De dag werd geopend door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) met een korte introductie over IPBES en de totstandkoming van het assessment. Vervolgens werd ingegaan op de inhoud van het 'Business & Biodiversity Assessment' en de vertaling van het rapport naar de Nederlandse context.
De economie is afhankelijk van biodiversiteit
Marije Schaafsma, een van de hoofdauteurs van het rapport, benadrukte dat wereldwijd 33 keer meer geld wordt uitgegeven aan economische activiteiten die de natuur schaden dan aan activiteiten die bijdragen aan natuurherstel. Omdat activiteiten die de natuur aantasten uiteindelijk ook de economie onder druk zetten, is dit op de lange termijn geen houdbaar systeem. Om deze ontwikkeling te keren, is samenwerking noodzakelijk.
Mark van Oorschot van het Planbureau voor de Leefomgeving ging vervolgens in op de ketenverantwoordelijkheid van bedrijven. Hoewel de directe impact van een bedrijf vaak beperkt is, geldt dat niet voor de impact van de gehele keten. Dat geldt zowel voor negatieve als voor positieve effecten.

Van inzicht naar actie
In gesprek met de zaal kwam al snel de vraag "wat moeten we doen?" op. Tijdens een panelgesprek met vertegenwoordigers van overheid en bedrijfsleven benadrukte Barbara Baarsma, hoofdeconoom bij PricewaterhouseCoopers (PwC), dat biodiversiteit nog onvoldoende leeft binnen het bedrijfsleven. Bedrijven moeten vooral worden aangesproken op onderwerpen die hen direct raken, zoals voedselinflatie. Dat kan een belangrijke motivator zijn om te veranderen.
Pim Fischer van het ministerie van LVVN voegde daaraan toe dat een gelijk speelveld nodig is en dat het kan helpen om schadelijke subsidies uit te faseren. Ook verplichtingen rond transparantie kunnen bijdragen aan de omslag.
Praktijkvoorbeelden
Vanuit Eneco werd een concreet voorbeeld gegeven hoe verandering in de praktijk vorm kan krijgen. Vanuit Jong Eneco ontstond de wens om biodiversiteit een grotere rol te geven binnen de organisatie. Dat heeft ertoe geleid dat Eneco voor wind-op-land- en zonprojecten een doelstelling van 10 procent biodiversiteitswinst heeft vastgelegd. Wanneer Eneco een opdracht uitvoert, is het budget voor natuurmaatregelen vanaf het begin gereserveerd.
Tijdens de middagworkshop werd toegelicht hoe dat in de praktijk werkt. Om biodiversiteitswinst zichtbaar te maken, wordt eerst een nulmeting uitgevoerd. Dan wordt de negatieve impact van een project bepaald, daarna natuurdoelen geformuleerd en ten slotte de resultaten gemeten. Wanneer er voldoende ruimte beschikbaar is, kan relatief snel veel winst worden geboekt, bijvoorbeeld door raaigraslanden om te vormen tot natuurgraslanden.
Voor projecten die mogelijk op weerstand stuiten, kan natuurontwikkeling bovendien een effectieve strategie zijn om draagvlak te creëren. Ook de voorbeelden uit het Nationaal Groeifondsprogramma Werklandschappen van de Toekomst lieten zien hoe natuur en economie elkaar kunnen versterken. Uiteindelijk draagt een gezonde leefomgeving bij aan een hogere productiviteit van werknemers.
Verandering begint bij waarden

Een belangrijke sleutel tot verandering is inzicht in menselijk gedrag. Strategisch gedragsexpert Lotte Spijkerman (LVVN) liet zien hoe het waardenmodel van Schwartz kan helpen om de waarden en drijfveren van anderen te begrijpen en zo beter aan te sluiten bij hun motivatie voor natuurinclusieve verandering.
Daarbij is de vraag 'hebben mensen het gevoel dat ze kunnen bijdragen aan verandering?' minstens zo belangrijk als 'weten mensen wat ze moeten doen?' Gedrag wordt immers niet alleen gestuurd door kennis, maar ook door waarden, motivatie en het gevoel dat je daadwerkelijk verschil kunt maken. Juist daarom kunnen maatregelen voor biodiversiteit vanuit verschillende waarden worden gemotiveerd. Dat biedt aanknopingspunten om ook in complexe belangenafwegingen verbinding te vinden en beweging te creëren.
Vooruitkijken
De workshops maakten duidelijk dat de kennis en instrumenten om in actie te komen inmiddels beschikbaar zijn. Daarbij kwamen enkele belangrijke boodschappen steeds terug: samenwerking in de keten is essentieel, omdat daar een groot deel van de impact plaatsvindt; publiek-private en gebiedsgerichte samenwerking zijn nodig om maatregelen daadwerkelijk uit te voeren en te financieren. En hoewel data nooit volledig zullen zijn, is er voor veel bedrijven nu al voldoende informatie beschikbaar om in actie te komen.
De vele praktijkvoorbeelden van onder meer Eneco en andere organisaties lieten zien dat deze omslag inmiddels op verschillende plekken in gang is gezet. Hoewel de wereldwijde trends nog altijd ongunstig zijn, worden doelstellingen verlegd, ontstaan nieuwe samenwerkingen en worden concrete resultaten geboekt. Daarmee groeit stap voor stap de beweging naar een natuurinclusieve economie.
Meer informatie
- De Nederlandse vertaling van het Business & Biodiversity Assessment is beschikbaar.
- Meer informatie over samenwerking aan een natuurinclusieve economie is te vinden op de website van Collectief Natuurinclusief.
- Voor organisaties die concreet aan de slag willen met biodiversiteit en het ontwikkelen van een biodiversiteitsstrategie biedt Future Up een Peer Learning Programma Biodiversiteitsstrategie.
Tekst: Sander Turnhout, SoortenNL en PBES NL
Beeld: Jessica Tax; LVVN
