Terugkeer inheemse zwaardschedes

Stichting ANEMOON
12-DEC-2021 - De afgelopen 45 jaar zag je van de 'scheermessen' vrijwel alleen nog Amerikaanse zwaardschedes op het strand. Vóór de invasie van deze exoot leefden er voor onze kust meerdere inheemse soorten. Waarnemers die het aanspoelsel monitoren (strandwachters) zagen het verdwijnen met lede ogen aan. Ze bleven echter hopen op een terugkeer. En nu gloort er hoop: zóu het echt? Keren ze terug?
Deel deze pagina

De Amerikaanse zwaardschede kwam eind jaren 70 van de vorige eeuw mee met ballastwater van schepen. De eerste waarnemingen in Europa werden gedaan in het Elbe-estuarium (Duitsland). Het dier is daarna razendsnel en massaal ingeburgerd. Inmiddels heeft de Amerikaanse zwaardschede zich, tegen de algemene stroming in, via de Waddenzee verspreid langs de Nederlandse en Belgische kust. De soort komt inmiddels ten minste voor tot aan de Atlantische kust van Spanje en Portugal. Tegenwoordig draagt de soort de wetenschappelijke naam Ensis leei, maar ten tijde van de eerste waarnemingen in Europa werd de soort Ensis directus genoemd, en daarna ook nog enige tijd Ensis americanus.

Dat er soms miljoenen deels nog levende dieren aanspoelen, geeft wel aan hoe massaal ze het kustgebied hebben gekoloniseerd. Dat ze letterlijk vlák bij het strand wonen, in zelfgegraven gangetjes waarin ze rechtop zitten en zich bij gevaar snel kunnen terugtrekken, helpt ook zeker mee. Evenals het feit dat dit de enige zwaardschede is die ook in slikgebieden van de Waddenzee en Zeeland leeft. Maar wie denkt dat je met zóveel materiaal, door de bomen het bos niet meer zult zien, heeft het mis. De waarnemers van het Strandaanspoelsel Monitoring Project (SMP) weten onze 'eigen oorspronkelijke' inheemse soorten maar al te goed te herkennen en pikken ze onmiddelijk tussen de Amerikanen uit.

Meerdere soorten

De Amerikaanse zwaardschede is op onze stranden dusdanig massaal dat je wel erg slechte ogen moet hebben om ze niet te zienDe Amerikaanse zwaardschede is niet de enige soort in de Noordzee uit het geslacht Ensis. Met deze exoot meegerekend kennen we drie soorten met min of meer gebogen, of zo u wilt 'kromme', schelpen. Dit zijn de zwaardschedes - genoemd naar een kromzwaard. Daarnaast bestaan er twee min of meer 'rechte' soorten, de zogenaamde tafelmesheften. Van de rechte wordt Ensis siliqua, de grootste, geheel terecht Groot tafelmesheft genoemd. Deze is vrijwel uitsluitend te vinden op de Noordelijke Waddeneilanden. Daar spoelen - vroeger en nog steeds - knoeperds aan van twintig centimeter of meer. Dit is de enige inheemse Noordzee-soort die niet merkbaar geleden heeft onder de Amerikaanse invasie. Het dier bewoont dan ook een wat dieper deel van het kustgebied. De andere rechte soort, Ensis minor, het Klein tafelmesheft, haalt met ongeveer veertien centimeter dergelijke afmetingen nooit. Of eigenlijk haalden ze dat nooit. Want echt verse exemplaren worden nauwelijks meer in het aanspoelsel gevonden. Niet op de eilanden en niet langs de verdere kust. Wat nog wel aanspoelt zijn oudere doubletten (twee nog met elkaar verbonden schelpen noemen we een doublet; de slotband die de kleppen verbindt is bij Ensis-soorten sterk, zodat de schelpen lang aan elkaar blijven zitten). De Amerikaan is een krommerd. Gemiddeld worden de schelpen vijftien centimeter, soms langer. De inheemse Grote zwaardschede Ensis magnus (ooit Ensis arcuatus genoemd) kan tot achttien centimeter groot worden. En dan is er nóg een gebogen familielid, Ensis ensis, die zelden groter wordt dan dertien centimeter. Deze heeft als Nederlandse naam - u raadt het al - Kleine zwaardschede.

Verdrongen?

