Op zoek naar de wilde Kruisbes van Zuid-Limburg
FLORONIn februari hebben René van Loon (Ecologisch Adviesbureau van Loon) en Nienke Visser (FLORON) in een aantal oude Zuid-Limburgse bossen en holle wegen stekken verzameld van meer dan vijftig individuen van de wilde Kruisbes (Ribes uva-crispa). Dit materiaal wordt opgekweekt en toegevoegd aan de Genenbank voor autochtone bomen en planten.
Door nieuwe accessies (monsters) van de Kruisbes te verzamelen en toe te voegen aan de levende genenbank kan er efficiënter genetisch en morfologisch onderzoek worden gedaan. Over een paar jaar kunnen de uitgegroeide struiken via zaad worden vermeerderd voor natuur- en landschapsherstel.

Hoe het werkt
Vanaf 1994 wordt er landelijk onderzoek gedaan naar de verspreiding van wilde bomen en struiken, waaronder de Kruisbes. Van moederstruiken die verspreid staan door Zuid-Limburg werden afgelopen maand eenjarige stekken geknipt, zodat ze apart opgekweekt kunnen worden. Van elk verzameld individu worden de locatiegegevens zorgvuldig bewaard en elke accessie krijgt een eigen nummer. De accessies worden uitgeplant in de Genenbank voor autochtone bomen en planten in boswachterij Roggebotzand van Staatsbosbeheer in Flevoland.
In deze levende genenbank vind je uitgebreide collecties van wilde populaties van meer dan vijftig inheemse soorten bomen en struiken die van oorsprong in ons land voorkomen, waaronder de Kruisbes. Doel is om de genetische diversiteit in Nederland ex situ veilig te stellen, iets wat cruciaal is voor het behoud en het duurzaam beheer van onze Nederlandse bossen en ecosystemen.
Een lage, stekelige struik
Aangezien Ribes-soorten lang geleden al gekweekt werden, is het moeilijk om de gecultiveerde varianten (oftewel de tuinontsnappers) te onderscheiden van hun wilde soortgenoten.
Kruisbes is een lage, stekelige struik met kleine, ronde, diep ingesneden en behaarde bladeren. De bessen vallen op door hun groenbruine kleur met gele strepen. De wilde Kruisbes heeft veel kleinere vruchten (tot circa 12 millimeter) dan de cultuurvariant. Gecultiveerde kruisbesstruiken worden vaak een stuk groter dan hun wilde soortgenoten.
In Nederland komt Kruisbes van nature vooral voor in Zuid-Limburg en zijn er kleine populaties in de Achterhoek, Twente en de kustduinen.
Hoe inheems is de kruisbes?
Van Kruisbes is het inheemse karakter niet altijd met complete zekerheid bekend. De oudste archeobotanische sporen gaan terug tot de veertiende eeuw en de eerste vermeldingen dateren pas uit de vijftiende en zestiende eeuw. Een ander element in de discussie over het inheemse karakter van de Kruisbes is dat de Romeinen de bessen niet kenden. Echter, opgravingen in bossen zijn schaars, dus het feit dat de oudste archeobotanische sporen uit de veertiende eeuw dateren, zegt zeker niet alles. Volgens experts zijn Zuid-Limburg en de kalkrijke duinen als groeiplaats van de wilde Kruisbes vrij zeker. Wat ook weer voor de soort spreekt, zijn de talrijke nachtvlinders die ervan leven. Dit kán een argument zijn voor het autochtone karakter van de Kruisbes. De meeste niet-inheemse soorten worden namelijk door weinig insecten bezocht, omdat die nog niet genoeg tijd hebben gehad zich aan te passen aan de nieuwe plantensoort.
Een leuk feitje is dat kruisbessen regelmatig in de pruiken van knotwilgen worden aangetroffen, waar ze door vogelpoep in beland zijn. Zo ook één van de ruim vijftig opgespoorde individuen van afgelopen maand. Het is heel waardevol dat in het landschap de wilde voorouders van het cultuurfruit nog steeds voorkomen.
Cursus Wilde bomen en struiken bij FLORON
Ben je benieuwd geworden hoe je zelf de wilde, houtige gewassen van niet-wild kunt leren onderscheiden? Er is bij FLORON een basiscursus Wilde bomen en struiken in de maak, dus houd onze website in de gaten!
Tekst: Nienke Visser, FLORON
Beeld: Bert Maes; René van Loon, Ecologisch Adviesbureau van Loon; Nienke Visser
