Natuurjournaal 6 maart 2026
Nature TodayDe eerste bloeiende maartse viooltjes zijn alweer een feit. Afhankelijk van het weer in de eerste maanden van het jaar bloeien deze plantjes aan het begin, midden of eind van de maand maart. Vroeger was dat later, pas in april – het had dus eigenlijk aprils viooltje moeten heten. Het maarts viooltje wordt al sinds de oudheid gekweekt om de mooie paarse bloemen, de lekkere geur als bestanddeel voor parfums en de geneeskrachtige werking die eraan toegedicht wordt. Het zou helpen bij hoest, oogontstekingen, als kalmeringsmiddel en om katers te voorkomen. Insecten zijn ook gebaat bij deze voorjaarsbloeiers, zo eten rupsen van de keizersmantel ervan. Kijk vooral eens uit naar dit mooie plantje!

Ook sleedoorn heeft zich alweer goed in de witte bloesem getooid, waardoor de struik nu goed herkenbaar is. Blad zit er nog niet aan. Vroege vlinders, die in volwassen vorm hebben overwinterd, weten de struiken goed te vinden. Sleedoorn staat veel in hagen en bosranden in het buitengebied, maar is ook vaak aanwezig in stad en dorp. Waar het ‘doorn’ vandaan komt, is meteen goed te zien. De struiken vormen een ondoordringbare haag en zijn daarom geliefd bij vogels en andere dieren en planten. Naar het schijnt was de sleedoorn (en niet de rozenstruik) de inspiratie voor het sprookje van Doornroosje, dat dus eigenlijk Doornsleetje had moeten heten. Waar de ‘slee’ op slaat? De sleeën zijn de blauwzwarte vruchten die later in het jaar uit de witte bloesems ontstaan.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Jan van der Straaten, Saxifraga; Kars Veling
