De ringslang komt in Nederland in verschillende waterrijke gebieden voor

"Ringslangen zien onze broeihopen als een hotel"

Staatsbosbeheer
12-APR-2024 - In het voorjaar valt vooral de bedrijvigheid van de nestenbouwende en broedende vogels op, maar ook ringslangen hebben voor hun eieren een nest nodig: een broeihoop. Op verschillende plekken in het land helpen vrijwilligers hen een handje. Zo ook afgelopen zaterdag, in het Gagelbos bij Utrecht. En ze tellen de lege eieren van vorig jaar. "Hopelijk vinden we er dit jaar wat meer."

De ringslang is een beschermde soort in Nederland en komt op verschillende waterrijke plekken voor. Het is een echte cultuurvolger en maakt dankbaar gebruik van mesthopen. Astrid van den Broek van Utrecht Natuurlijk: "Als ringslangen in een bepaald gebied leven, zegt dat wat over de biodiversiteit. De ringslang is een toppredator die voornamelijk leeft van amfibieën. Als die er onvoldoende zijn, zul je de ringslang niet aantreffen. Voor hun voortplanting zetten ze hun eieren af in zogenaamde broeihopen: plekken waar het lekker warm wordt en waar ze goed beschermd zijn. Nadat de eieren zijn afgezet verdwijnt de ringslang weer en doet de broeihoop de rest. Die hopen vinden ze vaak in mestvalen, composthopen of bladerhopen. Omdat er van die eerste twee steeds minder zijn, gaan vrijwilligers op verschillende plekken in het land aan de slag om speciaal voor de ringslang broeihopen te maken."

Broeihopen ontmantelen

Zo ook in het Utrechtse Gagelbos. Twaalf vrijwilligers van Staatsbosbeheer en Utrecht Natuurlijk staan zaterdagochtend klaar om met harken, scheppen en rieken voorzichtig drie oude broeihopen te ontmantelen. Met een speurende blik verwijdert ook Wijna de tot compost vergaande resten van de hoop van vorig jaar. "We willen ook weten of ringslangen hiervan gebruik hebben gemaakt. Dat zie je aan de lege restanten van de eieren. Maar als je niet uitkijkt, hark je alles weg."

In één broeihoop troffen de vrijwilligers 102 lege eierhulzen aan

Eieren tellen

Als ze bijna bij de bodem zijn, wordt de moeite beloond. In één van de drie broeihopen treffen de vrijwilligers in totaal 102 lege eierhulzen aan. Ze zien eruit als ingedeukte pingpongballetjes. Waarschijnlijk is deze hoop door minimaal drie ringslangen gebruikt. Per legsel leggen zij tien tot veertig eieren. "Vorig jaar is deze hoop leeg gebleven", zegt Wijna. Zij helpt al vele jaren mee met het bouwen van de broeihopen. "Als een hoop bevalt, keren de ringslangen het jaar daarna vaak terug. Ze zien het als een hotel. Maar in de coronajaren hebben we de bouw twee keer moeten overslaan, dus ze moeten deze hopen echt weer terugvinden."

Vrijwilligers gebruiken onder meer paardenmest voor de nieuwe broeihopen

Takken, bladeren en mest

Na het uitpluizen van de oude broeihopen, is het tijd voor de bouw van de nieuwe. De vrijwilligers hebben takken en bladeren verzameld in het bos en er ligt een hoop paardenmest klaar. De bodem van de hoop bestaat uit enkele dikke takken, daarbovenop gooien de vrijwilligers afwisselend een laag bladeren, mest, compost van de oude hoop en tussendoor meer takken. "De volgorde maakt niets uit", zegt Wijna. "Als het allemaal maar lekker door elkaar ligt en er een stevige hoop ontstaat." Zo nu en dan steekt een vrijwilliger een stevige tak vanaf buiten in de broeihoop. "Dat zijn de ingangen. Langs zo’n tak kan de slang zich naar binnen wurmen."

Na uren hard werken zijn de broeihopen klaar

Lekker broeien

Na uren hard werken, zijn de drie nieuwe broeihopen klaar: stevige heuveltjes met een oppervlakte van zo’n vier vierkante meter en zo’n anderhalve meter hoog, op een zonnige plek aan de bosrand. Onder invloed van de zon gaat de mest in de komende periode lekker broeien. In juni is het binnenin waarschijnlijk warm genoeg voor de ringslang om haar eieren erin af te zetten, waarna na zes tot tien weken de jonge slangetjes tevoorschijn kruipen. Volgend jaar kunnen we het resultaat weer tellen.

Tekst: Staatsbosbeheer
Beeld: Staatsbosbeheer & Aaldrik Pot, Staatsbosbeheer