Meer dan één Goudkammetje

Stichting ANEMOON
21-MRT-2021 - Op het strand spoelen vaak buisjes of kokertjes aan die opgebouwd zijn uit zandkorrels. In zo'n buisje woont een borstelworm die op de kop twee gouden kammetjes heeft: het 'Goudkammetje'. Recent bleek dat er in de Noordzee meer dan één soort voorkomt. Bij deze wat informatie uit de koker van de Goudkammetjes.
Deel deze pagina

Verwarring

Goudkammetjes spoelen al zeker sinds de 17e eeuw aan op de Nederlandse stranden. Tot voor kort dacht iedereen dat het steeds om dezelfde borstelworm ging. Pallas (1766) beschreef onze kust-exemplaren als eerste officieel als Nereis cylindraria belgica. Als gevolg van een blunder van Malmgren (1866, zie onder) heet de soort die aan de Nederlandse stranden aanspoelt nu echter Lagis koreni, en dat geldt ook voor het oorspronkelijk materiaal van Pallas. Toch kent de wetenschap tegenwoordig wel degelijk een andere, sterk gelijkende soort die de naam Pectinaria belgica (Pallas) draagt. Dit is een andere dan die wij op het strand aantreffen. Deze echte P. belgica is zeer recent met zekerheid in de Nederlandse wateren vastgesteld tijdens onderzoek door Eurofins AquaSense in 2018 en door het NIOZ in 2019. Dat gebeurde op de Oestergronden, een gebied dat in het noorden van ons Noordzeegebied ligt. Daar werden levende exemplaren van een iets grotere soort aangetroffen die nieuw voor Nederland was. Exemplaren van die afstand zullen echter niet snel aanspoelen. En in de Noordzee blijkt zelfs nóg een soort voor te komen...
Kortom, nadat door de eeuwen heen alle Goudkammetjes over één kam werden geschoren, blijken er inmiddels niet één, niet twee, maar zelfs drie Goudkammetjes in onze Noordzee te leven. Voor alle in naamgeving, historie en de verwarring geïnteresseerden: zie aan het eind van dit artikel onder het kopje 'Historie'.

Uit de bodem opgeviste kokers met dieren. Gewoon goudkammetje (Lagis koreni). Locatie Grevelingen West 125, datum 16 april 2020

Drie goudkammetjes

Van de drie nu bekende zandkoker-bouwende wormen kunnen we de bekendste, veel aanspoelende soort misschien beter omdopen in 'Gewoon' goudkammetje. Dit is de soort met de wetenschappelijke naam Lagis koreni. Voor de twee andere soorten, te weten Amphictene auricoma en Pectinaria belgica, zijn twee nieuwe namen beschikbaar: respectievelijk Gekarteld goudkammetje en Groot goudkammetje. De laatste twee zijn qua verspreiding voornamelijk beperkt tot de noordelijke Nederlandse Noordzee ten noorden van het Friese Front. Het Gewone goudkammetje komt ook in de zuidelijke Noordzee voor. Hiervan spoelen de kokers veel aan, soms met de worm er nog in. Met name na hevige voorjaarstormen kunnen zelfs vrij massaal nog bewoonde kokers aanspoelen. Mede door de overwegend zuidelijke stroming langs onze kust, is de kans op aanspoelen van de twee Noordelijke soorten gering. Van het Gekartelde goudkammetje bestaat een eenmalige melding eind 19e eeuw van Wieringen. Het valt derhalve niet helemaal uit te sluiten dat een van beide noordelijke soorten nu en dan op de Waddeneilanden aanspoelen. Verder van de kust, op de Oestergronden, zijn het Gewone en het Gekartelde goudkammetje beiden algemeen en komen ook samen voor. Het Grote goudkammetje lijkt ook hier zeldzaam. Vermoedelijk is deze soort in de gehele Noordzee zeldzaam.

Nieuw uit de Noordzee: het Grote goudkammetje (Pectinaria belgica), exemplaren uit de Nederlandse Noordzee van de Oestergronden. Links: koker met worm; midden: kop met gouden kammetjes; rechts: de anale haken – zie ook de tekeningen hieronder

  De drie nu uit de Nederlandse wateren bekende goudkammetjes. Kop, staartstuk en anale haken.  A: Gewoon goudkammetje (Lagis koreni), B: Groot goudkammetje (Pectinaria belgica), C: Gekarteld goudkammetje (Amphictene auricoma)