Van de Grote en Kleine zwaardschede worden, net als van het Klein tafelmesheft, al jaren maar weinig exemplaren van het strand gemeld. En dat terwijl er speciaal op wordt gelet. De twee inheemse gebogen zwaardschedes zijn overigens niet geheel uit de Noordzee verdwenen, maar hebben zich wel vér uit de nabije kustzone teruggetrokken, grotendeels buiten de zone met waterdiepten tot zo'n 15 meter. Ze werden en worden nog wel bij bemonsteringsprojecten en door vissers in gebieden verder van de kust aangetroffen. De theorie is dat de Amerikanen door hun massale en dominerende aanwezigheid in de hele kustzone soorten verdringen. De Amerikaanse zwaardschede heeft een enorme voortplantingscapaciteit, een grote vervuilings- en zoet/zout-tolerantie en een hoge groeisnelheid. De larven blijven verhoudingsgewijs langer in het water zweven, hetgeen de verspreiding sterk doet toenemen. Verder is de filtercapaciteit enorm en zuigen de dieren veel larven van andere soorten op, ook die van sommige andere tweekleppigen. En voor de andere zwaardschedes en tafelmesheften is ook de ruimteconcurrentie moordend. De Amerikanen leven soms wel met tienduizend exemplaren per vierkante meter op dezelfde manier en op dezelfde plaatsen voor de kust als waar de inheemse soorten voorkwamen.

Hoop

Maar er gloort hoop. En niet alleen aan de horizon, maar ook in de nabije kustzone. De laatste tijd liggen er op het strand in de aangespoelde brij van Amerikaanse zwaardschedes toch écht weer regelmatig verse exemplaren van zowel de Grote als de Kleine zwaardschede.

Recente waarnemingen

Drie zwaardschedes van het strand. Boven: Amerikaanse zwaardschede, de breedste; indien volgroeid circa 6x langer dan breed en 15 tot 18 centimeter lang. Midden: Grote zwaardschede - dit is een niet-volgroeid exemplaar; volgroeid worden ze tot 7x hoger dan breed en tot 19 centimeter lang. Onder: Kleine zwaardschede, 7 tot 8x langer dan breed, tot 13 centimeter langOnderstaand een greep uit recente waarnemingen van de Grote zwaardschede, merendeels bij Katwijk. Van de Kleine zwaardschede zijn het afgelopen jaar ook verse exemplaren gevonden, na lang vrijwel afwezig geweest te zijn. Bij Grote zwaardschede-doubletten die uit eerdere jaren zijn gemeld, ging het in veel gevallen om oude exemplaren die zeer waarschijnlijk losgespoeld zijn uit de bodem en nog stammen uit de tijd toen ze algemeen waren. De nieuw gevonden verse exemplaren zijn door de kleuren en vorm, evenals door de spierindruksels binnen in de schelpen, gemakkelijk te herkennen.

Grote zwaardschede

  • 28-12-2018. Katwijk-Wassenaar: vers doublet (begroeid met poliep, mogelijk aangevoerd van dieper);
  • 19-1-2019. Katwijk-Wassenaar: twee verse doubletten (met poliep, mogelijk aangevoerd);
  • 7-12-2020. Katwijk-Noordwijk: vers doublet;
  • 4-2 en 10-2-2021. Katwijk-Noordwijk (SMP-traject): twee verse doubletten;
  • 1-6-2021. Zandmotor: fragment verse klep;
  • 10-11-2021 en 25-11-2021. Katwijk-Wassenaar: steeds minstens 20 vers, waarvan 1 met vleesresten;
  • 25-11-2021. Cadzand-het Zwin (nieuw SMP-traject): enkele verse doubletten;
  • 10-12-2021. Katwijk- Noordwijk (SMP-traject) rond de 15 verse doubletten.

Het algemene beeld bij Katwijk, maar bijvoorbeeld ook op het SMP-traject bij Camperduin, is dat er over de afgelopen jaren vanaf ongeveer 2018 incidenteel ook weer verse doubletten begonnen aan te spoelen, mogelijk deels van een verder uit de kust levende populatie. Nu, in 2021 worden op regelmatige basis exemplaren waargenomen.

De moeite

Misschien nog te vroeg om te juichen, maar voor onderzoekers van aanspoelsel (en voor schelpenverzamelaars) loont het weer de moeite goed naar alle 'scheermessen' te kijken. En noteer uw waarnemingen van verse inheemse exemplaren en geef ze door. Dat is een tweesnijdend zwaard: u vergeet ze niet, wij houden de terugkeer en opkomst van de inheemse soorten bij. Kortom: de pen is machtiger dan het zwaard.

Waarnemingen

Alle meldingen van mariene zee-organismen (en zee-, land- en zoetwaterweekdieren) zijn welkom bij Stichting ANEMOON en platforms als Waarneming.nl. Wie de soorten goed wil leren onderscheiden, wordt verwezen naar de Veldgids Schelpen. Er is ook een poster over de Amerikaanse zwaardschede en de verwante soorten

Tekst: Arie Twigt en Rykel de Bruyne, beiden Stichting ANEMOON
Foto's: Arie Twigt (leadfoto: een deel van tientallen op 1 november 2021 vers op het strand tussen Katwijk en Wassenaar aangespoelde doubletten. Zowel Grote als Kleine zwaardschedes); Jeannette Nobel