Veld bij landgoed De Velhorst
2-JUN-2022 - Een groeiende groep van vernieuwende boeren en boerennetwerken werken vanuit agro-ecologische principes aan lokaal georiënteerde, natuurinclusieve landbouw- en voedselsystemen. In het kader van het project ‘Biodiversiteit en agro-ecologische landbouw’ zijn er zeventien agro-ecologische boeren geïnterviewd over hun visie op biodiversiteit en hoe ze hun bedrijfsvoering hierop aanpassen.
Deel deze pagina

Visie op biodiversiteit 

Verschillende typen agro-ecologische boeren – community supported agriculture (CSA)-tuinderijen, agroforestry, gemengde bedrijven, melkveebedrijven en voedselbossen – hebben de ambitie om een positieve en integrale bijdrage te leveren aan (herstel van) biodiversiteit, vruchtbare bodems, vastleggen van koolstof en het verbinden van boeren en burgers.

Het verbinden en samenwerken met de natuur, met aandacht voor alles wat leeft en waarbij natuurlijke processen zich maximaal kunnen tonen, is voor veel boeren een kern van hun bedrijfsvoering. Ze benoemen ook dat biodiversiteit onderdeel is van hun visie, wat inhoudt dat ze met hun bedrijf goed voor de aarde zorgen, schoonheid en een aantrekkelijke plek creëren, gezonde voeding met voedingswaarde en smaak voortbrengen, bijdragen aan een eerlijke economie en een eerlijk verhaal vertellen dat burgers inspireert om zich als klant of vrijwilliger aan hen te verbinden. Bovendien vormt biodiversiteit voor hen ook de basis van een robuust bedrijf, omdat het hun bedrijf stabieler en weerbaarder maakt tegen ziekten en plagen.

Wat voor maatregelen nemen agro-ecologische boeren en wat zijn hun ervaringen?

Diversiteit aan gewassen

De boeren nemen verschillende soorten maatregelen om biodiversiteit te vergroten en in te zetten voor voedselproductie. Het is vanzelfsprekend dat ze geen kunstmest en chemische middelen gebruiken. Daarnaast hanteren ze de volgende principes:

  • Diversiteit aan gewassen. Met name de CSA-tuinders noemen de grote diversiteit aan soorten die ze verbouwen en daarbinnen een grote variëteit aan rassen. Melkveehouders hebben kruidenrijk grasland en soms ook voederbomen.
  • Creëren van niches/gradiënten past bij uitstek bij een permacultuur-ontwerp: hellingen met een koude en warme zijde, paden, bomenrijen en bosranden. Melkveehouders creëren bijvoorbeeld gradiënten binnen hun bedrijfssysteem door de huiskavel intensiever te benutten dan verder weg gelegen percelen.
  • Aanleg en onderhoud van natuurlijke elementen zoals hagen, poelen en verwilderde stukken.
  • Stimuleren van een gezonde bodem en bodemleven door gebruik van organisch materiaal, zo min mogelijk verstoren en berijden van de grond en de grond groen houden.

Bodemleven

Een gezonde, levende bodem is voor de boeren de basis van hun systeem. De geïnterviewde boeren vinden dat je de bodem moet voeden in plaats van de planten. Eén van hen vertelde het volgende: "Dat is natuurlijk het tegenovergestelde van gangbaar, want daar voed je de plant en zorg je dat de kunstmest dichtbij de wortels komt. Maar dat is voor mij een model dat niet werkt, omdat de plant dan uiteindelijk ziek wordt omdat hij teveel wordt verwend. Wij sturen juist heel erg op het bodemleven zodat we robuuste planten krijgen; de gewassen laten mij zien hoe de bodem functioneert. Wij roeren zo min mogelijk in de bodem en passen zo min mogelijk grondbewerkingen toe, het liefst helemaal niet”.

De boeren gebruiken verschillende soorten organisch materiaal zoals oude paardenmest om de wormenpopulatie te stimuleren, houtige compost voor het stimuleren van schimmels en ziektewering, bokashi om restmateriaal goed te verwerken, stro en groenbemesters voor een goede afwisseling tussen materiaal met een hoge en een lagere koolstof-stikstofverhouding.

Veel boeren worden geïnspireerd door de natuur. Sommige spiegelen zich aan processen die in de natuur plaatsvinden. In landbouwbodems wordt het bodemleven over het algemeen gedomineerd door bacteriën en zijn er relatief weinig schimmels en mycorrhiza’s (netwerken tussen schimmels en plantenwortels). In natuurlijke systemen zoals bossen is dat vaak omgekeerd. Deze boeren noemen het belang van schimmels en specifiek mycorrhiza’s en streven ernaar hun bodem om te vormen tot een natuurlijke bodem. Voor een deel van de boeren betekent dat ook geen gebruik van dierlijke mest.

Sommige boeren voegen ook specifiek schimmels of mycorrhiza’s toe aan de bodem, via bepaalde preparaten of verrijkte compost. Anderen vinden dat niet nodig en betwijfelen of zulke toegevoegde organismen wel passen en kunnen overleven. Hoewel alle boeren een gezonde bodem heel belangrijk vinden, er veel in investeren en bewuste keuzes maken, geven ze ook aan dat de bodem een ‘black box’ is en dat ze er meer over willen weten.

Vervolg

Op basis van de vragen en hypothesen van deze agro-ecologische boeren is een monitoringsprogramma opgezet voor boven- en ondergrondse biodiversiteit en om meer inzicht te krijgen in de betekenis van specifieke maatregelen voor biodiversiteit. Hiervoor zijn zes bedrijven uit de oorspronkelijke groep van zeventien bedrijven geselecteerd. De uitkomsten van de monitoring en de inzichten en ervaringen van de boeren worden gedeeld in een agro-ecologisch leernetwerk. We zullen ook de lezers van Nature Today op de hoogte houden. 

De auteurs zijn erkentelijk voor de financiering via het WUR Kennisbasisprogramma ‘KB36 Biodiversiteit in een Natuurinclusieve Samenleving’ dat wordt ondersteund door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Tekst: Raymond Schrijver en Jeroen Kruit, Wageningen Environmental Research; Jan Hassink, Conny Bufe en Andrew Dawson, Wageningen Plant Research; Anne-Charlotte Hoes, Wageningen Economic Research
Foto’s: Raymond Schrijver