De drie Nederlandse soorten zijn vrij eenvoudig te herkennen aan kenmerken van de worm. De dorsale (aan de rugzijde) rand van de kop is bij het Gekartelde goudkammetje gekarteld, maar bij het Gewone en Grote goudkammetje glad. Verder heeft het Gewone goudkammetje kleine papillen op de bovenrand van het staartstuk, terwijl het Gekartelde goudkammetje haakvormige borstels aan de basis hiervan heeft. Er zijn bovendien ook verschillen in het aantal haarbundels op het lijf: dit zijn er 15 bij het Gewone goudkammetje en 17 bij beide andere soorten. Ook de lengte van de worm en de koker zijn ietwat verschillend, maar dat is alleen te zien als je zeker bent dat je een exemplaar in een geheel volgroeid stadium hebt. Het Grote goudkammetje wordt tot zo’n 7 centimeter, het Gewone tot 5 centimeter en het Gekartelde goudkammetje tot zo’n 4 centimeter. De koker waarin ze leven is vanzelfsprekend steeds iets langer. De vorm van een complete koker laat slechts subtiele verschillen zien. Die van de Gekartelde is smal en licht gebogen, die van de Gewone breed en licht gebogen en die van het Grote goudkammetje breed en vrijwel recht. Het probleem is echter dat de uit slechts één laagje zandkorrels opgebouwde kokertjes dusdanig fragiel zijn dat het uiteinde en tevens smalste deel vaak afbreekt. Dat is zeker bij aangespoeld materiaal het geval. De normaal gesproken in het zand staande kromme koker van het Gewone goudkammetje lijkt zo opeens recht.

Historie

Swammerdam (1637-1680) was voor zover bekend de eerste die melding maakte van goudkammetjes die aanspoelden op de Nederlandse kust. Hij noemde de diertjes ‘pijpken’ in zijn postume publicatie ‘Bybel der Natuure’ uit 1737-1738. Toen Peter Simon Pallas tijdens zijn studie in Leiden (1762-1766) deze dieren vond op het strand van Scheveningen, besloot hij hiervan een beschrijving op te nemen in zijn ‘Miscellanea Zoologica’. Hij noemde ze Nereis cylindraria var. belgica. Maar vlak daarna werden nog twee andere soorten goudkammetjes beschreven: Amphitrite auricoma door Müller (1776) van waarschijnlijk Groenland, en Sabella granulata door Linnaeus (1767) van ergens uit de noordelijke Atlantische Oceaan. Als gevolg van nogal summiere beschrijvingen van die drie soorten ontstonden nogal veel misverstanden over deze soorten en zijn er enkele auteurs die ze zelfs als synoniemen van elkaar zagen. De Finse zoöloog Anders Johan Malmgren maakte hier in 1866 een einde aan door deze drie soorten te herbeschrijven. Hij deed dat onder de namen Amphictene auricoma, Pectinaria belgica en Cistenides granulata. Daarnaast beschreef Malmgren nog een nieuwe soort voor Noorwegen en noemde deze Lagis koreni. Helaas maakte hij hier een enorme vergissing. Zijn beschrijving van de nieuwe soort Lagis koreni had eigenlijk betrekking op hetzelfde materiaal als wat Pallas al eerder had beschreven als Nereis cylindraria var. belgica en Malmgren’s Pectinaria belgica was eigenlijk een nieuwe soort voor de wetenschap. De soortbeschrijvingen van Malmgren worden vervolgens door iedere onderzoeker daarna als juist gezien en deze onderzoekers negeren daarbij, grotendeels terecht, de oorspronkelijke beschrijvingen. Deze verwisselingen door Malmgren was ook andere onderzoekers niet ontgaan (onder andere de Nederlandse wetenschapper Lipke Holthuis) en uiteindelijk besloot een commissie (ICZN) hier een oordeel over te vellen. De namen en de beschrijvingen van de soorten door Malmgren zijn juist. Als gevolg van deze beslissing kwamen in Nederland dus feitelijk twee soorten voor. Het Gewone goudkammetje Lagis koreni (Malmgren) en het Gekartelde goudkammetje Amphictene auricoma (Müller). Alle historische waarnemingen van het Grote goudkammetje Pectinaria belgica (Pallas) uit Nederland hebben betrekking op het Gewone goudkammetje. Alleen vanwege de naam P. belgica wordt het Grote goudkammetje door sommigen ook van België genoemd, maar ook dat is een vergissing.

Gekarteld goudkammetje (Amphictene auricoma). Uit de koker verwijderd exemplaar afkomstig van de Oestergronden.  De paarse kleur ontstaat door toegevoegd Bengaals roze, gebruikt om dierlijke eiwitten te kleuren

Checken

In een binnenkort te verschijnen, meer uitgebreid artikel in Oceanological and Hydrobiological Studies, wordt als derde soort P. belgica (Groot goudkammetje) voor het eerst officieel gemeld van de Nederlandse Oestergronden. Hoewel de kans vermoedelijk klein is, kan het zeker de moeite waard zijn om relatief grote, nog in kokers aanwezige goudkammetjes die op de Waddeneilanden aanspoelen, na te kijken. Zéker na noorderstormen. Vooral de echt grote rechte kokers van meer dan 7 centimeter zijn dan de moeite waard. Determinatie op basis van alleen de koker levert geen zekere determinatie op; de worm zelf moet dan echt worden bekeken.

Tekst: Ton van Haaren, Eurofins AquaSense; Inge van Lente, Stichting ANEMOON Foto's: Alie Postma, Strandaanspoelsel Monitoring Project, IJmuiden (leadfoto: bij IJmuiden aangespoelde zandkoker met daarin het Gewone goudkammetje Lagis koreni); Ton van Haaren
Tekeningen: publicatie 'Polychaeta Terebellomorpha' van T. Holthe, 1986