Nature Today

2014 topjaar onvoorspelbare bijvlieg?

EIS Kenniscentrum Insecten
5-MEI-2014 - Normaal gesproken is de onvoorspelbare bijvlieg een zeldzame soort die nauwelijks wordt waargenomen, maar eens in de zoveel jaar duikt de soort overal op en is het één van de meest algemene soorten bijvliegen. Dit gebeurt meestal nadat in het vroege voorjaar vrijwel alleen vrouwtjes worden gezien, zoals vorig jaar waarna 2013 een topjaar werd voor de onvoorspelbare bijvlieg. En ook dit jaar zijn er vrijwel alleen vrouwtjes gezien. Waarom de soort zo nu en dan zo talrijk is, is nog moeilijk te verklaren.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door EIS-Nederland op [publicatiedatum]

Normaal gesproken is de onvoorspelbare bijvlieg een zeldzame soort die nauwelijks wordt waargenomen, maar eens in de zoveel jaar duikt de soort overal op en is het één van de meest algemene soorten bijvliegen. Dit gebeurt meestal nadat in het vroege voorjaar vrijwel alleen vrouwtjes worden gezien, zoals vorig jaar waarna 2013 een topjaar werd voor de onvoorspelbare bijvlieg. En ook dit jaar zijn er vrijwel alleen vrouwtjes gezien. Waarom de soort zo nu en dan zo talrijk is, is nog moeilijk te verklaren.

Vrouwtje onvoorspelbare bijvlieg Eristalis similis (foto: John Smit)Naast de honingbij zijn er in Nederland niet alleen zo’n 350 soorten wilde bijen maar ook nog blinde bijen. Dit zijn zweefvliegen. Ze danken hun naam aan de gelijkenis met de honingbij, waarbij blind niet staat voor het niet-kunnen-zien, maar voor het niet-kunnen-steken. Zweefvliegen hebben wel degelijk grote en goed ontwikkelde ogen.

De blinde bij is een van de 14 soorten bijvliegen die in Nederland voorkomen. Met zijn ruim anderhalve centimeter is het een grote soort, evenals de kegelbijvlieg, en samen zijn het de twee meest algemene grote bijvliegen in Nederland. Echter in sommige jaren is er nog een derde grote soort die zeer algemeen kan zijn: de onvoorspelbare bijvlieg. Een ongebruikelijke naam voor een ongebruikelijke vlieg. Normaal gesproken is het een zeldzame soort die nauwelijks wordt waargenomen, maar eens in de zoveel jaren duikt de soort overal op.

Grote bijvliegen
Mannetje blinde bij Eristalis tenax (foto: John Bouwmans)De blinde bij en de kegelbijvlieg zijn makkelijk van elkaar te onderscheiden. De blinde bij heeft zwarte tarsen (voeten) aan de voor- en middenpoten en meestal duidelijke haarrijen van boven naar beneden op de ogen. Daarnaast is de achterscheen opvallend dik in vergelijking met andere bijvliegen. De kegelbijvlieg heeft gele tarsen aan de voor- en middenpoten en egaal gehaarde ogen, zonder haarrijen en geen verdikte achterschenen. Vooral de mannetjes hebben een Vrouwtje kegelbijvlieg Eristalis pertinax (foto: John Smit)karakteristiek kegelvormig achterlijf, vandaar de naam. De onvoorspelbare bijvlieg is makkelijk met beide soorten te verwarren. Karakteristiek is het langwerpige pterostigma (het vlekje langs de voorrand van de vleugel) in combinatie met de zwarte tarsen van de voor- en midden-poten. Let wel, de kegelbijvlieg kan soms ook zo’n langwerpig pterostigma hebben.

Onvoorspelbaar
Normaal gesproken wordt de onvoorspelbare bijvlieg in lage aantallen en alleen in de zuidelijke helft van het land aangetroffen. Echter in topjaren kan ze overal in Nederland gevonden worden, en vaak ook in hogere aantallen. In de perioden 1940-1953 en 1996-2001 werden meer waarnemingen dan gemiddeld gedaan. Opvallende topjaren waren 1961, 1985 en 1997.

Deze sterke fluctuaties in aantallen zijn moeilijk te verklaren. In het vroege voorjaar zijn vrijwel uitsluitend vrouwtjes te vinden, net als bij andere soorten die als imago overwinteren. Echter daarvoor zien de vroege exemplaren van de onvoorspelbare bijvlieg er te vers uit, alsof ze in Nederland uit de pop gekropen zijn. Migratie in het voorafgaande najaar waarbij de vliegen overwinterd hebben lijkt ook onwaarschijnlijk gezien het lage aantal waarnemingen in de nazomer en herfst. Hierdoor lijkt migratie geen bevredigende verklaring voor deze fluctuaties. Zeegers (1991) kwam met een populatiedynamisch model dat voorspelt dat dichtheden met name periodiek kunnen veranderen of zelfs schijnbaar onvoorspelbaar fluctueren aan de rand van het verspreidingsgebied van een soort. Wat hier het geval is, pas in 2000 is de soort voor het eerst in Engeland vastgesteld en in 2002 in Noorwegen.

Aantal waarnemingen van de onvoorspelbare bijvlieg per jaar (figuur: EIS-Nederland)

2014 weer een topjaar?
In 2013 zijn er bovengemiddeld veel waarnemingen gedaan, ook in het noorden van het land. Ook dit jaar zijn al meer dan 30 waarnemingen binnen, waarbij een aantal met verschillende exemplaren. Het zou dus maar zo kunnen dat dit ook een topjaar wordt. Opletten dus bij de bijvliegen: zwarte tarsen in combinatie met een langwerpig pterostigma. Waarnemingen kunnen ingevoerd worden op waarneming.nl.

Tekst: John Smit, EIS Kenniscentrum Insecten
Foto's: John Smit; John Bouwmans
Figuur: EIS-Nederland

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen