wel effectief

Deze manier van schelpdierriffen ‘kickstarten’ vraagt om behoorlijk wat handelingen: we zamelen lege oesterschelpen in bij restaurants, laten ze een tijdlang buiten liggen zodat ze schoon worden, zetten ze daarna in de kwekerij bij de oesterlarfjes, plaatsen ze in de Noordzee en monitoren vervolgens het groeiproces. Om dit hele proces te vergemakkelijken, ontwierpen ARK en ecologisch adviesbureau Bureau Waardenburg de oesterwieg. De wieg dient als huis voor jonge oesters en biedt in ieder van deze stadia de juiste voorwaarden.

Door de open constructie van het gaas krijgen de zon en de wind bijvoorbeeld goed vat op de lege schelpen, waardoor ze op een natuurlijke manier schoon worden. Later, in de oesterkwekerij, kan de wieg in zijn geheel in een kweekbak met oesterlarfjes worden geplaatst, zodat de larfjes zich aan de lege schelpen kunnen hechten. Eenmaal in zee biedt de wieg de jonge schelpdiertjes bescherming tegen roofdieren. Ook voorkomt de constructie dat de schelpen wegspoelen, waardoor ze beschadigd raken of te ver uit elkaar komen te liggen voor succesvolle voortplanting. "De wieg verdient dan misschien niet de schoonheidsprijs", geeft projectmedewerker en maker Ernst Schrijver lachend toe, "maar effectief is-ie hopelijk wel."

Bij de productie van de oesterwiegen wordt rekening gehouden met de afbreekbaarheid van materialen. Schrijver: "Deze moeten natuurlijk geen negatieve impact hebben op de natuur. Daarom hebben we gekozen voor materialen die vanzelf vergaan, zoals hout en kippengaas, dat binnen een jaar wegroest en niet schadelijk is voor het leven in zee."

 ‘s Werelds eerste oesterwieg basis voor meer Noordzeenatuur (Bron: Ark Natuurontwikkeling)

De eerste van velen

De komende maanden wordt samen met studenten gewerkt aan nog veel meer oesterwiegen. In totaal worden er zo’n vijftig stuks gemaakt voor de eerste proeven dit jaar. Deze zomer worden de eerste wiegen geplaatst in de Voordelta voor de Zeeuwse Brouwersdam, om het daar al bestaande rif een extra boost te geven. 

Lees hier meer over onze inspanningen om schelpdierriffen te 'kickstarten'. Meer informatie over het Helpen met Schelpen-project vind je hier.

Voor meer informatie kun je contact opnemen met Ernst Schrijver (ARK Natuurontwikkeling) en Joost Bergsma (Bureau Waardenburg).

Tekst: Marije Schuurs, ARK Natuurontwikkeling
Foto's: Floor Driessen, Bureau Waardenburg; Ernst Schrijver, ARK Natuurontwikkeling; Valentin Engelbos
Video: ARK Natuurontwikkeling

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen