Het gaat goed, verder gaat het slecht (met de Nauwe korfslak)
Stichting ANEMOONIn het najaar van 2025 werd een inventarisatie uitgevoerd op drie kleine onbewoonde Waddeneilanden in het oosten van de Nederlandse Waddenzee waar de natuur nog haar gang kan gaan. Op Rottumeroog, Rottumerplaat en Zuiderduin werd speciaal gezocht naar de Nauwe korfslak (Vertigo angustior). Deze soort heeft een sterke indicatieve waarde, staat op de Habitatrichtlijn en is in heel Europa beschermd. Het gaat slecht met deze soort in ons land. Juist daarom zijn de positieve resultaten van deze inventarisatie opvallend: het blijkt (vrijwel alleen hier) nog goed te gaan met deze soort.
Habslak-project
De inventarisatie vond plaats in het kader van het project Habslak (inventarisatie en monitoring van Habitatrichtlijnweekdieren) ten behoeve van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). Omdat de Nauwe korfslak beschermd is op grond van de Europese Habitatrichtlijn, moet eens per zes jaar in heel Nederland (en Europa) in kaart gebracht worden hoe het met deze soort gaat. De resultaten daarvan worden door Stichting ANEMOON gerapporteerd aan de Rijksoverheid, die op haar beurt rapporteert aan de Europese Commissie. Een uitgebreider artikel over de recente inventarisatie is te lezen in Zoekbeeld (pdf: 8,1 MB).
Nauwe korfslak op de Wadden
In 2006 werd de Nauwe korfslak voor het eerst gevonden op Rottumeroog en Rottumerplaat. Dat was bijzonder, uitgezonderd een melding van Terschelling in 1936 was de soort nooit op één van de Nederlandse Waddeneilanden aangetroffen. Ook niet op Rottumeroog en Rottumerplaat. In 2008 was er voor het eerst een malacologische inventarisatie op het nabijgelegen eiland Zuiderduin en ook daar werd de Nauwe korfslak gevonden. In 2009 werd de Nauwe korfslak ook ontdekt op de Oosterkwelder van Schiermonnikoog, waar de soort niet zeldzaam bleek. Daarna zijn ook de andere Nederlandse Waddeneilanden uitgebreid onderzocht, maar zonder goed resultaat. Onze meest oostelijke Waddeneilanden zijn dus van vitaal belang voor het behoud van de Nauwe korfslak in het Nederlandse Waddengebied.

De recente inventarisaties
De recente inventarisaties werden uitgevoerd van 10 tot en met 13 oktober 2025 door Harrie Bosma en Bert Zijlstra op Rottumeroog en Zuiderduin, en van 7 tot en met 10 november 2025 door Sylvia van Leeuwen, Harrie Bosma, Wim Kuijper en Thomas Vroom op Rottumerplaat. Een bezoek aan deze eilanden was een bijzondere ervaring. Met ondersteuning van Rijkswaterstaat werden in het najaar van 2025 alle drie de eilanden bezocht. Het veldwerk was soms uitdagend. De onderzoekers werden met bagage, etenswaren en jerrycans drinkwater via een zodiac afgezet. Dynamische kustlijnen zonder aanlegsteigers, naar het eiland waden in een waadbroek, moeilijke oriëntatie in de mist en slapen in een zeecontainer als schuur horen erbij. Omdat de Nauwe korfslak klein is, werden naast zichtwaarnemingen vooral veel strooiselmonsters verzameld op kansrijke plekken. Daartoe behoren duinranden, maar ook de dynamische stormvloedlijn. De monsters zijn later zorgvuldig uitgezocht.
Resultaten
Op alle drie de eilanden bleek de Nauwe korfslak het in 2025 goed te doen:
- Rottumeroog: de soort werd nu op meer plekken gevonden dan bij eerdere inventarisaties. Verspreid over het eiland kwamen in de meeste monsters exemplaren voor. Dit wijst op een areaaluitbreiding.
- Zuiderduin: ondanks het lage en kwetsbare karakter van dit eiland heeft de soort zich hier weten te handhaven. Er werden diverse exemplaren levend aangetroffen.
- Rottumerplaat: hier is de groei het spectaculairst. In 2006 werd de soort bij een eerste onderzoek aangetroffen, maar dit waren nog geen grote aantallen. Sindsdien is het verspreidingsgebied aanzienlijk toegenomen. In 2025 werden honderden exemplaren gevonden, verspreid over een groot deel van het eiland.
Discussie en conclusie
De resultaten laten zien dat het met de Nauwe korfslak op de oostelijke Waddeneilanden momenteel goed gaat, in schril contrast met de sterke achteruitgang in de rest van Nederland en met name in de duingebieden van Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland. In ons land zijn nog slechts enkele kerngebieden over waar het goed gaat met de soort, vooral in vergelijkbare kwelderachtige gebieden, zoals bij de Kwade Hoek in Zuid-Holland. Intensieve beheermaatregelen als begrazing, plaggen en verwijderen van populieren in duinen spelen een belangrijke rol bij de achteruitgang. Ook droogte kan een negatieve invloed hebben. De oostelijke Waddeneilanden, waar de menselijke invloed op de natuur minimaal is, vormen inmiddels een belangrijk toevluchtsoord (refugium) voor deze in grote delen van Europa en in Nederland afnemende soort. In een tijd waarin de biodiversiteit onder druk staat, is dat een klein maar toch ietwat hoopgevend signaal.
Tekst: Wim Kuijper, Sylvia van Leeuwen en Rykel de Bruyne, Stichting ANEMOON
Beeld: Sylvia van Leeuwen (leadfoto: zuidkwelder van Rottumerplaat met gebouwen van Rijkswaterstaat); Wim Kuijper; Harrie Bosma
